Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 19 min.
Herkomst:




Het Waterlampionnenfeest op de rivier de Fuchun

Aan de oever van de rivier de Fuchun verrijst een heuvel, die de Kraanheuvel heet omdat ze van veraf gezien precies lijkt op een kraanvogel die door het water schrijdt. Wanneer de heldere rivier hier aangekomen is, wordt de stroom tegengehouden door een rots aan de voet van de berg en daar vormt het water een draaikolk tot op de bodem van de rivier. Na vele jaren had die draaikolk een o zo diepe Schildpadkolk uitgeslepen en er zijn mensen die menen dat die zelfs rechtstreeks in verbinding staat met de Oostelijke Oceaan.

In deze Schildpadkolk woonde een Schildpadmonster dat regelmatig opdook om te komen spoken en schepen deed omslaan. In de buurt is nog een heuvel die de Omgeslagen-Bootheuvel heet, en die volgens de overlevering is ontstaan uit de omgeslagen boot van een onsterfelijke.

Aan de voet van de Omgeslagen-Bootheuvel woonde eens, moederziel alleen, een oude houthakker. Op een dag, toen hij terugging naar huis na zijn brandhout verkocht te hebben, voerde zijn weg hem langs de Kraanheuvel, en hij zag daar een zuigeling, die spiernaakt was en hartverscheurend huilde.

De oude houthakker hield lange tijd bij hem de wacht, maar niemand kwam het kindje ophalen en daarop nam hij het zelf mee naar huis. Hij voedde het op en gaf het de naam van Kraanjongen. Toen deze Kraanjongen achttien jaar geworden was, was hij een knappe jongen met een heldere oogopslag; hij was én schrander, én handig, maar jammer genoeg kon hij geen woord zeggen, want hij was doofstom. Daarom noemden de dorpsgenoten hem allemaal Stomme Kraan.

Al kon Stomme Kraan dan niet praten, hij was scherp van geest en vaardig met zijn handen, en hij was niet alleen bedreven in het vangen van vissen en kreeften maar hij kon ook allerlei soorten en vormen van lampionnen maken. Of het nu ging om vliegende vogels en lopende beesten en waterdieren, of het nu ging om bloeiende heesters en vruchtbomen en verschillende soorten bloemen; de lampionnen die hij maakte leken er zonder uitzondering sprekend op, zijn kundigheid was haast bovennatuurlijk, zodat wie ze ook maar zag ze ten zeerste prees.

In die tijd vierden de bootbewoners en vissers op de rivier ieder jaar op de dertigste dag van de Zevende Maand op grootse wijze het Waterlampionnenfeest. Op de avond van die dag ontstak men op de rivier allerlei waterlampionnen. Van veraf gezien leken ze als sterren te flonkeren terwijl ze stroomafwaarts tot de rots bij de Kraanheuvel dreven om daar op de draaikolk van de Schildpadkolk rond te tollen. Het was een uniek gezicht. Bekeek je deze waterlampionnen van dichtbij, dan bleken ze alle met het grootste vakmanschap vervaardigd en uitzonderlijk mooi.

Het Waterlampionnenfeest op de rivier de Fuchun was beroemd en bij ieder feest kwamen de mensen van heinde en verre om naar de lampionnen te kijken. Ook iedereen, van hoog tot laag, in het Drakenpaleis van de Oostelijke Oceaan brandde van verlangen om te mogen gaan kijken, maar het was hun strikt verboden het waterpaleis te verlaten. Ze konden alleen maar luisteren naar het vrolijke rumoer op de Schildpadkolk en zich ergeren over het feit dat ze niet in menselijke gedaante naar de wereld van de mensen mochten.

In het Drakenpaleis was een prinses, Groene Jade, die ook niets liever deed dan lampionnen maken en die daar uitzonderlijk bedreven in was, en natuurlijk wilde zij nog meer dan ieder ander graag naar de lampionnen gaan kijken. Ze zeurde de oude Drakenkoning net zo lang aan zijn kop tot hij zwichtte en haar voor één keer toestond dat jaar bij het Waterlampionnenfeest naar de lampionnen te gaan kijken. Hij drukte haar op het hart de mensen niet de stuipen op het lijf te jagen en toch vooral niet de heldere parel die ze op haar hart droeg te verliezen, want wanneer ze deze parel verloor kon ze niet terugkeren naar het Drakenpaleis en moest ze blijven ronddolen.

Deze prinses Groene Jade was een meisje dat altijd de beste wou zijn. Ze wilde dan ook een weergaloze, niet te evenaren waterlampion maken om mee te nemen naar de wereld der mensen. Zonder de oude Drakenkoning om verlof te vragen ging ze naar (het heilige eiland) Putuoshan om purperen bamboe te plukken, naar de noordelijke zee om gouddraad te halen en naar de zuidelijke zee om gekleurd papier te halen, en ze besteedde er zeven dagen en zeven nachten aan om daarvan een fraaie en heel bijzondere pareloesterlampion te maken. De beide groene schelpen van de oester waren helemaal ingelegd met parels, en in het midden stond een perzikkleurige, beeldschone vrouw die een hoofdtooi droeg van koraal en die gekleed was in een gewaad van parelmoer, zodat ze flonkerde als een parel.

Op de bewuste dag was het op de oevers van de rivier de Fuchun al voordat de zon achter de bergen zonk een drukte van belang en bij de Kraanheuvel was het nog eens zo druk. Prinses Groene Jade had zich vermomd als een vissersmeisje en vrolijk kwam ze op uit de Schildpadkolk. Met haar teerbeminde pareloesterlampion in haar handen besteeg ze de hoogste toren langs de rivier. Ze zette de lampion op de balustrade en keek vanuit haar hoge positie naar beneden. Toen ze haar blik over de rivier liet glijden zag ze de boten als weefspoelen heen en weer schieten terwijl door de kaarsen in de lampionnen de bonte kleuren helder straalden - een prachtig gezicht!

Haar pareloesterlampion trok echter nog meer aandacht. Er kwam geen einde aan de rij van mensen die bleven staan kijken en verbaasd de handvaardigheid van het meisje prezen. In het afgelopen jaar was de oude houthakker gestorven en Stomme Kraan had geen enkele lust om veel lampionnen te maken. Hij had slechts één reigerlampion gemaakt, met zuiver-witte vleugelveren, een scherpe snavel en een lange nek, met op zijn kop afhangende veren, en met zwarte poten en gele nagelklauwen - hij leek te leven. Nadat op deze dag de schemering was gevallen stapte hij, met deze lampion bij zich, in zijn roeiboot om bij de Schildpadkolk zijn lampion mee te geven aan de stroom.

Terwijl hij voortroeide zag hij opeens van de overzijde een bootje naar zich toe komen varen met daarin een uiterst kunstige pareloesterlampion die meteen zijn aandacht trok. Want ook prinses Groene Jade was in een bootje hierheen gekomen om haar lampion aan de stroom toe te vertrouwen. Toen zij de reigerlampion van Stomme Kraan zag, was zij op haar beurt heimelijk verrast en ze vroeg zich af hoe er op de wereld der mensen zo'n vaardige kunstenaar kon zijn.

Zo stootten de beide bootjes tegen elkaar.

Toen prinses Groene Jade zag dat degene die zijn lampion aan de stroom toevertrouwde een knappe jonge visser was, zei ze met een glimlach om haar lippen: "Vriend, laten we samen onze lampionnen aan de stroom meegeven!" En terwijl ze dat zei sprong ze met haar lampion in haar handen bij Stomme Kraan in zijn bootje. Door het gewicht schommelde het bootje heftig heen en weer en bijna was Stomme Kraan in de rivier getuimeld.

Stomme Kraan was een en al glimlach, hij sprak geen woord maar wees naar de pareloesterlampion, stak zijn duim omhoog en uitte zijn bewondering door enkele ongearticuleerde klanken. Toen pas besefte prinses Groene Jade dat hij doofstom was, waarop ze hem nog eens nauwkeurig opnam. Onder haar blik kreeg Stomme Kraan een vuurrood hoofd en hartkloppingen, hij was volkomen overdonderd. Prinses Groene Jade beduidde hem met een handgebaar dat hij vanaf de voorplecht de lampionnen aan de stroom moest toevertrouwen en terwijl zij zelf aan de riemen trok schoot het bootje vooruit naar het midden van de rivier.

Het was inmiddels al erg laat in de avond. Aan de onbegrensde nachthemel schitterden de sterren, terwijl op de rivier de lampionnen flonkerden. Vanuit de verte kwamen de waterlampionnen stroomafwaarts op hen toe drijven om zich te verzamelen in de maalstroom van de Schildpadkolk. Nu kon met recht gezegd worden dat de hemel en het water dezelfde kleur bezaten, zodat je niet kon onderscheiden wat de sterren waren aan de hemel en wat de lampionnen waren op het water.

Maar wie had kunnen verwachten dat zich plotseling aan de voet van de Omgeslagen-Boot-heuvel een hoge golf zou verheffen die op de Schildpadkolk toerolde?

Het Waterlampionnenfeest van dit jaar, en dan vooral de pareloesterlampion en de reigerlampion, gaven namelijk zoveel licht dat het op de bodem van de Schildpadkolk nu eens donker, dan weer helder licht was, zodat het Schildpadmonster wakker geschrokken was en ook kwam kijken. Dat was een ramp. In een oogwenk staken uit alle hoeken kille winden op die de vissersboten uiteendreven en de waterlampionnen verzwolgen. Toen de hoge golf waarop het Schildpadmonster voer bij het bootje van Stomme Kraan kwam, sloeg de golf de pareloesterlampion onder water. Stomme Kraan had alert een roeiriem gegrepen en sloeg daarmee woest terug en je hoorde een doffe klap toen hij het monster op zijn schild had geraakt. Het Schildpadmonster ontstak in woede en in een handbeweging deed hij het vissersbootje omslaan zodat Stomme Kraan en prinses Groene Jade in het water vielen.

Toen zij beiden in de Schilpadkolk waren gevallen, sleurde de wielende maalstroom hen naar de bodem van de kolk. Prinses Groene Jade bezat haar wonderparel, dus voor haar bestond geen gevaar. Maar hoewel Stomme Kraan kon zwemmen, wachtte hem een zekere dood als hij naar de bodem van de Schildpadkolk gesleurd zou worden. Toen zij zag dat Stomme Kraan in levensgevaar verkeerde, vergat prinses Groene Jade wat de oude Drakenkoning haar op het hart had gedrukt. Ze haalde haastig de parel te voorschijn en wierp hem in het wervelende water van de kolk. In een oogwenk, als gesteund door goddelijke krachten, droeg hij hen beiden naar de voet van de Kraanheuvel maar daarna was de parel spoorloos verdwenen.

Toen zij de oever opklommen, zagen ze onder een grote boom iets verderop een oude man zitten die naar hen wuifde. Toen ze dichterbij waren gekomen zei de oude man schaterlachend: "Ik ben de Grote Meester die wie goed is zegent, ik verdrijf kwalen en genees ziekten en ik schenk de mensen geluk. Welke wens hebben jullie?" Toen prinses Groene Jade hoorde dat hij kwalen verdreef, ziekten genas en de mensen geluk bracht, beroerde ze de aarde met haar hoofd en sprak: "Grote Meester, kunt u doofstomheid genezen?"

"Natuurlijk, hij hoeft alleen maar een beker medicinale wijn te drinken en hij kan praten!" Terwijl Grote Meester dat zei, schonk hij uit zijn kalebas een beker medicinale wijn in die hij Stomme Kraan liet drinken. Stomme Kraan voelde terstond zijn mond vervuld van een wonderbaarlijke substantie: zijn keel werd gesmeerd, zijn oren werden helder en hij kon praten!

Nadat hij de Meester had bedankt zei hij: "Het Schildpadmonster berokkent de mensen veel ellende, kunt u het uit de weg ruimen?"

"Natuurlijk, je hoeft alleen maar een beker medicinale wijn uit te gieten in de rivier, want daar is hij niet tegen bestand!" Terwijl de Meester dat zei schonk hij weer uit zijn kalebas een beker vol met medicinale wijn en hij zei Kraanjongen die uit te gieten in de rivier. Het water van de rivier begon terstond te bruisen en het Schildpadmonster bleek inderdaad niet bestand tegen de medicinale wijn, hij wist niet waar hij het zoeken moest en kroop de Kruikbronbeek in om zich met ingetrokken kop schuil te houden bij de Zhenjiabanken. Hij waagde het niet nog maar een vin te verroeren en langzamerhand veranderde hij in een heuvel en dat is nu de Schildpadheuvel bij Changkou.

Bij die gelegenheid zeiden Kraanjongen en prinses Groene Jade ook nog tegen de Grote Meester die wie goed is zegent: "Grote Meester, u hebt de ziekte genezen, u hebt het monster onschadelijk gemaakt, zegen nu ook ons!" De Meester stond schaterlachend op en zei: "De een kan niet meer naar huis terug, de ander is moederziel alleen. Laat de rivier de Fuchun jullie huwelijksbemiddelaar zijn en de Kraanheuvel jullie getuige zodat jullie als paar kunnen leven." Toen hij was uitgesproken verdween hij met een lach.

Zij wilden maar al te graag en dus gingen ze naar Kraanjongens huis en werden man en vrouw. Van toen af aan sloegen er in de Schildpadkolk geen schepen meer om en de Omgeslagen-Bootheuvel heette voortaan de Heuvel die wie Goed is Zegent.

Op het water van de rivier de Fuchun ligt in de vroege ochtend en in de avondschemer een zevenkleurige glans als een bijzonder verschijnsel en volgens de overlevering komt dat omdat de parel van prinses Groene Jade op de bodem van de rivier ligt te stralen.

Het Waterlampionnenfeest op de rivier is later alleen nog maar luisterrijker geworden. Omdat het ambachtelijke peil van prinses Groene Jade en Kraanjongen zo hoog was en iedereen hen navolgde, zijn de lampionnen over de hele wereld beroemd. Door prinses Groene Jade en Kraanjongen is het gebruik ontstaan dat jongens en meisjes samen in een boot lampions toevertrouwen aan de stroom en ook dat heeft zich wijd verspreid.


*   *   *

Het Waterlampionnenfeest op de rivier de Fuchun Samenvatting
Gewoonlijk is het Waterlampionnenfeest een onderdeel van het boeddhistische Allerzielen, dat wordt gevierd op de vijftiende dag van de Zevende Maand (de eerste herfstmaand). Volgens een wijdverbreid geloof komen de zielen van de overledenen dan terug naar huis om 's avonds op papieren boten, die men brandend weg laat drijven over een rivier, terug te keren naar de andere wereld. Lees het verhaal

Trefwoorden

Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit Kleurrijk Nederland. Bundel: Feestverhalen uit verschillende tradities" Lemniscaat, Rotterdam 1990. ISBN: 90-6069-717-0

Herkomst: China
Verteltijd: ca. 19 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook