Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 10 min.
Herkomst:

Hoe een Zwabische boer de stad Freiburg wilde kopen

Eens leefde er in het Zwabenland een handig boertje. Welk zaad hij ook in de aarde strooide, alles kwam op, en wat opkwam, werd rijp, en wat rijp werd, verkocht hij.

Om zijn waren te verkopen reed hij iedere week naar de markt in Freiburg. Hij hield van deze stad, ja, je zou zelfs kunnen zeggen dat hij erop verliefd was. Alles beviel hem: de mooie poorten, de slanke, omhoogrijzende toren van de dom, de kromme steegjes, de markt, en natuurlijk ook de gezellige cafeetjes waar men zulke goede wijn schonk. Iedere keer als hij naar huis moest terugkeren, zou hij het liefst de hele stad hebben opgepakt, op zijn wagen hebben geladen en meegenomen hebben.

Ook thuis was hij niet meer in staat over iets anders te praten Hij vertelde zijn vrouw alles over de schoonheid van Freiburg en deed dat zo meeslepend, dat het leek alsof hij uitweidde over de schoonheid van een vrouw, uit wiens betovering hij zich niet kon losmaken.

Op een dag, toen hij weer van de Freiburgse markt naar huis terugkeerde, was hij in een gedrukte stemming. Hij beantwoordde de vragen van zijn vrouw niet en mompelde maar wat voor zich heen. Na het middageten kroop hij in een hoek en dacht na. Zijn vrouw vond het een beetje vreemd.

"Waar pieker je over?" vroeg ze hem.

"Ach, ik heb vandaag eens lopen nadenken. Hoe zou je het vinden, als ik Freiburg zou kopen, de hele stad met alles erop en eraan."

"Je ijlt, man! Dat kan je toch niet ernstig menen. Kom, ga liggen, en maak het je achter de kachel gemakkelijk. Je hebt een heel heet hoofd, man, je hebt koorts!" en ze maakte een lekker veren bed voor hem klaar.

"Dat kan wel zijn," zei de boer, "maar als ik een heet hoofd heb, dan komt dat door de gedachte die door mijn kop spookt. Denk toch eens na, we zijn niet bepaald arm. De halkist zit vol zilver en goudstukken. Wat denk je, als ik die op de wagen laad en naar de raadsheren in Freiburg breng, zouden ze me de stad dan willen verkopen?"

"Laat je maar eens goed nakijken, oude ezel," schreeuwde de boerin. "Ik dacht nog wel dat je ziek was, maar je schijnt het warempel echt te menen. En ik maar zorgen, sparen, me alles ontzeggen, en die domkop wil dat goede geld wegbrengen en het de deftige heren in de schoot gooien. Natuurlijk zullen ze het aannemen, wat graag zelfs, maar jij oude stijfkop krijgt er niets voor terug, ze zullen je zelfs nog uitlachen!"

Hoewel het boertje een heilig ontzag had voor zijn bazige vrouw en haar scherpe tong vreesde, was hij vastbesloten dit keer zijn zin door te zetten.

Nog diezelfde nacht, toen zijn vrouw al was ingeslapen, kroop hij voorzichtig uit bed, schoof heel zacht de kist in het voorhuis, leegde de inhoud in drie kuipen en voor de zon opkwam, had hij zijn paarden al ingespannen en daar ging hij - op naar de stad.

Hij reed rechtstreeks naar het raadhuis, waar de raadsheren net naar buiten kwamen.

De burgemeester en de raadsheren luisterden verbaasd naar wat het boertje hen over de aankoop van de stad vertelde. Aanvankelijk begrepen ze niet, waar het hem eigenlijk om begonnen was, maar toen ze het eindelijk doorhadden, kwamen ze niet meer bij van het lachen.

"Lach niet, waarde heren," zei het boertje boos. "Heer burgemeester, ziet u deze kuipen? Ze zijn vol goud en zilver!"

De burgemeester vond, dat de grap lang genoeg geduurd had en wilde de wacht roepen om de boer de stad uit te gooien. Maar een van de raadsheren had een andere mening. Hij ging met de burgemeester terzijde staan en begon opgewonden te fluisteren. Hij moest het voorstel zogenaamd aannemen, het geld in zijn zak steken en het domme boertje, met schande beladen de stad uitjagen. Die is toch volslagen gek! En zegt men niet: een dwaas die geeft, een nog grotere dwaas die niet neemt...

Ze gingen dus naar de wagen en openden de eerste kuip, en konden hun ogen niet geloven. Niets als zand en stenen; en ook de beide andere kuipen hadden dezelfde waardeloze inhoud.

Het valt te begrijpen, dat het boertje geen roem ten deel viel, maar spot en hoongelach. Behalve zijn kuipen bracht hij uit Freiburg ook blauwe plekken en een paar flinke builen mee. Hij was woedend op degene, die hem dit koopje had geleverd.

Maar hij hoefde niet lang na te denken. Wie kon dat anders geweest zijn als zijn eigen vrouw? Ze had natuurlijk haar kans waargenomen in de tijd, dat hij even was gaan liggen. Maar ze was nog niet van hem af, hij zou haar laten zien, wie er eigenlijk de baas in huis was!

Nauwelijks Was hij de poort binnengereden, of hij liep met de zweep in zijn hand de keuken binnen. En daar stond de boerin, de handen op de heupen, en lachte, en lachte.

"Hoe was de markt vandaag in Freiburg? Ben je goed aangekomen? Heb je alles verkocht wat je bij je had, of heb je weer wat mee teruggebracht?"

De boer kon van woede nauwelijks een woord uitbrengen. Hij haalde zijn zweep al uit om haar een slag toe te dienen, toen zijn vrouw rustig zei: "Wees nu niet boos meer, man, en denk liever eens goed na. Of geloof je nu werkelijk, dat de heren in Freiburg de stad aan jou verkocht zouden hebben? Dat zou toch met elk gezond verstand in strijd zijn. Ja, je geld nemen ze maar al te graag aan, maar ze geven jou er niets voor terug, hoogstens een pak slaag. En wie weet, wat ze nog meer hadden bedacht. Misschien wel, dat het geld gestolen zou zijn. Dan hadden ze jou in de gevangenis gegooid, waar je je leven lang had moeten blijven. En wat zou ik, arme vrouw, zonder jou moeten beginnen? Doe mij een plezier en zet die dwaze gedachten uit je hoofd. We hebben toch alles wat ons hartje begeert, en ik heb daarbij nog een bovenste beste kerel!"

Het boertje wist niet hoe hij het had, dacht een poosje na en zei toen: "Zoals altijd heb je ook deze keer gelijk, vrouw. Wat een geluk, dat ik jou heb. En Freiburg laten we Freiburg. Van nu af aan ga ik liever ergens anders naar de markt.

En in Freiburg liet hij zich inderdaad niet meer zien. Maar in de stad vergat men hem niet. Er werd een poort naar hem vernoemd en sinds die tijd staat ons boertje op deze Zwabische poort afgebeeld.


*   *   *

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Sagen van Europese steden" verteld door Vladimír Hulpach. Holland, Haarlem, 1980. ISBN: 90-251-0412-6

Herkomst: Duitsland
Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook