Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 9 min.
Herkomst:




Kalfskop Een volksverhaal uit Marokko over een als man verklede vrouw

Er waren eens twee broers die in dezelfde periode trouwden. Zij kregen ook ongeveer tegelijkertijd hun kinderen in de daaropvolgende jaren. De ene broer kreeg zeven zonen, de andere zeven dochters. De vader van de zeven zonen was verschrikkelijk trots op zijn fantastische nageslacht. De vader van de zeven dochters droeg bescheiden zijn ongelukkig lot. Wanneer zij elkaar onderweg ergens tegenkwamen, dan groette de vader van de dochters zijn broer met eerbied, terwijl hij vriendelijk glimlachend sprak: "Dat jouw dag gelukkig mag zijn, o vader van zeven bloemen!"

Waarop de ander als grap antwoordde: "Dat jouw dag gelukkig mag zijn, o vader van zeven plagen!" Dat gesprekje hielden zij jarenlang vol. Maar toen brak de dag aan dat de oudste dochter meerderjarig werd. Zij had er schoon genoeg van om als iets verachtelijks beschouwd te worden door haar oom. Zij vroeg aan haar vader om haar oom het volgende plan voor te leggen: "Laten we aan onze beide oudsten, jouw zoon en mijn dochter, de vrijheid geven om de wijde wereld in te trekken en dan zullen we zien wie van beiden zich het beste kan redden." De vader van de jongens stemde erin toe. Hij kocht voor zijn zoon een prachtig bruin paard en dekens en voorraden voor een lange rit. De vader van de meisjes, die arm was, kon van zijn kant alleen maar een brood en een veldfles met water aan zijn dochter meegeven.

Het meisje klom achterop het paard van haar neef en de twee jonge mensen vertrokken in galop op hun grote reis. De eerste dagen gingen zonder moeilijkheden voorbij. Het meisje was zuinig met haar brood. Maar de jongen at stevig van zijn voorraad eten.

Toen hij alles op had, vroeg hij wat te drinken aan zijn nichtje. Zij antwoordde: "Ik geef jou van mijn veldfles als jij me jouw burnous (wijde, wollen mantel) geeft." Zo gebeurde het. En de rit te paard ging verder. Maar de lucht was zinderend heet en het paardrijden maakte dorstig.

Het duurde dan ook niet lang of de jongen vroeg weer om een paar slokken uit de veldfles. Daarop antwoordde het nichtje: "Dat is goed, op voorwaarde dat jouw paard van mij is." Zo bleef er langzamerhand niets dan lompen voor de jongen over en gehuld in een hemd en barrevoets liep hij als een vagebond langs 's heren wegen.

Het meisje reed vrolijk op haar mooie roodbruine ros, gehuld in haar prachtige mantel, op weg naar een stad waarvan zich in de verte de muren al aftekenden.

Onderweg kwam ze een klein, uitgehongerd katje tegen dat luid miauwde. Zij gaf het diertje alles wat nog over was van haar voorraad eten. De kat verdween.

De zoon van de sultan zag deze schitterende ruiter te paard naderen en nodigde hem uit. Een beetje verbaasd merkte hij de vreemde blik van zijn gast op en dacht: zijn houding te paard is die van een man maar de ogen zijn die van een vrouw.

Hij besloot om dit raadsel voor te leggen aan sjeik al Moudabbar. Deze zei tegen hem: "Nodig deze ruiter uit en laat een bed klaarmaken van hennablaadjes; wanneer de blaadjes er de volgende morgen nog keurig bij liggen, dan is het een man. Wanneer alles overhoop ligt, dan is het een vrouw." Het meisje ging de slaapkamer binnen, waar het dankbare katje haar opwachtte en waarschuwde, want die had het gesprek met de sjeik afgeluisterd. Zij paste die nacht goed op om niet in haar bed te woelen en 's morgens kon men zien dat alles keurig in orde was.

Zij bleef logeren in het paleis en sprak veel met de zoon van de sultan, die haar op haar wandelingen vergezelde. Ondanks alles bleef de prins toch twijfelen aan de identiteit van zijn gast en hij nam zijn toevlucht opnieuw tot de sjeik al Moudabbar. Deze sprak: "Nodig hem uit om naar je tuin te gaan. Als hij bloemen plukt, is het een vrouw, zo niet, dan is het een man." Opnieuw kwam het katje, dat steeds in de buurt van de zoon van de sultan was gebleven, haar jonge vriendin waarschuwen. Het meisje weerhield zich ervan om ook maar één bloem te plukken.

Nog steeds niet gerustgesteld ging de prins weer naar de sjeik. Die dacht diep na en zei: "Serveer een vleesschotel met botten voor hem. Als jouw disgenoot in het vlees bijt en begint te kluiven van de botjes, dan is het een vrouw. Als hij eerst het vlees in stukken snijdt en de botjes opzij legt, is het een man." Het meisje, dat op de hoogte gebracht was door haar trouwe kleine katje, paste goed op niet te gulzig te eten en sneed zorgvuldig haar vlees in stukken alvorens de botjes weg te leggen. De zoon van de sultan werd steeds onzekerder en twijfelde steeds meer over zijn ideeën en ging door met het voeren van gesprekken en wandelingen maken.

Moe van het op de proef stellen stapte hij nog een laatste maal naar zijn grote raadgever. En de sjeik zei tegen hem: "Bied je gast aan een Turks bad te nemen. Als hij er lang in blijft is het een vrouw, als hij er snel uitkomt is het een man." Die opmerking was heel juist, omdat vrouwen de gewoonte hebben een Turks bad meer te bezoeken om er het gezelschap van andere vrouwen te vinden met wie zij de hele dag kletsen dan om van het bad te profiteren. In ieder geval blijven ze er meestal lang om hun schoonheid en hun kapsel te verzorgen en om zich mooi op te maken, terwijl mannen, die altijd druk bezig zijn, er zodra ze schoon zijn snel weer uitkomen.

Het meisje nam, als steeds geïnformeerd door haar katje, een snel bad en ging naar buiten.

Dit had al met al een jaar geduurd. Een jaar lang had zij een heerlijk, aangenaam leventje geleid, dat wel, maar er moest een eind aan komen. Zij besloot dus om weer naar huis terug te keren. Maar voordat zij het paleis verliet, schreef zij op de poort: "Kalfskop, die een vrouw niet van een man weet te onderscheiden!" Woedend deed de jonge prins zijn koninklijke mantel om en snelde op een prachtig paard naar de stad van het meisje. Hij huwde haar in alle pracht en praal.

Onbekend is of de neef ook bij de bruiloft was.


*   *   *

Kalfskop Samenvatting
Een volksverhaal uit Marokko over een als man verklede vrouw. Een rijke neef en een arme nicht trekken samen de wereld in om te zien wie zich het beste redt. Het lukt de vrouw om de mooie mantel en het paard van haar neef te bemachtigen. Wanneer ze bij een paleis komt weet de zoon van de sultan niet of het een man of een vrouw is. Hij verzint van alles om er achter te komen, maar de vrouw krijgt hulp van een jonge kat, waardoor haar identiteit verborgen blijft. Lees het verhaal

Toelichting
Marokkaanse traditie. Dit verhaal is geheel in de stijl van de verhalen van Sheherazade in Duizend-en-één-Nacht. Het is een waarschuwing aan jonge mannen om de vrouwen niet te onderschatten. Dit verhaal heeft volgens de Marokkaanse sociologe Fatima Mernissie een feministische inslag.

Vergelijk het Italiaanse verhaal uit de Pentamerone van Basile Het verklede meisje. Lees ook het verhaal De twaalf jagers.

Oorspronkelijk gepubliceerd in: J. Scelles-Millie, Paraboles et Contes d'Afrique du Nord, Parijs 1982. ('Tête de veau').

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. List en Bedrog. Verhalen over eerlijkheid, gastvrijheid, list en bedrog uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" verschenen bij Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: Marokko
Verteltijd: ca. 9 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook