Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 16 min.
Herkomst:




Kariem en Ali doen ook mee De belevenissen van twee jongens tijdens Ramadan

Het is een warme dag. De klas van meester Paul komt terug van het spelen. Het is drie uur, de pauze is voorbij. De klas wacht bij de klasdeur in de gang. "Oef! Wat is het warm," klaagt Kariem. Ali knikt en zucht ook. "We hadden niet zo moeten rennen buiten," zegt Ali. "Ja, ga maar naar binnen," klinkt de stem van de meester. Langzaam gaat de groep naar binnen. In de klas is het erg warm. Toch staan alle ramen en de deur open. Daar is juffrouw Wilma van de eerste klas. "Wat is het heet in de lokalen," zegt ze tegen de meester. "Geen wonder met die zon op de ramen!"

"Zeg, als je naar boven gaat, neem je dan een kopje thee voor me mee?" antwoordt hij. "Ik zal zien of er thee is," zegt juffrouw Wilma. Dan is ze verdwenen, de gang op. "Meester, mogen we wat water drinken?" vragen een paar kinderen. De meester knikt. De kinderen rennen naar de kraan. Het is er dringen.

Kariem en Ali staan niet in de rij bij de kraan. Hebben zij geen dorst, of houden ze niet van dat dringen in de rij? O ja, hoor! Ze hebben ook grote dorst. Dringen in de rij vinden ze ook best leuk. Vooral als de meisjes er boos om worden. Maar vandaag is dat anders. Vandaag is het ramadan. Ramadan is de vastenmaand voor de moslims. Kariem en Ali zijn moslims, voor hen is het ramadan. Wat dat voor hen wil zeggen? Nou, bijvoorbeeld, dat ze nu niet mogen drinken. Heel vroeg zijn ze vanochtend uit hun bed gekomen. Voor zonsopgang, toen al hun vriendjes nog sliepen, zaten zij aan hun ontbijt. Ja, wat lijkt dat nu al lang geleden. Tussen de middag hebben ze niet gegeten en ook niets gedronken. Als vanavond laat de zon onder is, mogen ze pas weer aan tafel. Dat valt niet mee, hè? Ze moeten niet, ze willen het zelf. Ze willen, net als hun ouders en de andere volwassen moslims, meedoen aan het vasten.

Wim is als een van de eersten klaar bij de kraan. Hij ziet Kariem en Ali op hun plaats. Wim heeft zijn handen niet afgedroogd. Hij loopt naar Kariem toe. "Hier, lekker fris," zegt hij en spat Kariem nat. Vandaag heeft Kariem geen zin in grapjes. Dat ziet Wim en hij zegt: "Heb je dan geen dorst, man?" Ali bemoeit zich ermee. "Laat ons met rust, joh! Het is ramadan. We drinken nu niet!" - "Met die hitte, hoe houden jullie dat uit? Ik wist niet, dat jullie meedoen." Het wordt stil in de klas. Wim ziet dat iedereen op zijn plaats zit. Gauw zoekt hij ook zijn stoel op.

"'t Is te warm voor schrijven, jongens," zegt meester. "Ik stel voor, dat we maar iets anders. gaan doen." Er klinkt geen gejuich. De klas heeft geen hekel aan schrijven. "Wat dachten jullie van een mooi verhaal?" Nu klinkt er wel gejuich. Alleen Gerrie schudt van nee.

Gerrie schudt vaak nee, als iedereen ja zegt. En als iedereen nee roept, zegt Gerrie vaak ja. Niemand let daar dan ook op. Meester zoekt in het voorleesboek naar een mooi verhaal. "Ha, hier heb ik al iets. Dit is een verhaal over Guus. Guus woont op een boerderij. Hij mag een feestje geven, want hij is jarig. Luister maar." Meester begint voor te lezen.

Kariem probeert te luisteren. Dat valt niet mee. Hij is moe en heeft slaap. Het is ook zo warm in de klas. Geen wonder dat hij slaap heeft. Hij was er vanmorgen al zo vroeg uit. Ali heeft geen last van slaperigheid. Maar ook hij kan het verhaal slecht volgen. Achter de meester hangt een grote plaat. 'Fruit is gezond' staat erop. Wat een lekkere vruchten. Hij zou zo wel in die appel willen bijten. Of in zo'n stuk watermeloen. Het water komt Ali in de mond. Snel kijkt hij naar iets anders. Hij ziet Kariem. Kariem knippert met zijn ogen. "Hé, psssst! Hé, Kariem, je valt toch niet in slaap," fluistert Ali. "Kariem en Ali, jullie letten toch ook op, hè?" zegt meester. "Straks mogen jullie er in groepjes een tekening over maken."

"Ja, meester," zegt Ali snel. Kariem gaat wat meer recht op zitten. "Toch maar proberen op te letten," denkt hij. Meester gaat verder: "Guus had vier vriendjes mogen vragen. Om twee uur zouden ze komen. Moeder had lekkere dingen klaargemaakt. Zelfgemaakte limonade van de frambozen uit de tuin. Guus had er al van mogen proeven. Heerlijk smaakte die limonade. Moeder had ook een taart gemaakt. Op de taart stonden acht kaarsjes. En wat zag die taart er lekker uit! Rondom was er chocola opgespoten. Bovenop was hij versierd met slagroom, bessen en aardbeien. Guus wilde nu ook wat van de taart proeven. Moeder wilde dat niet. Guus was alleen bij de taart. Zou hij stiekem; een likje slagroom... een aardbei... dat zou toch niemand merken. Oei! Het water kwam Guus in de mond."

Oei! Oei! Ook bij Kariem en Ali. Het wordt Kariem te veel. Eerst die hitte in de klas. En nu dat verhaal met al dat lekkers. Hij steekt zijn vinger op. "Meester, mag ik even naar de wc?" - "Je komt net van buiten. Dan heb je zeker te veel water gedronken daarnet. Nou, vooruit ga dan maar even." Kariem antwoordt niet. Laat de meester maar denken, dat hij hoge nood heeft. Hij loopt de klas uit. Op de gang is het wat frisser. "Hè, hier is het beter," zucht Kariem. Hij hoeft niet naar de we. Dat was zomaar een smoesje. Als je zo lang niet drinkt, hoef je ook niet zo nodig te plassen. Achter in de gang hangen wat oude foto's. Kariem heeft ze al gezien. Misschien is het goed er nog eens naar te kijken.

"Zo, wat doe jij hier?" hoort Kariem zeggen. Hij schrikt ervan. Het is juffrouw Wilma met een kopje thee voor meester Paul.

"Ik, eh... ik moest zo nodig," antwoordt Kariem.

"Je bent hier wel een eindje uit de buurt. Je weet toch wel waar de wc is?" Kariem antwoordt niet. Hij kijkt naar de grond. Juf zal nu wel boos op hem zijn. "Dan zou ik nu maar opschieten als ik jou was. Of hoef je niet meer?" vraagt de juf lachend. Kariem knikt van ja en weg is hij, naar de wc. Hij doet zijn broek omlaag en gaat op de bril zitten. Stel je voor dat juf komt kijken! Maar de juf komt niet. Kariem hoort geen voetstappen. Wel hoort hij de kraan. De kraan druppelt. Die is niet goed dichtgedraaid. "Drup, drup, drup." O, wat heeft hij een dorst! "Drup, drup, drup... srup, srup, srup... zup, up. up... zap, zap, zap... zam, zam..." 'Zamzam', zo heet de heilige bron in Mekka. Daar ver weg druppelt de bron voor de moslims die dorstig zijn. Op koranles heeft hij dat gehoord. Kariem wil een goede moslim zijn. Hij wil nu niet drinken. Het is immers ramadan. Als ze vanavond aan tafel gaan, wil hij kunnen zeggen, dat hij ook mee doet met vasten. Wat zal vader dat flink van hem vinden. Het is ook wel moeilijk. Er zijn mensen die geen eten hebben. Ja, dat heeft vader verteld.

Arme mensen. Wat erg, honger te hebben en niet te kunnen eten. Of dorst te hebben en niet te kunnen drinken. Vanavond drinkt Kariem wel en eet hij ook. "Zam, zam... zap, zap... zrup... zrup... drup... drup..." Hè, wat druppelt die kraan toch. Kariem hijst zijn broek weer op. Hij gaat naar de klas terug. Je kunt niet te lang weg blijven.

Meester is klaar met het verhaal. De kinderen zijn in groepjes bezig met de tekeningen. "Kariem, jij doet mee met het groepje van Aafje," zegt meester. Aafje is al druk bezig. Ze heeft een leuk idee. Ze maken een boerderij zo groot als het papier. Je kunt zo in de kamers kijken. De voormuur is weg. Wim tekent vogels op het dak. Ellie tekent slingers in de kamer. Evert wil een konijnenhok tekenen. Aafje vindt, dat dat niet kan. "Je kunt toch geen konijnenhok in huis tekenen!" zegt ze boos. "Nou, deze kamer was nog dicht," zegt Evert. "Kijk, hier heb je de muur." Evert tekent stenen in de muur en een raam. "Heel gewoon, nu zitten ze buiten." Even lijkt het erop dat er ruzie komt. Wat is Aafje boos! Ellie sust het: "Kom nou, Aaf. Dan is het toch gewoon een stal. Dat konijnenhok staat in de stal. Dat kan toch ook." Kariem vindt de tekening best mooi worden. "Ik help Ellie met het versieren van de kamer," zegt hij. "Dat hoeft niet, die is mooi zo. Vul jij die stal maar wat op met wat varkens of zo. Of teken jij de taart en de limonade," zegt Aafje. "Nee, dat wil ik niet tekenen," antwoordt Kariem. Kariem wil eigenlijk helemaal niet tekenen. Hij blijft staan kijken wat de anderen tekenen. Oef, wat is het nog heet! Daar gaat de bel. Het is vier uur.

"Ik ga vragen, of ik een ijsje krijg," zegt Wim als ze buiten staan. "Ga je met mij mee?" vraagt Ali aan Kariem. "Mij best," antwoordt Kariem. Samen lopen ze de hoek om en gaan naar huis. In de tuin van Ali is het lekker koel. Ze gaan languit op het gras liggen. Kariems ogen vallen toe. Het wordt langzaam minder warm. Onder de boom wordt het zelfs een beetje koud. Kariem is wakker. "Zullen we tv gaan kijken?" stelt Ali voor. Dat is een goed idee. In huis is het nu lekker. Op de tv is een film al begonnen. Ze snappen er niet veel van. Dat komt natuurlijk omdat ze het begin niet gezien hebben. Dan volgt de reclame. Ze lachen om de grapjes van het leeuwtje Loekie. Een filmpje over een merk tandpasta. Reclame over toetjes. Dan een filmpje over frisdrank. "Doe uit dat ding," zegt Kariem boos. Kariems vader komt thuis. Het is al wat donker buiten. Kariem gaat naar huis. Als de zon helemaal onder is gaan de moslims aan tafel. De eerste dag van de ramadan is voorbij. Een volle maand duurt het vasten. Kariem en Ali zijn blij. Het eten lijkt veel lekkerder dan anders. Wat een feest om na zo'n vastendag zo gezellig met elkaar te eten. Ze mogen best een beetje trots op zichzelf zijn. Want, echt waar, dat valt toch niet mee, zo'n hele dag zonder eten en drinken.


*   *   *

Kariem en Ali doen ook mee Samenvatting
De belevenissen van twee jongens tijdens Ramadan. Belevenissen van twee islamitische jongens die op een Nederlandse school zitten en duidelijk moeten maken dat de Ramadan belangrijk voor hen is. Lees het verhaal

Toelichting
Nederlandse literatuur. In dit verhaal komen een aantal (traditionele) gebruiken voor die inzicht geven in de vastenmaand. Dit ervaringsverhaal is niet makkelijk te vertellen, maar kan na voorgelezen te zijn wel inspireren tot het vertellen over eigen ervaringen van leerlingen.

Zie ook: Zomaar een dag in de Ramadan

Trefwoorden

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Bundel: Feestverhalen uit verschillende tradities" Lemniscaat, Rotterdam, 1990. ISBN: 90 6069 717 0

Herkomst: Nederland
Verteltijd: ca. 16 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook