Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 14 min.
Herkomst:




Klaar en Helderfeest Een Chinees verhaal bij Qingming (Gravenfeest) op 5 april

In de tijd die beschreven wordt in de Annalen van Lente en Herfst (de achtste tot en met de vijfde eeuw v. Chr.), leefde er in de staat Jin een hoge ambtenaar genaamd Jie Zitui. Zijn leven lang beminde hij het volk als zijn kinderen, zonder dat hij aanzien of rijkdom wenste.

Toen in een zeker jaar een groep verraders probeerde de erfprins van Jin, Chong'er, te vermoorden om diens jongere broer, de prins Shenshong, troonopvolger te laten worden, hielp Jie Zitui, toen hij daar lucht van had gekregen, Chong'er om te vluchten uit Jin en hij ging met hem mee op zijn omzwervingen. Onderweg in een groot gebergte raakten ze verdwaald en enkele dagen en nachten achtereen hadden ze niets te eten. Prins Chong'er werd duizelig en draaierig van de honger en kon niet verder lopen. Waar zouden ze in dit woeste berggebied iets te eten vinden?

Gezeten op een versleten mat keek Chong'er wanhopig naar de hemel en zuchtte: "Mijn eigen dood is onbetekenend, ik vrees alleen dat het volk van Jin voortaan geen vrede en geluk zal genieten!"

Toen Jie Zitui deze woorden hoorde, bedacht hij dat als Chong'er ondanks alle ontberingen zijn volk nog niet vergat, hij hem met volledige toewijding moest bijstaan. Hij verborg zich op een stille plek en sneed een stuk vlees van zijn eigen dijbeen, dat roosterde hij tot het gaar was en gaf het toen aan Chong'er. Chong'er nam het aan en at, als een hongerige wolf, alles schoon op. Vervolgens vroeg hij: "Waar kwam dat vlees vandaan? Is er nog wat over?" Jie Zitui stak zijn dijbeen naar voren en zei: "Het vlees komt van mijn been. Als u het lekker vindt, zal ik nog een stukje afsnijden."

Starend naar het dijbeen van Jie Zitui zei Chong'er tot tranen toe bewogen: "Hoe zal ik u ooit deze weldaad kunnen vergelden?"

Jie Zitui antwoordde: "Prins, ik zoek geen enkele beloning, ik hoop alleen dat u nooit mijn bedoeling bij het afsnijden van mijn eigen vlees zult vergeten. Wij zwerven in het buitenland door weer en wind en u weet nu wat het gewone volk te lijden heeft, zodat u zich zult bezinnen op de juiste wijze van landsbestuur. Mijn enige wens is dat u uiteindelijk een 'klaar en helder' landvorst zult zijn!"

Nadat de prins van Jin, Chong'er, negentien jaren had gezworven door vreemde landen, wisten de trouwe ambtenaren in de staat Jin de verraders te verslaan en zij nodigden hem uit om terug te keren naar zijn vaderland en de troon te bestijgen. Op de terugweg naar zijn vaderland, toen zijn rijtuig al dicht bij de hoofdstad was, viel zijn oog op die ene volledig versleten mat die hem op al zijn omzwervingen gezelschap had gehouden. Daardoor onaangenaam getroffen wipte hij hem met zijn zwaard uit de wagen. Jie Zitui, die achter de wagen liep, raapte de versleten mat op, en na lang en diep gepeins ging hij onopgemerkt weg, naar zijn eigen huis.

Nadat Chong'er landvorst was geworden, beloonde hij alle personen die hem trouw waren gebleven, maar hij vergat Jie Zitui. Toen iemand Chong'er erop opmerkzaam maakte hoezeer hij daarmee Jie Zitui te kort deed, herinnerde hij zich dadelijk wat er was voorgevallen en hij schaamde zich zeer.

Terstond zond hij een bode uit om Jie Zitui uit te nodigen naar het hof te komen om beloond te worden. De bode bezocht hem herhaaldelijk, maar Jie Zitui volhardde in zijn weigering om te komen. Er zat voor Chong'er niets anders op dan om hem zelf te gaan uitnodigen.

Toen Chong'er bij het huis van Jie Zitui aankwam, zag hij dat de poort gesloten was. Bij navraag onder de buren bleek dat Jie Zitui, omdat hij hem niet wilde ontmoeten, met zijn oude moeder op de rug het Miangebergte was in gevlucht. Daarop liet Chong'er zijn lijfwacht het Miangebergte doorzoeken. Maar wanneer zij de voorzijde van het gebergte doorzochten ging Jie Zitui met zijn oude moeder op de rug naar de achterzijde van het gebergte, en wanneer zij de achterzijde van het gebergte doorzochten, dan ging Jie Zitui met zijn oude moeder op de rug naar de voorzijde van het gebergte.

Het waren woeste bergen en wilde ketens, met zijn tweeën hielden ze zich daartussen schuil. Ze leken wel een speld die in de zee is gevallen, een rijstkorrel die op het strand is gevallen: hoe ze ook werden gezocht, zelfs geen schaduw werd van hen gezien.

Iemand stelde voor om het Miangebergte in brand te steken: als ze aan drie zijden het vuur aanstaken en een zijde open lieten, zou Jie Zitui vast en zeker te voorschijn komen zodra het vuur maar eenmaal flink oplaaide. Daarop liet Chong'er het Miangebergte in brand steken. Maar ook toen het vuur was uitgewoed, was Jie Zitui niet te voorschijn gekomen uit het Miangebergte. Toen men hem opnieuw ging zoeken, ontdekte men dat Jie Zitui, met zijn oude moeder op de rug, leunend tegen een geblakerde grote wilg gestorven was. Chong'er maakte een diepe buiging voor het lijk van Jie Zitui en ten prooi aan verdriet begon hij luid te wenen. Nadat hij hem gedurende enige tijd had beweend werd het lijk weggehaald om het op gepaste wijze te begraven en zo ontdekte men dat Jie Zitui met zijn rug een gat in de holle wilg had afgedekt. In dat gat leek iets te liggen. Toen ze het eruit opvisten bleek het een stuk van Jie's mantel te zijn waarop met bloed de volgende regels stonden geschreven:

Mijn eigen vlees en bloed heb ik uit trouw mijn heer en vorst geboden,
Mijn wens was dat mijn heer en vorst steeds klaar en helder blijft!
Ik werd een schim bij deze wilg, ben niet aan u verschenen.
Zo dien ik u als raadsheer beter dan als aan uw zijde.
Indien wellicht mijn heer en vorst soms nog aan mij zou denken,
Dan hoop ik dat u steeds daarbij uzelf zult onderzoeken.
Uw dienaar hoeft zich in zijn graf dan niet te schamen,
Als u in uw bestuur steeds klaar en helder bent en blijft!

Toen Chong'er dit had gelezen vouwde hij de door Jie Zitui met eigen bloed beschreven lap op en stak hem in zijn mouw. Vervolgens liet hij Jie Zitui en diens moeder elk in een eigen graf begraven onder de door het vuur geblakerde grote wilg.

Toen dat was gebeurd vaardigde Chong'er een bevel uit waarbij het verboden werd om op deze dag in het jaar vuur te maken en hij gebood dat gedurende deze dag koud voedsel moest worden genuttigd, waarmee deze dag werd ingesteld als het Koud Eten-feest.

Op het Koud Eten-feest van het volgende jaar kwam Chong'er met al zijn ambtenaren naar het Miangebergte. Aan de voet van de berg aten ze gedurende een dag alleen koud voedsel en de volgende dag ging hij in het wit van de rouw te voet het gebergte in om te offeren.

Bij die gelegenheid zag hij dat de dode wilg weer was uitgelopen, en de duizend groene twijgen wiegden in de wind. Chong'er werd daardoor ontroerd: bij de aanblik van de herboren wilg was het hem alsof hij Jie Zitui zelf zag, en eerbiedig liep hij op hem toe, brak liefdevol een twijg af, maakte daarvan een kroon en zette die op zijn hoofd. Toen de ambtenaren zagen dat hun heer en vorst een wilgentwijg op zijn hoofd droeg, volgden ze zijn voorbeeld door wilgentwijgen te plukken en die op hun hoofd te steken. Nadat de vorst en zijn ambtenaren met een wilgentwijg op hun hoofd hadden geofferd en de graven hadden gereinigd, schonk Chong'er de herboren oude wilgenboom de naam van de Klare en de Heldere Wilg, en bovendien stelde hij deze dag in als het Klaar en Helder-feest.

Chong'er droeg het door Jie Zitui in bloed geschreven gedicht steeds bij zich in zijn mouw en beschouwde het als waarschuwende woorden om zichzelf tot waakzaamheid te manen. In staatszaken was hij klaar en helder, hij bestuurde het land bijzonder goed zodat de staat rijk werd en het volk sterk. Zo werd hij een van de Vijf Hegemonen, zo werd hij de beroemde Hertog Wen van Jin.

Het gewone volk leefde in rust en vrede en koesterde een buitengewone bewondering voor Jie Zitui, die door zijn dood zijn vorst tot inkeer had gebracht. Daarom aten ze later, op de dag voorafgaande aan het Klaar en Helderfeest, steeds eerst gedurende een dag koud voedsel, en op de volgende dag - Klaar en Helder - maakten ze kronen van wilgentwijgen om op het hoofd te dragen en staken wilgentwijgen op hun huisdeur; bovendien kapten ze wilgenloten om langs de sloten voor hun deur te planten als herdenkingsteken. Later veranderde het Klaar en Helderfeest geleidelijk in het aanvegen en verzorgen van de graven ten behoeve van de doden.

De gewoonte om op het Klaar en Helder-feest wilgentwijgen te dragen en ergens op te steken is van geslacht op geslacht overgeleverd, tot op de dag van vandaag. Ofschoon de mensen tegenwoordig niet meer koud eten, zullen ze toch steeds weer op het Klaar en Helderfeest het verhaal vertellen over het Miangebergte dat door vuur werd verbrand, en zo een trouw dienaar gedenken.


*   *   *

Klaar en Helderfeest Samenvatting
Een Chinees verhaal bij Qingming (Gravenfeest) op 5 april. Het Klaar en Helderfeest of Qingming is het belangrijkste voorjaarsfeest. Het wordt gevierd op de 105-e dag na de winterzonnewende, dus omstreeks Pasen. Dit verhaal vertelt de oorsprong van dat feest. Lees het verhaal

Toelichting
Op deze dag bezoekt men de graven van de voorouders, die men reinigt en herstelt. Deze werkzaamheden worden besloten met een picknick. Het Klaar en Helder-feest heeft de plaats ingenomen van het Koud Eten-feest dat gevierd werd op de Derde Dag van de Derde Maand ter nagedachtenis van Jie Zittui.

Trefwoorden

Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Feesten. Verhalen over feesten uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" uitgegeven door Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: China
Verteltijd: ca. 14 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook