Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 14 min.
Herkomst:




Li Jing, de stichter van de Tang-dynastie

Li Jing, onder de Tangdynastie hertog van Wei, ging toen hij nog niet beroemd was, vaak jagen in het Huogebergte en overnachtte dan ook in de bergen. De dorpsoudsten, die vol bewondering voor hem waren, onthaalden hem steeds rijkelijk en werden met het verstrijken der jaren nog royaler. Eens stuitte Jing op een groep herten die hij najoeg. Toen het avond werd wilde hij onderdak zoeken, maar hij kon niets vinden. Spoedig was hij in de diepe duisternis zo verdwaald dat hij geen flauw vermoeden meer had waar hij was. Terwijl hij mistroostig voortliep en steeds wanhopiger werd, zag hij heel in de verte het schijnsel van een lamp en hij haastte zich etheen. Toen hij daar was aangekomen, vond hij een grote woonstee met een rode poort, en hoge muren en daken. Nadat hij lang aan de poort had geklopt kwam er een man naar buiten om te vragen wat hij wilde. Jing vertelde dat hij was verdwaald en vroeg onderdak voor de nacht. Het antwoord luidde." - "De jongeheren zijn afwezig en alleen mevrouw de weduwe is thuis. Het zou geen pas geven u onderdak te bieden." Jing vroeg hem toch zijn verzoek over te wilN len brengen. De man ging daarop naar binnen en kwam terug met de mededeling: "Mevrouw was eerst ongenegen, maar omdat het een bewolkte nacht is en u bovendien zegt verdwaald te zijn, ziet zij zich genoopt u gastvrijheid te verlenen." De man ging hem voor naar de hal.

Even later kwam een dienstmeisje uit de vrouwenvertrekken. Ze kondigde aan: "Hier komt mevrouw!" Mevrouw was over de vijftig en droeg een zwarte rok en een wit jak, zij maakte een waardige indruk alsof ze behoorde tot een familie van hoogwaardigheidsbekleders. Jing trad voorwaarts en begroette haar. Zij beantwoordde zijn groet en zei: "Omdat mijn zoons niet thuis zijn, zou ik u niet behoren te ontvangen. Maar vannacht heerst diepe duisternis en bovendien bent u op weg naar huis verdwaald. Waar zou u naar toe kunnen gaan als u hier niet zou mogen blijven? We wonen hier echter ver van de beschaafde wereld en wanneer mijn zoons thuiskomen is dat wel eens diep in de nacht en met veel lawaai. Weest u daardoor niet bevreesd." Daarna nuttigden ze een maal, de gerechten waren vers en fraai en bestonden voornamelijk uit vis. Na het maal ging mevrouw terug naar haar privévertrekken en brachten twee dienstmeisjes hem een bank en mar, matras en kussens. Deken en dekbed waren schoon en geurig, alles was van grote weelde. Na de deur van buiten afgesloten te hebben verdwenen de dienstmeisjes. Jing dacht bij zichzelf: Wat voor wezens zouden dat zijn die ver van de beschaafde wereld wonen en midden in de nacht thuiskomen met veel rumoer? Hij was zo bevreesd dat hij niet durfde te gaan slapen. Rechtop bleef hij zitten luisteren.

Toen het tegen middernacht liep, hoorde hij dat er met groot geweld aan de poort werd geklopt, en daarna hoorde hij dat iemand de poort opende. Er werd geroepen: "Een bevel des Hemels! De oudste zoon moet het laten regenen binnen de zevenhonderd li rondom deze berg, en in de vijfde wake moet er voldoende zijn gevallen niet te laat, niet te heftig!" De man die de poort had geopend nam het bevel in ontvangst en bracht het naar zijn meesteres. Jing hoorde mevrouw zeggen: "Nu mijn beide zoons nog niet thuis zijn, komt er een bevel om het te laten regehen! Dat kunnen we echt niet weigeren, wanneer we het niet opvolgen worden we gestraft. Maar gesteld al dat ik hen liet waarschuwen, dan zouden ze toch te laat komen. Een knecht of slaaf kan ik er ook niet mee belasten. Wat moet ik doen?" Een dienstmeisje zei: "Zoëven heb ik de gast in de hal goed bekeken, dat is geen gewone man. Waarom vraagt u het hem niet?"

Verheugd kwam mevrouw daarop zelf aan zijn deur kloppen en vroeg: "Bent u wakker? Zoudt u mij even buiten te woord willen staan?" Jing antwoordde dat hij eraankwam en ging naar haar toe. Zij zei: "Dit is niet een woning van mensen maar een drakenpaleis. Mijn oudste zoon is naar een huwelijk in de Oostelijke Oceaan en mijn jongste zoon begeleidt zijn jongere zuster. Zoëven ontvingen wij een bevel des Hemels dat wij het moeten laten regenen. Maar de afstand hemelsbreed tussen beide plaatsen is tezamen meer dan tienduizend li. Het is te laat om ze nog te waarschuwen, en het is nog moeilijker om een vervanger te vinden. Daarom ben ik zo vrij u te vragen ons een ogenblik te helpen. Zoudt u daar voor voelen?"

Jing antwoordde: "Ik ben een doodnormaal mens en niet iemand die op wolken rijdt, hoe zou ik het kunnen laten regenen? Maar als u mij de methode kunt onderwijzen heeft u mij slechts te gebieden!"

Mevrouw zei: "Als u doet zoals ik u zal uitleggen, zal het zeker lukken."

Vervolgens droeg ze een bediende op het zwartbonte paard te zadelen. Bovendien beval ze hem de regenpot te halen. Dat bleek een klein flesje te zijn, dat ze voor aan het zadel bond. Ze instrueerde Jing als volgt: "Je moet het paard de vrije teugel laten en het laten gaan waar het wil. Zodra het dier de grond krabt en hinnikt, moet je één druppel~water uit het flesje druppelen. Pas op dat het niet meer is!"

Daarop besteeg Jing het paard. Steigerend vertrok het en in een oogwenk won het hoogte. Jing was verbaasd hoe vast en snel het dier liep, en besefte niet dat hij boven de wolken was! De wind was snel als een pijl, de donder weerklonk op de hoefslag. Overal waar het paard maar trappelde liet Jing een druppel vallen. Daarna weken onder bliksemflitsen de wolken uiteen en zag hij onder zich het dorp waar hij vertoefde. Hij dacht bij zichzelf: Ik heb dit dorp al zo vaak overlast bezorgd, maar wist nooit hoe ik mijn dankbaarheid kon laten blijken. Nu heerst er een lange droogte zodat het jonge graan dreigt te verdorren. Waarom zou ik dan nog zuinig zijn nu ik de regen kan verdelen? In de mening dat één druppel onvoldoende water zou brengen, liet hij achter elkaar wel twintig druppels vallen!

Even later hield de regen op en keerde hij te paard terug. Mevrouw stond wenend in de hal: "Waarom hebt u ons zo in het onheil gestort? Ik had u toch opgedragen één druppel te laten vallen, waarom hebt u het dan eigenmachtig twintig voet laten regenen? Eén zo"n druppel is immers op aarde één voet regen! Dat dorp is om middernacht plompverloren verzwolgen door een vloed van twee zhang hoog, er leeft geen mens meer! Ik heb mijn straf al ontvangen: tachtig stokslagen! Ook mijn zoons zijn hierom veroordeeld. Wat nu?" Jing wist niet wat te antwoorden. Mevrouw ging verder: "U bent iemand uit de wereld der mensen en kent geen wet van de transformaties van wolken en regen, zodat ik u het niet kwalijk mag nemen. Ik ben slechts bang dat de drakenmeester nazoekingen zal komen doen en u schrik en vrees zal inboezemen. U moet daarom zo snel mogelijk deze plaats verlaten. Ik heb echter van uw diensten gebruik gemaakt en u daarvoor nog niet beloond. Wonend in de bergen kan ik u niets anders aanbieden dan twee slaven. U mag hen beiden nemen of u mag er één nemen, waar u de voorkeur aan geeft!" Daarop beval ze de twee slaven naar buiten te komen. De ene slaaf kwam door de oostelijke gaanderij, hij had een aangenaam voorkomen en zag er zeer innemend uit: de andere slaaf kwam door de westelijke gaanderij, een en al woede bleef hij nors en kwaad staan. Jing dacht: Ik ben een jager en leef van de strijd met wilde dieren. Nu neem ik slechts,één slaaf, maar als ik de zachtaardige neem zullen de mensen mij voor laf verslijten. Daarop zei hij: "Ik zou het niet wagen beide slaven te nemen, maar aangezien het uw geschenk is neem ik de kwade." Mevrouw zei met een glimlach: "Is dat heus alles wat u wenst?" Vervolgens nam zij met een lichte buiging afscheid van hem, en de slaaf ging met hem mee. Toen hij enige passen buiten de poort omkeek was er geen huis meer te zien en toen hij de slaaf wilde vragen hoe dat kon was ook deze verdwenen.

Alleen ging hij terug op weg naar huis. Toen het licht werd en hij over het dorp uitzag, strekte het water zich uit zover zijn blik reikte. Alleen van de hoge bomen was hier en daar een tak te zien, geen mens was meer inleven!

Later pacificeerde Jing uiteindelijk als opperbevelhebber opstanden van rebellen, zijn verdiensten waren de grootste in heel de wereld maar toch bracht hij het nooit tot kanselier. Dat moet toch wel te wijten zijn aan zijn verkeerde keuze tussen de slaven! Het spreekwoord luidt: "Het land ten oosten van de Pas levert de kanselier, het land ten westen van de Pas de generalissimo." Stelden de slaven soms oost en west voor? En de reden waarom er sprake was van slaven, was ook omdat zij symbolen zijn voor de minister. Had hij beide slaven genomen, dan was hij zowel kanselier als generalissimo geworden!


*   *   *

Toelichting
Li Jing was een van de belangrijkste generaals in de stichting van de Tang-dynastie (618-906). Li Jing maakte een grote indruk op de volksverbeelding, en verschillende verhalen trachtten te verklaren waarom hij niet zelf de keizer werd van het nieuwe, mede door hem gegrondveste heersershuis. In dit verhaal krijgt de jonge en nog onbekende Li Jang de kans om in te vallen als draak. Niet alleen is in de kunst de draak een geliefkoosd symbool voor de keizer, in het volksgeloof is iedere keizer een draak. Li Jing voert zijn opdracht om regen te brengen echter zo rampzalig uit, dat het duidelijk is dat hij de kwaliteiten mist om een ware draak te zijn. De keuze die hij maakt uit de twee hem aangeboden slaven, betekent verder dat hij nooit het ambt van eerste minister zal bekleden.

De li is een afstandsmaat van ruim zeshonderd meter. De Pas is de Hangu-pas tussen de Noordchinese laagvlakte en de Wei-vallei (in de huidige provincie Shaanxi).

'Li Jing' is afkomstig uit de bundel 'Duistere wonderen, een voortzetting (Xu Xuanguai lu)' samengesteld door Li Fuyan, die leefde gedurende de eerste helft van de negende eeuw.

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Draken en andere vreemde wezens. Verhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1991.

Herkomst: China
Verteltijd: ca. 14 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook