Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 19 min.
Herkomst:




Liyongo, de tiran van Shanga

Het gebeurde heel lang geleden, toen Shanga nog een bloeiende stad was. Er woonde een man die Liyongo heette. Hij was verschrikkelijk groot en sterk en hij was een belangrijk man in de stad. Hij had veel mensen geterroriseerd, tot ze het op een dag zo beu waren dat ze een plan maakten: ze gingen naar zijn huis en bonden hem vast. Een hele menigte stroomde samen voor zijn huis en ze brachten hem naar de gevangenis, waar hij in de boeien werd geslagen.

Hij bleef daar vele dagen en beraamde plannen om zich te bevrijden. Hij ontsnapte en ging gewoon door met het terroriseren van de inwoners van de stad, nog meer dan vroeger. Dit duurde verschillende dagen. De mensen durfden niet meer naar hun velden te gaan, of hout te gaan zoeken, of water te halen. Ze verkeerden in grote moeilijkheden. En de mensen zeiden: welke handigheid zouden we kunnen verzinnen om hem toch te pakken te krijgen en te doden? Eentje sprak: "Laten we naar zijn huis gaan als hij slaapt, en hem zo uit de weg ruimen." Anderen zeiden: "Als jullie hem in zijn slaap overmeesterd hebben, bind hem dan vast en breng hem hier." Ze gingen op weg om het plan uit te voeren. Ze grepen hem beet, ze bonden hem vast en ze droegen hem naar de stad. Dit keer stopten ze hem niet alleen in de cel, maar sloegen hem ook in de boeien en de ketens, en maakten zijn voeten vast aan een stuk hout.

Ze lieten hem gedurende vele dagen zo liggen, en zijn moeder kwam hem alle dagen eten brengen. Voor de deur van de cel waarin hij zat opgesloten stonden soldaten opgesteld om hem te bewaken. Ze losten elkaar af en nooit werd hij alleen gelaten. Zo gingen verscheidene weken en maanden voorbij. Dag na dag, nacht na nacht zong hij zeer mooie liederen. En iedereen die hem hoorde zingen was verrukt door die liederen. Het werd een gewoonte in de stad om tegen vrienden te zeggen: "Kom, laten we naar de liederen van Liyongo gaan luisteren die hij steeds maar zingt in zijn cel." Iedereen ging er naar toe en luisterde.

Elke dag, als het begon te schemeren, stroomden de mensen samen en ze zeiden hem: "We zijn gekomen voor je liederen. Zing maar, we zullen luisteren." En hij zong; hij kon niet weigeren, want de mensen van de stad hielden zozeer van zijn gezang. En elke dag maakte hij andere liedjes, steeds nieuwe, ondanks zijn woede om zijn gevangenschap. De mensen begonnen verschillende van zijn liederen een beetje te kennen, maar alleen hijzelf, zijn moeder en zijn dienaren kenden ze door en door. En zijn moeder begreep ook de geheimste betekenissen van wat hij zong, terwijl de mensen van de stad daar niets van af wisten.

Op een dag kwam een slavinnetje van zijn familie met wat eten, maar zijn bewakers namen het haar af en aten het zelf op. Ze lieten alleen wat kruimeltjes over en gaven die haar terug. En dat slavinnetje sprak tot haar meester: "Ik had wat eten meegenomen, maar de bewakers hebben het me afgenomen en opgegeten en alleen maar die paar kruimels overgelaten." Hij zei: "Geef die maar aan mij." Hij kreeg ze, hij at ze op en dankte God voor wat hij gekregen had.

En hij zong een lied voor het slavinnetje terwijl zij buiten voor de deur stond te wachten:
Ewe kijakazi nakutuma uwatumika Kamwambia mama,
ni mwinga siyalimka Afanye mkate,
pale katika tupa kaweka
Nikeze pingu na minyoo ikinyoka
Ningie ondoni ninyinyirike ja mana nyoka
Tatange madari na makuta kuno kimeta.

Jij, slavinnetje, je wordt gezonden
om aan mijn moeder te zeggen
dat ik een onwetende gek ben,
zeg haar een brood te maken en binnenin
moet ze een vifi verbergen waarmee
ik de ketenen kan losmaken en de boeien kan openen
zodat ik op weg kan gaan,
als een slang zal ik naar buiten glippen,
over daken en muren zal ik klimmen,
naar deze en gindse kant zal ik aandachtig kijken.
En hij voegde er aan toe: "Geef haar mijn groeten en herhaal haar precies wat ik jou gezegd heb." Het slavinnetje vertrok en vertelde Liyongo's moeder: "Je kind laat je groeten, en hij heeft me de woorden gezegd die ik je kom meedelen." Het slavinnetje herhaalde precies wat haar gezegd was.

Liyongo's moeder begreep de wens van haar zoon onmiddellijk, en ze ging dadelijk naar de winkel. Ze kocht er een zak graan en gaf die aan haar dienaar om het graan te wannen en te stampen. Daarna ging ze verschillende vijlen kopen en ging ermee naar huis. Ze nam de bloem en bakte er zeer fijne koekjes van. Daarna nam ze zemelen en maakte er een groot grof brood van. Daarin verstopte ze de vijlen. Ze stopte alles in een zak en liet een dienaar halen om hem naar de stad te dragen.

Ze vergezelde hem, en toen ze bij de deur van de cel aankwamen werden ze tegengehouden door de bewakers die zeer geïnteresseerd waren in de inhoud van de zak. Ze namen de fijne koekjes en aten ze op. Ze zeiden: "Dat zemelbrood daar, geef dat maar aan meneer daarbinnen." Ze nam het brood mee naar binnen, brak het daar, haalde de vijlen te voorschijn en verborg ze. Hij at het brood op en dronk wat water, en hij dankte God. De mensen van de stad wilden dat hij ter dood zou gebracht worden. Hijzelf had ook opgevangen dat ze hem wilden terechtstellen. Hij vroeg zijn bewakers: "Wanneer denken jullie dat ik gedood zal worden?" Ze zeiden: "Morgen." Hij zei: "Laat mijn moeder halen en de belangrijkste man van de stad, en alle inwoners. Ik wil afscheid nemen van iedereen."

Ze gingen iedereen halen en alle mensen kwamen, ook zijn moeder en die dienaar. En hij vroeg: "Zijn jullie hier allemaal aanwezig?" En ze zeiden: "De ganse stad is hier verzameld." En hij sprak: "Ik wil een hoorn en cimbalen, en een gong." Ze gingen die voor hem halen. En hij zei: "Ik zal vandaag iets heel speciaals voor u spelen, want ik wil afscheid nemen van jullie." En ze zeiden: "Goed, doe maar, speel voor ons." En hij sprak: "Laat iemand de hoorn nemen, iemand anders de cimbalen en nog iemand anders de gong." En ze vroegen hem: "Hoe moeten we daarop spelen?" Hij leerde hen die instrumenten te bespelen. Ze speelden samen.

En hijzelf, nog steeds opgesloten in zijn cel, begon te zingen op het ritme van de instrumenten, en ondertussen nam hij de vijlen en maakte zijn boeien los. Toen de muziek iets stiller werd, werkte hij ook iets stiller, maar hij ging door met zingen en de muzikanten maakten verder muziek. Na een tijdje waren zijn boeien helemaal los.

De mensen hadden geen vermoeden van wat er zich in de cel afspeelde, terwijl hij de ketenen afwierp. De mensen hadden daar niet het minste benul van, zozeer gingen ze op in de betovering van de muziek. En toen ze zich weer bewust werden van de realiteit had hij de deur reeds opengebroken en stond hij reeds buiten. Iedereen liet zijn instrument vallen om zo rap mogelijk weg te lopen. Tevergeefs, hij had er al een paar gegrepen en sloeg ze met de schedels tegen elkaar tot ze dood waren. Liyongo verliet zo vlug hij kon de stad en nam afscheid van zijn moeder. Hij beloofde haar dat ze elkaar zouden weerzien.

Hij ging zijn eigen weg in het bos en verbleef daar vele dagen en hij terroriseerde en vermoordde verschillende mensen. Hij werd heerser over een heel gebied. De rnensen van de stad zochten ambachtslieden en ze zeiden tegen hen: "Ga naar het bos, win het vertrouwen van Liyongo en vermoord hem." De ambachtslieden vertrokken met vrees. Toen ze in het bos aankwamen sloten ze vriendschap met Liyongo. En op een dag spraken ze tot hem: "Sultan, laten we in gemeenschap eten." Liyongo antwoordde hen: "Als we in gemeenschap eten, wat moet ik jullie dan aanbieden? Ik, die zeer arm ben." Ze zeiden hem: "We zouden samen fruit kunnen eten." Hij vroeg hen: "Hoe moeten we dan aan dat fruit komen?" Ze zeiden: "Iemand van ons moet in de boom klimmen en wat fruit naar beneden brengen om samen te eten. Daarna klimt iemand anders naar boven en zo gaan we door tot we genoeg gegeten hebben." Liyongo ging akkoord.

De eerste klom naar boven, en ze aten de heerlijke vruchten. De tweede klom naar boven, en ze zetten de maaltijd voort. De derde klom naar boven, en ze gingen maar door met eten. De ambachtslieden hadden met elkaar afgesproken: "Als Liyongo naar boven klimt, schieten we hem gewoon met pijlen uit de boom." Maar Liyongo, die een zeer intelligent man was, had het plannetje wel doorzien. Toen iedereen geweest was, en ze aandrongen dat het zijn beurt was, zei hij: "Akkoord." En hij nam zijn boog in de hand, en nam zijn pijlen, en sprak: "Ik zal het rijpe fruit naar beneden schieten, zodat we het hier kunnen opeten." Hij schoot en hij brak zijn boog, en kort daarna zijn tweede boog, maar uiteindelijk was de hele boom kaal geschoten en was de grond bedekt met vruchten. Ze aten ze op.

Toen ze alles op hadden spraken ze tot elkaar: "Hij had ongetwijfeld ons plannetje door. Wat moeten we nu doen? Laten we maar naar huis gaan. Liyongo is te slim voor ons." Ze namen afscheid van hem, en spraken: "Liyongo, de chef, je bent er niet ingetuimeld. Jij bent geen mens, je hebt jezelf eruit geholpen als een duivel." Ze gingen terug naar huis en brachten verslag uit bij hun opdrachtgevers in de stad: "We hebben hem niets kunnen doen."

De mensen van de stad beraadslaagden: "Hoe vinden we iemand die hem kan doden?" En ze zeiden: "Misschien kan het zoontje van zijn broer dat wel." Ze gingen Liyongo's neefje halen. Ze spraken tot hem: "Ga naar je oom, en vraag hem wat hem kan doden. Als je het weet, kom dan terug, kom het ons vertellen, en nadat we hem gedood hebben zullen we het rijk waarover hij heerst aan jou geven." De neef stemde met die plannen in. Hij ging op stap. Toen hij aankwam, werd hij hartelijk verwelkomd door Liyongo en die vroeg hem: "Waarom ben je gekomen?" De neef sprak: "Ik ben gekomen om te kijken hoe het met je gaat." Maar Liyongo sprak: "Ik weet dat je gekomen bent om me te doden, maar de mensen van de stad zullen je bedriegen."

En de neef vroeg zijn oom: "Oompje, is er eigenlijk wel iets wat je kan doden?" En hij antwoordde: "Ja, een koperen naald. Als iemand me daarmee de navel doorboort, zal ik sterven." De neef keerde terug naar de stad, en hij antwoordde de mensen van de stad. Hij zei: "Alleen met een koperen naald kan hij gedood worden." Ze gaven hem een koperen naald, en hij keerde terug naar zijn oom. En toen die zijn neef zag naderen, zong hij een lied met de volgende woorden:
Mimi muyi ndimi mwemao, situe
Si mbwenge mimi muyi ndimi mwemao
Het betekent: "Ik, die een slecht mens ben, en hij die goed is voor jou. Doe me geen kwaad. Ik, die een slecht mens ben, en hij die goed is voor jou." Hij verwelkomde zijn neef, en hij wist dat die gekomen was om hem te doden.

Hij bleef daar twee dagen, tot Liyongo op een dag te slapen lag. Zijn neef doorboorde zijn navel met de koperen naald. Liyongo werd wakker door de pijn, stond op, nam zijn boog en zijn pijlen, en hij ging naar een plaats bij de bronnen. Hij knielde neer, met zijn boog in de hand, en legde zijn pijlen naast hem op de grond. Toen ging hij dood.

Toen 's morgens de mensen water kwamen putten uit de bronnen, zagen ze hem liggen. Ze wisten niet dat hij gestorven was, en ze keerden vlug terug naar huis. En het gerucht ging gauw door de stad: "Het is vandaag niet mogelijk om water te halen." En ieder die even ging kijken keerde vlug terug. Vele mensen gingen en keerden terug, want toen ze aankwamen zagen ze dat het niet mogelijk was om de bronnen te benaderen. Dit ging zo drie dagen door, en er kwam een ernstig watertekort.

Ze lieten de moeder van Liyongo komen en ze zeiden tot haar: "Ga naar je zoon en zeg hem dat hij daar moet vertrekken, zodat wij water kunnen halen. Als je niet wilt zullen we je doden." Zijn moeder ging naar de bron, en nam haar zoon in haar armen. Ze begon een lied voor hem te zingen. Toen viel hij neder. Zijn moeder begon te wenen, want ze begreep dat haar zoon dood was.

Ze keerde terug naar de stad, en vertelde de mensen dat hij dood was. Ze gingen kijken naar de bron, en toen ze zagen dat hij dood was begroeven ze hem, en zijn graf kun je tot vandaag de dag nog gaan bekijken in Ozi. Toen grepen ze die jonge neef en ze doodden hem ook. Zijn koninkrijk heeft hij nooit gekregen.


*   *   *

Toelichting
Shanga is een oude havenstad in het huidige Kenia. Al vroeg in de geschiedenis van de islamitisering van Afrika is deze stad overgegaan op de islam. Dit verhaal is vertaald uit het Swahili.

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
"Swahili sprookjes" samengesteld en vertaald door Kris Berwouts. Uitgeverij Elmar, Rijswijk, 1993.

Herkomst: Kenia
Verteltijd: ca. 19 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook