Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:




Nasreddin Hodja - Kleren maken de man Een Turks hodja-verhaal over eerbied voor uiterlijk vertoon

De streek rond het dorp van Hodja behoorde bijna in zijn geheel aan één man, een door iedereen gevreesde aga. Of de jaren goed of slecht waren, de aga was onverbiddelijk in zijn eis dat twee-derde van de oogst hem toebehoorde.

Een goede oogst betekende voor de boeren in die dagen leven in armoede; een slechte oogst bracht diepe ellende. De ratten in de vele graanpakhuizen hadden toen een beter leven.

Dit jaar bracht nog meer rampspoed: de dochter van de aga ging trouwen. Zijn onderdanen had hij verplicht om vrijwillig een tiende van de oogst als huwelijksgeschenk af te staan.

De voorbereidingen voor de bruiloft waren in volle gang. In het ene gedeelte van het huis zaten de vrouwen bij de bruid. Haar handen werden zorgvuldig versierd met roodbruine henna. De moeder van de bruid tekende de traditionele motieven op haar vingers, die toen afzonderlijk in verband werden gewikkeld. Daarna hieven de vrouwen een hartstochtelijk gejammer aan om het meisje aan het huilen te krijgen. Ze móest huilen, omdat ze afscheid nam van haar jeugd en haar onschuld.

In een ander gedeelte van het huis ging het vrolijker toe. Dit was het domein van de bruidegom. Omdat hij haar neef was, die al jarenlang door de aga werd opgevoed, vonden de voorbereidingen in hetzelfde huis plaats. Samen met zijn vrienden en de mannelijke familieleden danste hij tot diep in de nacht op de muziek van de vele muzikanten. Dansend en etend nam hij afscheid van zijn jongensjaren.

De volgende dag werd de bruidegom onder luid geschreeuw door zijn vrienden naar de bruid gebracht.

De gasten droegen prachtige kostuums van zijde, vol goudbrokaat en edelstenen. Maar die verbleekten bij het gewaad van de bruid. Vele vingers in een verre stad hadden een hemels kleed gecreëerd. De waarde ervan moest voldoende zijn om het hele dorp jarenlang te eten te geven.

Onze Hodja was de enige hodja in het land van de aga, daarom gaf deze hem de opdracht de huwelijksceremonie te leiden. Hodja koesterde weinig genegenheid voor deze man; diep in zijn hart wilde hij zelfs weigeren. Maar ook Hodja was slechts een marionet in het schaduwbeeldenspel van de aga.

Hodja had speciaal voor vandaag de kleding aangetrokken die hij droeg, als hij zijn land bewerkte. Hij deed juist op deze dag zijn best er nog alledaagser uit te zien dan gewoonlijk.

Hodja mompelde de voorgeschreven soera's en zijn mond blies ze in de richting van het bruidspaar om ze daar werkzaam te laten worden. Het huwelijk was gesloten.

's Avonds was er een grote feestmaaltijd. Tientallen lammeren eindigden hun leven aan het spit. Alle boeren en hun families waren uitgenodigd. Daar maakten ze dankbaar gebruik van, zodat ze nog iets van de afgedwongen oogst in hun maag kregen. Ook Hodja liet zich deze overheerlijke maaltijd niet ontgaan, waarbij het jaarlijkse feestmaal van het offerfeest niets voorstelde.

Als hodja kreeg hij een plaats aan de tafel van de aga en zijn gevolg. In zijn vale en vaak verstelde kleren viel hij zo uit de toon bij al het geglitter, dat de bedienden hem niets serveerden. Ze vonden dat hij buiten tussen de boeren thuishoorde. Nadat al enkele heerlijke spijzen zijn bord voorbij waren gegaan, verdween Hodja stiekem. Vol honger spoedde hij zich naar huis.

Hier kleedde hij zich om. Hij trok een fijn zijden boernoes aan, deed de gouden ring met rode robijn aan zijn vinger, zette zijn schitterende met juwelen versierde tulband op en voltooide de fraaie uitmonstering met zijn mantel van vossenbont.

Zo nam hij zijn plaats aan tafel weer in. De bedienden spoedden zich om de nieuwe gast te bedienen. De aga zelf schepte zijn bord vol met de zeldzaamste heerlijkheden.

Verbaasd over zoveel aandacht stond Hodja op. Hij deed zijn mantel uit en hield deze dicht bij zijn bord. Plechtig zei hij: "Eet meester, deze heerlijkheden zijn de uwe."

"Hodja, wat doe je nu?" vroeg de verbijsterde aga.

"Aga effendi," zei Hodja, "het zijn de kleren aan wie u deze spijzen gegeven hebt, niet aan de man die erin zit."


*   *   *

Nasreddin Hodja - Kleren maken de man Samenvatting
Een Turks hodja-verhaal over eerbied voor uiterlijk vertoon. Nasreddin is verplicht om het huwelijk van de dochter van de rijke en inhalige heerser van de streek in te zegenen. Met tegenzin doet hij dat, maar wel in oude kleren. Als hij vervolgens bij de maaltijd niet voor vol wordt aangezien heeft hij een (letterlijke) oplossing. Lees het verhaal

Toelichting
In dit verhaal wordt een aantal Turkse huwelijksgebruiken uitgelegd.

Nasreddin Hodja is een legendarisch figuur in Turkije en ook wel onder de moslimbevolking van de Balkan. Zijn belevenissen zijn te vergelijken met die van Tijl Uilenspiegel uit het Nederlandse en Duitse taalgebied. Al vanaf 1250, tijdens zijn leven, tot vandaag de dag doen er een paar honderd verhaaltjes over hem de ronde. Verhaaltjes van zijn wijsheden, listen, rechtvaardigheid, bedrog, grappen en slimheid. Iedere Turk binnen en buiten Turkije kent er wel een aantal van. De verhaaltjes worden behalve als vermaak ook gebruikt om iemand niet rechtstreeks, maar wel haarfijn (zo scherp als Nasreddin Hodja het deed) te zeggen waar het op staat.

Als hodja (islamitisch geestelijke) was Nasreddin een door velen gewaardeerd raadsman, óók en vooral in allerlei niet-religieuze aangelegenheden. Nasreddin Hodja was als praktisch filosoof vermaard om zijn subtiele grappen, die tot op de dag van vandaag bekend gebleven zijn. Van generatie op generatie zijn de anekdotes onder de mensen blijven leven en telkens opnieuw doorverteld. Het volk herkende de door Nasreddin Hodja geschetste situatie in zijn eigen dagelijkse werkelijkheid. Grootouders vertelden de verhalen telkens opnieuw door aan hun kleinkinderen, zodanig dat het leek, alsof zij de gebeurtenissen persoonlijk meegemaakt hadden.

Nasreddin HodjaNasreddin Hodja wordt vaak achterstevoren op een ezel afgebeeld. Zo is hij ook in Turkije als koperen beeldje te koop.

Het verhaal wil dat Nasreddin Hodja op een dag zo, achterstevoren, op zijn ezel reed. De mensen die hem tegenkwamen wezen hem daarop. Nasreddin Hodja antwoordde dat niet hij achterstevoren zat, maar de ezel achterstevoren liep. Toen even later de ezel struikelde in een geul in de weg, en Nasreddin Hodja viel, lachten de mensen hem uit: "Dat krijg je ervan als je achterstevoren zit."

Nasreddin Hodja riep boos naar de mensen: "Dat komt niet door mij, maar door die stomme ezel. Die moest toch zo nodig de verkeerde kant op!"

Trefwoorden

Thema

Meer verhalen over Hodja

Verhaalsoort

Bron
"Nasreddin Hodja: achterstevoren tóch de goede kant op" verteld en getekend door Ufuk Kobas. Aldus Uitgevers, 's-Hertogenbosch, 1987 / Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, Novib's, Gravenhage. ISBN: 90-70545-15-2.

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook