Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 18 min.
Herkomst:

Ophelia's schaduwspel Een verhaal van Michael Ende over een oude Engelse dame

In een oud stadje woonde een oud juffrouwtje dat Ophelia heette. Toen ze geboren werd - en dat was al lang geleden - hadden haar ouders gezegd: "Ons kind moet later een groot, gevierd toneelspeelster worden." Daarom hadden ze haar naar een beroemde figuur uit een toneelstuk genoemd.

De kleine juffrouw Ophelia had van haar ouders wel de bewondering voor de taal van de grote dichters geërfd, maar verder niets. En een beroemd toneelspeelster kon ze ook niet worden. Daar was haar stem te zacht voor. Maar ze wilde toch de kunst dienen, al was het op een heel bescheiden manier.

In het oude stadje stond een mooie schouwburg. Helemaal vooraan op de rand van het toneel bevond zich een hokje dat vanuit de zaal niet te zien was. Juffrouw Ophelia zat daar elke avond in en fluisterde de toneelspelers hun tekst toe zodat ze niet bleven steken. Haar zachte stem was daar natuurlijk precies goed voor, want het publiek mocht haar niet horen.

Haar leven lang had juffrouw Ophelia dat beroep uitgeoefend en zich er gelukkig bij gevoeld. Langzamerhand kende ze alle grote blij- en treurspelen van de wereld uit haar hoofd en hoefde ze niet meer in een boek te kijken.

Zo was juffrouw Ophelia oud geworden en de tijden waren veranderd. Er kwamen steeds minder mensen in de stadsschouwburg naar de stukken kijken, want je had nu film en televisie en ander amusement. De meeste mensen hadden een auto en als ze toch een keer naar de schouwburg wilden, reden ze liever vlug naar de dichtstbijzijnde grote stad. Daar waren veel beroemdere toneelspelers te zien en het was er ook meer de moeite waard om je zelf te laten zien.

Zo kwam het dat de schouwburg in het oude stadje gesloten werd. De toneelspelers vertrokken en ook de kleine oude juffrouw Ophelia werd ontslagen.

Toen de laatste voorstelling afgelopen was en het doek voor de laatste keer was gevallen, bleef ze nog een poosje helemaal alleen in de schouwburg. Ze zat in haar hokje en dacht terug aan haar leven.

Opeens zag ze een schaduw die over de coulissen heen en weer gleed en nu eens groter, dan weer kleiner werd. Maar er was niemand van wie hij afkomstig was.

"Hallo!" zei juffrouw Ophelia met haar zachte stem. "Wie is daar?"

De schaduw schrok zichtbaar en kromp in elkaar, hij had toch al geen vaste vorm, maar toen kalmeerde hij en werd weer groter. "Neem me niet kwalijk," zei hij, "ik wist niet dat er nog iemand was. Ik wilde u niet aan het schrikken maken. Ik heb hier alleen een schuilplaats gezocht omdat ik niet weet waar ik moet blijven. Jaag me alstublieft niet weg."

"Ben je een schaduw?" vroeg Ophelia. De schaduw knikte. "Maar een schaduw hoort toch bij iemand," vervolgde ze.

"Nee," zei de schaduw, "niet allemaal. Er zijn een paar schaduwen te veel op de wereld. Die horen bij niemand en er is niemand die ze wil hebben. Ik ben er zo een. Ik heet Schaduwschelm."

"O," zei juffrouw Ophelia, "en is het niet triest om bij niemand te horen?"

"Heel triest," verzekerde de schaduw en zuchtte zachtjes. "Maar wat doe je eraan?"

"Wil je bij mij komen?" vroeg de oude juffrouw. "Ik heb ook niemand bij wie ik hoor."

"Graag," antwoordde de schaduw, "dat zou geweldig zijn. Maar dan moet ik aan u vastgroeien en u hebt al een eigen schaduw."

"Jullie zullen best met elkaar overweg kunnen," zei juffrouw Ophelia. Haar eigen schaduw knikte.

Vanaf dat moment had juffrouw Ophelia twee schaduwen. Er waren maar weinig mensen die dat merkten, maar die verbaasden zich erover en vonden het een beetje vreemd. Juffrouw Ophelia wilde niet dat er over haar gekletst werd. Daarom vroeg ze overdag steeds aan een van beide schaduwen om zich heel klein te maken en in haar handtasje te kruipen. Schaduwen passen overal in.

Op een dag zat juffrouw Ophelia in de kerk een beetje met Onze Lieve Heer te praten. Ze hoopte dat hij ondanks haar zachte stem naar haar luisterde, maar ze wist het niet helemaal zeker. Toen zag ze op de witte muur opeens een vage schaduw, die een heel magere indruk maakte en vragend een hand uitstak. "Ben jij ook een schaduw die bij niemand hoort?" vroeg ze.

"Ja," zei de schaduw, "maar er wordt bij ons rondverteld dat er iemand is die ons opneemt. Ben jij dat?"

"Ik heb er al twee," antwoordde juffrouw Ophelia.

"Dan maakt eentje meer toch niet uit," zei de schaduw smekend. Kun je mij ook niet nemen? Het is zo triest en eenzaam om niemand te hebben."

"Hoe heet je?" vroeg de oude juffrouw vriendelijk.

"Mijn naam is Bang-in-donker," fluisterde de schaduw.

"Nou, kom dan maar," zei juffrouw Ophelia. Toen had ze dus al drie schaduwen.

En vanaf dat moment kwamen er bijna elke dag nieuwe zwerfschaduwen bij haar, want er zijn er veel op de wereld. De vierde heette Een-Alleen. De vijfde heette Nachtziek. De zesde heette Nimmermeer. De zevende heette Lichtgewicht.

En zo ging het maar door. De oude juffrouw Ophelia was arm, maar die schaduwen hoefden gelukkig niets te eten en hadden ook geen kleren nodig om zich warm te houden.

Alleen haar kamertje was soms wel erg donker en vol door al die schaduwen die bij haar bleven omdat niemand anders ze wilde hebben Juffrouw Ophelia kon het niet over haar hart verkrijgen om ze weg sturen. En er kwamen er nog steeds meer bij.

Het ergst was het als de schaduwen begonnen te kibbelen. Ze maakten ruzie om de beste plaats en vochten vaak met elkaar. Soms was er echt schaduwboksen aan de gang. In zulke nachten kon de kleine oude juffrouw Ophelia niet slapen. Dan lag ze met open ogen in bed en probeerde met haar zachte stem de schaduwen te sussen. Maar dat hielp niet veel.

Juffrouw Ophelia hield niet van ruzie, behalve als die in de taal van grote dichters op het toneel werd uitgevochten. Dan was het wat anders. En zo kreeg ze op een dag een goed idee.

"Luister," zei ze tegen de schaduwen, "als jullie bij me willen blijven, moeten jullie iets leren." De schaduwen hielden op met kibbelen en keken haar uit alle hoeken van het kamertje nieuwsgierig aan. Toen zei ze hun de woorden van de grote dichters voor, die ze allemaal uit haar hoofd kende. Ze herhaalde sommige stukken heel langzaam, vroeg aan de schaduwen of ze de zinnen na wilden zeggen. De schaduwen deden hard hun best en waren heel vlug van begrip.

Zo leerden ze van de oude kleine juffrouw Ophelia langzamerhand alle grote blij- en treurspelen van de wereld. Dat was natuurlijk een heel ander leven dan tot nog toe, want schaduwen kunnen uitbeelden wat ze maar willen. Ze kunnen eruitzien als een dwerg of een reus, als een mens of een vogel of zelfs als een boom een tafel.

Vaak speelden ze de hele nacht de prachtigste toneelstukken voor juffrouw Ophelia. En zij fluisterde hun de woorden toe zodat ze niet bleven steken.

Maar overdag woonden ze allemaal - behalve die van haarzelf natuurlijk - in juffrouw Ophelia's handtasje. Ja, schaduwen kunnen zich ongelooflijk klein maken als ze willen.

De mensen kregen al die schaduwen van juffrouw Ophelia dus nooit te zien, maar ze merkten toch dat er iets ongewoons aan de hand was. En de mensen houden niet van ongewone dingen.

"De oude juffrouw doet zo vreemd," zeiden sommigen achter haar rug. "Ze kan beter naar een tehuis gebracht worden, waar ze voor haar zorgen." En anderen zeiden: "Misschien is ze wel gek. Wie weet wat ze op een dag nog aanricht." En ze gingen haar allemaal uit de weg.

Ten slotte kwam de eigenaar van het huis waar juffrouw Ophelia een kamertje had en zei: "Het spijt me, maar u moet voortaan twee keer zoveel huur betalen." Dat kon juffrouw Ophelia niet. "Dan kunt u maar beter vertrekken, hoezeer het me ook spijt," zei de huisbaas.

Juffrouw Ophelia pakte het weinige dat ze bezat in een koffer en ging weg. Ze kocht een kaartje, stapte in de trein en ging de wijde wereld in. Ze wist zelf niet waar naartoe.

Toen ze ver genoeg gereden had, stapte ze uit en ging te voet verder. In haar ene hand droeg ze haar koffer en in de andere haar handtasje met alle schaduwen. Het was een heel lange weg.

Op het laatst kwam Ophelia bij de zee, toen kon ze niet meer verder. Ze ging zitten om een beetje uit te rusten en viel in slaap. Al haar schaduwen kwamen uit haar handtasje, gingen om haar heen staan en overlegden wat er nu moest gebeuren.

"Eigenlijk komt het door ons dat juffrouw Ophelia nu in moeilijkheden zit," zeiden ze. "Zij heeft ons geholpen en nu moeten wij haar proberen te helpen. We hebben allemaal iets van haar geleerd, misschien lukt het wel om daarmee voor haar te zorgen." En toen juffrouw Ophelia wakker werd, vertelden ze haar wat voor plan ze hadden bedacht. "Oh," zei juffrouw Ophelia, "dat is nog eens aardig van jullie."

Toen ze in een klein dorpje kwamen, pakte ze een wit laken uit haar koffer en hing het over een kloplat. Onmiddellijk begonnen de schaduwen op het laken de toneelstukken op te voeren die ze van juffrouw Ophelia geleerd hadden. En zijzelf zat erachter en fluisterde hun de woorden van de grote dichters toe, zodat ze niet bleven steken. Eerst keken alleen een paar kinderen verbaasd toe, maar tegen de avond kwamen er ook enkele volwassenen. En iedereen betaalde na afloop een kleinigheid voor de interessante voorstelling.

Zo trok juffrouw Ophelia van dorp naar dorp en van stad naar stad. En haar schaduwen veranderden in koningen en narren, in edele jonkvrouwen en vurige hengsten, in tovenaars en bloemen, net hoe het uitkwam.

De mensen kwamen kijken en moesten lachen en huilen. Algauw was juffrouw Ophelia beroemd en als ze ergens aankwam, werd ze al opgewacht, want zoiets hadden de mensen nog nooit gezien. Het publiek applaudisseerde en iedereen betaalde iets, de één meer, de ander minder.

Na een tijdje had juffrouw Ophelia genoeg geld gespaard om een oud autootje te kunnen kopen. Ze liet het door een kunstenaar in mooie kleuren beschilderen en aan de zijkanten stond met grote letters:
OPHELIA'S SCHADUWSPEL
Daarmee reed ze de hele wereld door en haar schaduwen reden mee.

Hier zou het verhaal eigenlijk kunnen eindigen, maar het is nog niet uit. Toen juffrouw Ophelia op een dag namelijk met haar auto in een sneeuwstorm bleef steken, stond er plotseling een reusachtige schaduw voor haar, die nog veel donkerder was dan alle andere.

"Ben jij ook zo'n schaduw die niemand wil?" vroeg ze.

"Ja," zei hij langzaam, "ik geloof wel dat je dat zo kunt zeggen."

"Wil je ook bij mij komen?" vroeg juffrouw Ophelia.

"Wil je mij er dan nog bij hebben?" informeerde de grote schaduw terwijl hij dichterbij kwam.

"Ik heb er al wel meer dan genoeg, maar ergens moet je toch blijven," zei de oude juffrouw.

"Wil je niet eerst mijn naam weten?" vroeg hij.

"Hoe heet je dan?"

"Ze noemen me de Dood."

Daarna was het een hele tijd stil.

"Wil je me toch nemen?" vroeg hij ten slotte zacht.

"Ja," zei juffrouw Ophelia, "kom maar."

De grote koude schaduw omhulde haar en de wereld om haar heen werd donker. Maar meteen daarna zag ze alles met heel andere ogen, ogen die jong en helder waren en niet meer oud en bijziend. En ze had nu geen bril meer nodig om te zien waar ze was. Ze stond voor de hemelpoort en om haar heen stonden allemaal prachtige gedaanten in kleurrijke gewaden. Ze lachten tegen haar.

"Wie zijn jullie?" vroeg juffrouw Ophelia.

"Ken je ons niet meer?" zeiden ze. "Wij zijn de schaduwen die je bij je hebt genomen. Nu zijn we verlost en hoeven we niet meer rond te dwalen."

De hemelpoort ging open en de lichte gedaanten gingen naar binnen, met in hun midden de kleine oude juffrouw Ophelia. Ze namen haar mee naar een prachtig paleis. Dat bleek de mooiste en schitterendste schouwburg te zijn die je je maar kunt voorstellen.

Boven de ingang stond met grote gouden letters:
OPHELIA'S
LICHTSPEL
En daar spelen ze nu voor de engelen de lotgevallen van de mensen in de taal van de grote dichters, die ook de engelen verstaan. En die leren daarvan hoe ellendig en geweldig, hoe treurig en grappig het is om een mens te zijn en op aarde te wonen.

En juffrouw Ophelia fluistert haar spelers de woorden toe, zodat ze niet blijven steken. Er wordt trouwens gezegd dat ook Onze Lieve Heer af en toe komt luisteren. Maar dat weet niemand helemaal zeker.


*   *   *

Ophelia's schaduwspel Samenvatting
Een verhaal van Michael Ende over een oude Engelse dame. Een oude Engelse dame heeft haar hele werkzame leven een bescheiden rol gespeeld als soufleur in een klassiek theater. Als ze uiteindelijk niet meer mag werken ontdekt ze met hulp van haar schaduw haar grote kracht. Ze studeert met nog veel meer schaduwen de oude toneelstukken in. Daarmee maakt ze met groot succes een rondtrekkend schimmentheater. En als de laatste schaduw - de dood - haar komt halen wacht haar een nog mooiere carrière in de hemel. Lees het verhaal

Toelichting
Michael Ende (12 november 1929 - 28 augustus 1995) is geboren in Garmisch-Partenkirchen, Duitsland. Hij was de enige zoon van Edgar Ende, een surrealistische schilder, wie het schilderen later verboden werd door de Nazi's.

Op zijn zesde verhuisde hij naar München, waar hij het gymnasium volgde. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog is hij ondergedoken om de dienstplicht te ontduiken. Na de oorlog voltooide hij zijn opleiding en ging studeren aan de kleinkunstacademie. Via verschillende baantjes als acteur, radiopresentator werd Michael Ende uiteindelijk auteur, en schreef proza, toneelstukken, liedjes, filmscripts en kritieken.

Bij het schrijven van kinderboeken was hij terecht gekomen door een vriend, die hem vroeg de tekst te schrijven bij een boek dat de vriend illustreerde. Dit was het eerste kinderboek van Michael Ende: ‘Jim Knoop en Lucas de machinist’ (1960). In 1971 verhuisde hij met zijn vrouw naar Italië, en keerde pas in 1985, na haar dood, terug. In 1989 trouwde hij met de Japanse vertaalster van ‘Het oneindige verhaal’. Hij stierf zes jaar later aan maagkanker.

Trefwoorden


Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Verhalen en sprookjes op de grens van leven en dood" samengesteld door Bert Voorhoeve. Christofoor, Zeist, 1999. ISBN: 90-6238-637-7

Herkomst: Duitsland
Verteltijd: ca. 18 min.
Leeftijd: vanaf 12 jaar

Lees ook