Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 20 min.
Herkomst:




Papa, wat is een moslim? Een fragment uit het boek van Tahar Ben Jelloun over de islam

Tahar Ben Jelloun (Marokko, 1944) woont sinds 1971 in Frankrijk en is een prominent Franstalig auteur. Hij won de Prix Concourt en zijn werk is in 34 talen vertaald. De beelden van de Amerikaanse tragedie van 11 september 2001 hadden diepe indruk gemaakt op zijn kinderen. De gesprekken die ze her en der opvingen over het feit dat de terroristen Arabieren en moslims waren, hielden hen bezig en maakten hen bang. Naar aanleiding daarvan stelde een van zijn kinderen (nog geen tien jaar) hem de volgende vraag: "Papa, ben ik een moslim?" Tahar Ben Jelloun antwoordde: "Ja, net als je vader en moeder." Vanaf dat moment ontspon zich een gesprek waar de kinderen gedurende een aantal dagen op terug kwamen. Tahar Ben Jelloun heeft de vragen en de antwoorden gebundeld in het boek 'Papa, wat is een moslim?'. Met toestemming van uitgeverij de Geus volgt hier het tweede hoofdstuk uit het boek.


Tweede dag

Ik heb bedacht hoe dit gesprek zou zijn uitgepakt als ik het had gevoerd met kinderen tussen tien en vijftien jaar. Ik heb me hun vragen, hun bezorgdheid en hun ongeduld voorgesteld, en naar aanleiding daarvan wil ik mijn kinderen, die als moslimsgeboren zijn, en alle kinderen, in welk land ze ook wonen, wat hun afkomst, godsdienst, taal en verwachtingen ook mogen zijn, de geschiedenis van de islam en de Arabische beschaving vertellen.

Dit is zeker niet bedoeld als preek of pleidooi. Ik ben er niet op uit om te overtuigen, ik vertel zo objectief en zo eenvoudig mogelijk het verhaal van een man die profeet werd; de geschiedenis ook van een godsdienst, van een beschaving die de mensheid zoveel goeds heeft gebracht. Ik heb de koran herlezen, er de boeken van specialisten op nageslagen, gezocht in de encyclopedie van de islam en toen getracht om in enkele bladzijden vijftien eeuwen geschiedenis weer te geven, in de hoop daarmee bij te dragen tot begrip, al is het maar een beetje, voor wat er nu gebeurt.


- Papa, ik heb niet goed begrepen wat de islam precies is. Ik ben een moslim, maar wat houdt dat in?
- Ik ga van deze gelegenheid gebruikmaken om jou en alle kinderen die het willen weten het verhaal van die godsdienst te vertellen.
Er was eens, heel lang geleden, meer dan veertienhonderd jaar geleden, in Mekka, een stadje in de Arabische woestijn, een jongetje dat omstreeks het jaar 570 geboren werd. Het heette Mohammed. Zijn vader had hij nooit gekend, want die was al dood voor hij geboren werd. Het jongetje ging niet naar school. Hij groeide op zonder te kunnen lezen en schrijven. De mensen daar leefden van het weiden van vee en van handel. De handelswaar werd vervoerd door karavanen die van stad naar stad het land doortrokken. Mekka was een belangrijk handelscentrum. Alle karavanen, zowel uit het noorden als uit het oosten en het zuiden, kwamen langs Mekka, want niet ver daarvandaan ligt de stad Djeddah, die een haven heeft.

- Hoe worden de bewoners van die streek genoemd?
- Arabieren. Het waren bedoeïenen, karavaangeleiders, nomaden. Ze woonden in tenten.

- Wat zijn bedoeïenen?
- Dat zijn de eerste bewoners van Arabic. In het woord vind je het Arabische werkwoord bada'a terug, dat beginnen betekent. De bedoeïenen zijn de eerste volkeren.

- En nomaden?
- Dat zijn rondzwervende mensen zonder vaste woonplaats. Die bedoeïenen vormden kleine gemeenschappen die altijd rondtrokken, op zoek naar weiden en waterbronnen. Het waren nomaden. Ze reisden op de rug van kamelen.

- En daar is de kleine Mohammed geboren? Wat deed zijn moeder?
- Zijn moeder heette Amina; ook zij stierf toen hij klein was, nog geen zes jaar oud. Hij was al heel jong wees. Hij is grootgebracht door een voedster, Halima.
Zijn grootvader bekommerde zich om zijn opvoeding. Hij groeide op in Mekka bij zijn ooms die bewakers waren van de Ka'aba, een vierkant gebouw waarin zich een beroemde steen bevindt, de zwarte steen waarop de prefect Abraham, Gods uitverkorene, zijn voet zou hebben gezet. Die steen is heilig. Alle inwoners van Arabië kwamen eenmaal per jaar naar Mekka om te proberen die steen aan te raken. Ze maakten zoals we dat noemen een bedevaart. Maar in die streek leefden christenen en joden, dat wil zeggen bedoeïenen die in een God geloofden. De joodse godsdienst, het judaïsme, bestaat al 5762 jaar; de christelijke godsdienst 2002, jaar. In die tijd waren de joden en de christenen in die streek niet talrijk. De andere bewoners aanbaden beelden of stenen, die we afgoden noemen. Het schijnt dat er in de Ka'aba driehonderdzestig afgoden huisden. Niet alle Arabieren aanbaden afgoden. Er waren er ook die geloofden in de krachten van de natuur, in de kracht van het licht of van de wind, of in de geesten van hun voorouders, dat wil zeggen de mensen die voor hen leefden.

- Wat deed Mohammed?
- Na de eerste jaren met zijn voedster woonde hij bij zijn oom Aboe Talib, een arme, maar zeer rechtschapen man. Mohammed leerde van hem wat trouw, eerlijkheid en goedheid is. Hij beschouwde zijn oom als zijn vader. Toen hij vijfentwintig jaar was, ging hij werken bij een rijke weduwe, Chadiedja, die verschillende karavanen bezat. Ze was veertig jaar, dus veel ouder dan hij. Hij trouwde met haar en ze kregen drie jongens en vier meisjes. Maar de jongetjes bleven niet in leven.

- Waarom trouwde hij met een vrouw die ouder was dan hij?
- Dat is het lot. Zij bezat karavanen en vertrouwde de jonge Mohammed steeds meer werk toe. Op een dag stelde ze hem voor om meer te worden dan haar knecht. Dat vond hij goed.

- Is hij de oom die hem had opgevoed trouw gebleven?
- Jazeker. Diens zoon Ali, die omstreeks het jaar 600 geboren werd, stond Mohammed heel na. Hij was niet alleen zijn neef maar ook zijn vriend. Na de dood van Mohammed zou Ali een heel belangrijke rol spelen.

- Hoe werd Mohammed nu de leider van een godsdienst?
- Dat wist hij van tevoren niet. Hij was een bescheiden en gevoelig mens, die zich anders gevoeld moet hebben dan de anderen. Hij ging altijd wandelen in de omgeving van Mekka; dan ging hij de bergen in en trok zich terug in een grot om na te denken over het leven, over de natuur en over Goed en Kwaad. Hij mediteerde.

- Wat is dat, mediteren?
- Dat is heel diep nadenken en hopen dat je de zin van het leven ontdekt. Er bestaat van oudsher een verband tussen de woorden mediteren en remedie, geneesmiddel. Mohammed zocht in de stilte en de eenzaamheid een remedie tegen het leven, waarin sommigen arm zijn en anderen rijk, sommigen sterk en gezond, anderen zwak en ziek.

- Maar wat kon hij doen voor de ongelukkigen?
- Al denkend zocht hij naar een manier om ze minder ongelukkig te maken. Op een dag, of eigenlijk een nacht, toen hij zich in een grot van de berg Hira bevond, had hij een visioen, dat wil zeggen dat hij voor zich een groot, helder licht zag dat sprak; het was een belangrijke engel die hem beval te lezen. Hij zei: 'Lees.' Maar Mohammed, die toen veertig jaar was, antwoordde: 'Ik kan niet lezen.' Hij was namelijk nooit naar school geweest en kon dus lezen noch schrijven. Toen verzocht de engel Gabriël hem de volgende woorden na te zeggen: 'Lees voor in de naam van jouw Heer, die heeft geschapen. Geschapen heeft hij de mens uit een bloedklonter. Lees voor! Jouw Heer is de edelmoedigste, die onderwezen heeft met de kalam. Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.' Ontdaan en bevend herhaalde Mohammed de woorden van de engel Gabriël.

- Wat bedoel je met bloedklonter?
- Het Arabische woord is alak, dat 'kleverige materie' betekent en door sommigen is vertaald met bloedklonter. In werkelijkheid gaat het om een door spermatozoïden gevormde kleverige substantie die wij sperma noemen. Dankzij de spermatozoïden kunnen de mensen zich voortplanten.

- Wat betekent qalamun?
- Dat is het riet of de pen die werd gebruikt om te schrijven.

- Wat deed Mohammed na dat visioen? Was hij bang?
- Erg bang. Mohammed was een eenvoudig mens; hij was intelligent en vreesde in een valstrik te lopen die de duivel voor hem gespannen zou hebben. Toen hij thuiskwam vertelde hij alles aan zijn vrouw Chadiedja. Zij ging naar een christelijke geleerde in Mekka die Waraka ibn Nawfal heette, om hem te vragen wat hij ervan dacht en wat ze nu moesten doen. Deze wijze en geleerde man zei haar dat Mohammed de profeet was waarop men wachtte. God zou de mensen een afgezant sturen, de laatste, een man die zijn medemensen zou vertellen wat het heldere licht hem dicteerde.

- Waarom sprak God niet rechtstreeks tot de mensen?
- Hij deed dat liever via een eenvoudig, goed mens die de boodschap die hij hem bracht moest herhalen tegen zijn medemensen. Via dat grote, heldere licht kreeg hij zijn Openbaring.

- Wat is een openbaring?
- Iets wat verschijnt en dan heel vanzelfsprekend wordt. Als je naar de waarheid zoekt en je vindt haar, zeg je 'de waarheid heeft zich geopenbaard'. Mohammed ging Gods woord verkondigen; dat werd gedurende enkele jaren door kennissen en vrienden opgeschreven, zodat een boek ontstond, het boek van de moslims, de koran.

- Wat betekent het woord koran?
- Het woord koran komt van het Arabische werkwoord kara'avrat wil zeggen lezen, opzeggen. In twee-entwintig jaar bracht Mohammed dit boek tot stand dat enig is in zijn soort. Het werd hem regel voor regel ingegeven, later zal men zeggen vers voor vers, die samen de soera's, de hoofdstukken dus, gaan vormen. Gods woord kwam altijd tot Mohammed via de engel Gabriël, die aan hem verscheen in de vorm van een groot, verblindend licht.

- Wat zei Gabriël tegen Mohammed?
- Hij zei dat er maar een almachtige en barmhartige God is. Hij zei dat de mens het woord van God trouw moet zijn, dat hij zijn boodschap moet geloven, dat er een ander leven is na de dood, dat de mens beoordeeld zal worden naar zijn daden en dat eenieder zal moeten getuigen over wat hij tijdens zijn leven heeft gedaan; dat de goede, rechtvaardige mensen beloond zullen worden en in het paradijs zullen komen; dat de anderen, de slechteriken, de ongelovigen en de misdadigers ook geoordeeld zullen worden, maar naar de hel zullen gaan. Hij zei dat de mens het Goede moet doen en het Kwade moet laten, dat hij verstandig en gelovig moet zijn, dat hij vooral geen afgoden moet aanbidden en niet moet geloven dat er naast God nog andere goden bestaan.

- Maar onze juffrouw, die een christen is, leert ons hetzelfde!
- Ik had je toch gezegd dat er voor de komst van de godsdienst van Mohammed twee andere godsdiensten waren, het judaïsme en het Christendom, die beide een God aanbidden? Die hebben ook profeten gehad, Mozes en Jezus. De joden, de christenen en de moslims moeten 'een gemeenschap van gelovigen vormen'. De islam is er als laatste bij gekomen. We noemen het de monotheïstische godsdiensten of de godsdiensten van het boek. Het boek van de joden is de thora, dat van de christenen de bijbel, en dat van de moslims de koran.

- Ik weet wat mono betekent, een!
- Heel goed, monotheïstisch wil zeggen een God.

- Maar als de joden en de moslims dezelfde God hebben, waarom voeren ze dan oorlog tegen elkaar?
- Je haalt de dingen door elkaar; moslims en joden voeren geen oorlog tegen elkaar. Twee volken vechten om hetzelfde grondgebied, maar dat is geen godsdienstoorlog. De islam erkent de profeten van de joden en de christenen.

- Hoe dan?
- De moslims, die hun prefect Mohammed, Gods afgezant, respect, liefde en aanbidding verschuldigd zijn, zijn Mozes en Jezus hetzelfde respect verschuldigd. Vergeet niet dat de islam ongeveer zeshonderd jaar na Jezus is gekomen. Het is dus de laatste monotheïstische godsdienst uit de geschiedenis van de mensheid.

- Hoe denken de christenen over de moslims?
- Dat is een heel verhaal. Maar in 1965 heeft er in Rome in het Vaticaan, dat is waar de paus woont, een bijeenkomst plaatsgehad van vooraanstaande geestelijken, die erkenden dat 'de islam kostbare waarden bevat. Deze bijeenkomst heet 'het Tweede Vaticaans Concilie'.

- Leg me eens uit waarom men dat wat Mohammed is overkomen, islam of islamitische godsdienst noemt?
- In het woord islam zit het woord salam, dat vrede betekent. De islam is de onderwerping aan God, het symbool van de vrede. Het gaat om een onderwerping aan een almachtige God, een God die je gehoorzaamheid en trouw verschuldigd bent.

- Hoe kun je iemand gehoorzamen die je niet ziet?
- Toen ik klein was, werd mij verteld dat God alles wist en alles zag en hoorde. Ik zei tegen mijn moeder: 'Mij ook? Ik ben zo klein en zwak, ziet hij mij ook en let hij ook op mij?' Dat is het juist, zei ze, hij is almachtig, hij ziet jou ook en als je domme dingen doet, zal hij daar niet blij mee zijn. Op een dag had ik een stuk taart gepikt en was ermee in een kist gekropen om het stiekem op te eten. Ik zei bij mezelf: Hier ziet God me niet! Maar ik kreeg buikpijn omdat ik alles zonder kauwen had doorgeslikt!

- Als je je goed verstopt, kan God je niet zien!
- Toch wel, God heeft de macht om zelfs het verborgene te zien.

- Mensen die slecht zijn, die oorlog voeren en tegelijkertijd bidden en zeggen dat ze God vereren, zijn leugenaars.
- God noemt hen 'schijnheilig' en hij heeft Mohammed een heel hoofdstuk over de schijnheiligen gedicteerd. Hij veroordeelt ze.

- Leg me eens uit wat schijnheilig betekent.
- Men zegt dat van iemand met twee gezichten, iemand die de waarheid verdraait en je doet geloven dat hij de waarheid spreekt. Een schijnheilige is een verrader en een leugenaar.


*   *   *

Papa, wat is een moslim? Samenvatting
Een fragment uit het boek van Tahar Ben Jelloun over de islam. Wat is extremisme? Wie was Mohammed? Waar komt het woord Djihad vandaan? Waarom dragen veel islamitische vrouwen een sluier? Wie waren de Arabische ontdekkingsreizigers? In antwoord op vragen van zijn kinderen vertelt Tahar Ben Jelloun over de Islam en de Arabische beschaving. Het tweede hoofdstuk uit 'Papa, wat is een moslim?' van Tahar Ben Jelloun. Lees het verhaal

Toelichting
"Papa, wat is een moslim?" is een informatief boek voor iedereen die, in de huidige multiculturele samenleving, meer van de islam en zijn geschiedenis wil weten.

Papa, wat is een moslim?Oorspronkelijke titel: L'Islam explique aux enfants, verschenen bij Editions du Seuil. Oorspronkelijke tekst © Editions du Seuil, Parijs 2002. Nederlandse vertaling © Zsuzso Pennings en Uitgeverij De Geus BV, Breda, 2002.

Uitgeverij De Geus BV
Postbus 1878
4801 BW Breda, Nederland
Telefoon: 076 522 8151
Internet: www.degeus.nl

Dit fragment is geplaatst met toestemming van de uitgever.

Trefwoorden

Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
“Papa, wat is een moslim?” door Jelloun & T. Ben Jelloun. Uitgeverij De Geus, Breda, 2002. ISBN: 90-445-0256-5.

Verteltijd: ca. 20 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook