Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 17 min.
Herkomst:

Peter en de Egyptische godin Een griezelverhaal bij Halloween van Nils van Buren

Het was een stormachtige avond. De maan scheen helder en de straat waarin Peter woonde was hel verlicht. De wind waaide door de bomen en overal kwamen vreemde geluiden vandaan. Het zag er allemaal spookachtig uit. Maar toch was Peter vastbesloten om die nacht zijn gloednieuwe voetbal terug te krijgen.

Hij had de bijzondere voetbal gekregen van zijn oom op zijn 10e verjaardag. De bal stond vol met de handtekeningen van alle spelers van zijn favoriete voetbalelftal. Hij wilde hem hoe dan ook terughebben. En dus vertrok hij die nacht stilletjes naar het oude huis op de hoek van de straat.

Hij wist nog precies wat er die middag gebeurd was. Samen met zijn beste vriendje Kevin was hij aan het voetballen in de straat. Peter stond zoals altijd in het zelfgemaakte doel. Ze gebruikten altijd twee oude jassen als doelpalen. Ze waren zo een tijdje aan het spelen toen Kevin ineens voorstelde om penalty's te schieten. Peter ging in het midden van zijn doel staan en was klaar om de bal tegen te houden.

Kevin nam een aanloop en vlak voordat hij de bal raakte klonk er ineens een gil uit het oude huis op de hoek. Kevin raakte de bal en schoot hem de lucht in. Maar in plaats van recht op het doel af te gaan, vloog de bal met een boog over de schutting van het oude huis. De twee jongens verstijfden van schrik toen ze beseften dat ze zouden moeten aanbellen bij het huis. In dat huis woonde een oude vrouw die zich bijna nooit op straat liet zien. Niemand had haar ooit boodschappen zien doen of de tuin aanvegen.

Maar Peter wilde hoe dan ook zijn bal terug en verzamelde al zijn moed om aan te bellen. Kevin bleef op een veilige afstand staan kijken. Toen Peter aanbelde hoorde hij een harde schreeuw in plaats van een gewone deurbel. Hij rende terug de straat op en ging naast Kevin staan. Plotseling ging de deur van het oude huis open en die bleef op een klein kiertje staan.

"Kom op," zei Kevin. "Ga naar binnen en haal je bal op!"

Peter durfde niet zo goed, maar toch liep hij heel voorzichtig naar de deur en hij duwde hem voorzichtig verder open. De gang was aardedonker en hij hoorde of zag helemaal niets. Hij aarzelde om naar binnen te gaan en hij keek nog even naar Kevin, maar Kevin rende weg en schreeuwde nog dat hij thuis moest komen voor het avondeten.

Daar stond Peter dan. Voor het grote, oude huis. Het begon inmiddels al donker te worden en de maan begon al te schijnen. In het opkomende maanlicht zag het huis er nog veel enger uit dan overdag.

Peter verzamelde al zijn moed en net toen hij naar binnen wilde lopen klonk er weer een gil. Deze gil klonk zo angstaanjagend dat Peter zich razendsnel omdraaide en wegrende. Terwijl hij door de straat terug rende naar zijn eigen huis, hoorde hij op de achtergrond nog vaag hoe er een harde lach uit het oude huis kwam. Bevend van angst rende Peter zijn huis binnen en hij sloeg de voordeur achter zich dicht. Hijgend stond hij met zijn rug tegen de voordeur en hij besefte zich ineens dat hij van angst in zijn broek geplast had.

Hij wist dat zijn moeder soms erg boos kon worden als hij weer eens een ongelukje had gehad, dus hij sloop geruisloos de trap op en deed zijn natte broek in de wasmachine. Daarbovenop legde hij een vieze handdoek. Zo zou zijn moeder er nooit achterkomen. Hij trok een schone broek aan en ging weer naar beneden.

Tijdens het avondeten zei Peter helemaal niets. Hij hoorde niet wat zijn ouders allemaal zeiden en zelfs toen zijn jongere zusje vroeg of hij met haar een spel wilde doen op de X-Box, zijn favoriete spelcomputer, reageerde hij niet.

Hij zei tegen zijn ouders dat hij zich niet zo lekker voelde en dat hij vroeg ging slapen. Hij gaf ze een kus en ging naar zijn kamer. Hij bleef een paar uur op zijn bed liggen om te bedenken hoe hij zijn bijzondere voetbal terug kon krijgen. En ineens wist hij het!

Hij pakte wat spullen bij elkaar die hem misschien wel konden beschermen en hij wachtte tot iedereen in huis sliep. Zachtjes liep hij naar beneden. Hij struikelde bijna over Rufus toen hij de woonkamer inliep. Rufus was de labrador en hij was Peter's allerbeste vriend. Hij beschermde Peter altijd door te grommen als andere kinderen hem pijn wilden doen. Rufus had hele scherpe tanden en als de kinderen die zagen keken ze wel uit om Peter te pesten. Zachtjes deed Peter de riem om Rufus zijn nek en hij fluisterde: "Kom jongen, we gaan nog even een stukje lopen." Rufus vond alles prima en hij liep gehoorzaam mee met Peter.

De straat was hel verlicht door de volle maan en de stormachtige wind zorgde ervoor dat er overal enge schaduwen te zien waren van bomen en takken. Met Rufus dicht naast hem liep Peter naar het oude huis op de hoek. Bij de ingang van het tuinpad zei hij tegen Rufus dat hij moest blijven zitten en dat hij gauw weer terug zou zijn. Rufus luisterde en ging braaf zitten.

Daar stond Peter weer, voor het huis. De deur stond nog steeds op een kier en dit keer had Peter genoeg moed verzameld om naar binnen te gaan. Peter liep de donkere gang in en klikte zijn zaklantaarn aan, die hij had meegenomen. De muren waren volgehangen met schilderijen van katten. Als Peter erlangs scheen met zijn zaklantaarn leken ze soms te bewegen. Aan het einde van de lange gang was er een deur. Peter duwde er tegenaan en heel langzaam gleed de deur open.

Peter scheen met zijn zaklantaarn de kamer in en daar midden op een tafel lag zijn voetbal. Hij aarzelde even of hij naar binnen zou lopen, maar omdat hij zijn bal zo graag terug wilde deed hij het toch. Hij had nog geen stap in de kamer gezet of de deur sloeg achter hem dicht!

Peter verstijfde van schrik en hij voelde ineens een hand op zijn schouder.

"Zo jochie, ben je daar eindelijk?" hoorde hij een krakerige vrouwenstem vragen. "Ik heb de hele avond op je zitten wachten... Niet echt aardig van je om een oude vrouw zo lang te laten wachten hè...? Maar nu ben je er, dus we kunnen beginnen."

Peter werd ineens door twee sterke handen vastgepakt en in een stoel geduwd. Onmiddellijk sprong er een grote zwarte kat op zijn schoot en Peter bleef onbeweeglijk zitten. De zwarte kat keek hem met twee felgele ogen aan en zijn blik dwaalde niet één keer af. "Goed zo, Pareltje van me. Houd jij hem maar in bedwang," hoorde Peter de oude vrouw zeggen.

Langzaam kwam de oude vrouw op Peter afgelopen en haar gezicht werd zichtbaar. Peter moest zijn best doen om niet misselijk te worden. Het gezicht van de oude vrouw zat onder de bulten en zweren en uit verschillende open wonden kwam bloed en pus gelopen. Haar wangen waren bijna helemaal weggevallen en haar gezicht leek meer op een doodskop. De vrouw begon te lachen en Peter zag vier gele, puntige tanden. De vrouw kwam naar hem toegelopen en ze legde haar hand op Peters schouder. Nou ja, hand... het waren meer stukjes bot met wat dunne huid eromheen. Peter was nog nooit in zijn hele leven zo bang geweest, maar hij kon geen kant op. De zwarte kat bleef bovenop hem zitten en als Peter ook maar een klein beetje bewoog ging de poot van de kat omhoog en kwamen zijn klauwen tevoorschijn.

"Dus jij wilt je bal graag terughebben?" vroeg de vrouw.

"Ja... ja... mevrouw," stamelde Peter.

"Dan gaan we eerst een klein spelletje doen," zei de vrouw. "Ik ga je drie vragen stellen. Als je ze alle drie goed hebt krijg je je bal terug en kun je weer rustig naar huis toe gaan. Maar als je een vraag fout beantwoordt, laat ik mijn kleine Pareltje even zijn gang gaan. Het is al veel te lang geleden dat hij zich heeft kunnen uitleven."

"Goed mevrouw," antwoordde Peter zachtjes.

"Vraag 1. Denk goed na voordat je antwoord geeft. Ze zeggen wel eens dat katten meerdere levens hebben hè... Hoeveel levens zijn dat?"

Peter wist het antwoord. Hij hoefde niet lang na te denken en hij schreeuwde bijna: "NEGEN!"

"Donders," zei de vrouw, "dat is goed. Maar we zijn er nog niet, we hebben er nog twee te gaan."

"Vraag 2. Denk goed na voordat je antwoord geeft. Hoe heet de Egyptische godin die zich altijd omringt met katten?"

Egyptische godin, dacht Peter. Katten? Weet ik veel. Hij dacht en dacht, maar hij kon helemaal niets bedenken. Hij begon te zweten en te trillen. De grote zwarte kat die op zijn schoot zat kwam langzaam dichter bij zijn gezicht. Het beestje draaide even zijn kop om naar de oude vrouw en deze knikt goedkeurend. "Ga je gang lieve schat," zei ze.

En voordat Peter wist wat er gebeurde haalde de kat uit met zijn klauw en raakte Peter vol op zijn rechterwang, vlak onder zijn oog. Peter gilde het uit van de pijn en de oude vrouw begon als een bezetene te lachen. De kat miauwde zachtjes en begon met zijn ruwe tong het bloed van Peters gezicht af te likken.

"Lekker hè, mijn Pareltje. Geniet er maar van hoor mannetje."

Peter begon te huilen en de tranen stroomden over zijn wangen. Het zoute vocht sijpelde in de wond op zijn wang en zorgde ervoor dat het begon te branden.

"Goed, we gaan verder," zei de vrouw. "Vraag 3. Denk goed na voordat je antwoord geeft."

Maar voordat de vrouw haar vraag kon stellen schreeuwde Peter: "RUFUS!!!" en het duurde nog geen twee tellen of de hond stormde naar binnen en pakte de kat die op Peters schoot zat bij zijn nek en doodde hem. Rufus slingerde de kat tegen de muur en ging beschermend voor zijn baasje staan.

Toen de oude vrouw zag wat er met haar kat gebeurde schreeuwde ze het uit en ze rende naar het levenloze lichaam van haar pareltje. "NEEEEE!" schreeuwde ze. En huilend viel ze op de grond naast haar dode kat. Na drie snikken bewoog de vrouw niet meer. Haar lichaam lag levenloos op de grond naast de kat. En terwijl Peter naar de kat en de vrouw stond te kijken zag hij dat de twee lichamen langzaam maar zeker verdwenen. Ze leken wel op te lossen in de vloer. En uiteindelijk waren ze totaal verdwenen

Peter pakte gauw zijn voetbal en rende met Rufus de deur uit. Hij gooide de deur achter zich dicht en toen hij dat deed zag hij pas voor het eerst het naambordje wat naast de deur hing. Bastet stond erop.

Samen met Rufus rende Peter terug naar zijn huis en hij ging gauw naar zijn kamer. Hij deed zijn computer aan en zocht de naam Bastet op op het internet. En daar las hij wie de Bastet was. Bastet was een Egyptische godin die zich omringde met katten. Haar favoriete kat was een grote zwarte kater die luisterde naar de naam PARELTJE! De godin en de kat waren met elkaar verbonden en als de kat pijn had, kreeg de godin hetzelfde...

Peter ging slapen en toen hij de volgende ochtend wakker werd kon hij zich niet veel meer herinneren. Hij wist alleen dat hij een erg vreemde en enge droom had gehad. Nog half in slaap strompelde hij naar de badkamer en hij keek in de spiegel. Op zijn rechterwang zaten vier grote krassen met opgedroogd bloed en hij kon het begin zien van zes grote snorharen, vlak onder zijn neus...


*   *   *

Peter en de Egyptische godin Samenvatting
Een griezelverhaal bij Halloween van Nils van Buren. Een jongetje van 10 verliest zijn voetbal als hij met zijn vriendje penalty's aan het schieten is. De bal vliegt over de schutting van een oud huis waar een vreemd en eng oud vrouwtje woont. Midden in de nacht besluit hij zijn voetbal te gaan halen. Tijdens het spannende avontuur ontdekt hij wie het vrouwtje in werkelijkheid is: een Egyptische godin. Lees het verhaal

Toelichting
Ontvangen van Nils van Buren (MV-Toneel). Zie: www.mvtoneel.nl. Een ander griezelverhaal op de Volksverhalen Almanak van dezelfde auteur is Het geheim van de onsterfelijkheid.

Trefwoorden


Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
Ontvangen via de mail van Nils van Buren, geplaatst met toestemming van de auteur. Waarvoor dank!

Herkomst: Nederland
Verteltijd: ca. 17 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook