Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 8 min.
Herkomst:

Polyidos en Glaukos

Op het eiland Kreta woonde eens een koningspaar, Minos en Pasifae, dat een indrukwekkende schare kinderen de hunne mocht noemen. In de stad Knossos bezaten ze een reusachtig paleis dat met alle mogelijke pracht en praal versierd was. Kleurige schilderijen hingen aan de muren en in de vele gangen kon men bijna verdwalen.

Een van de vele kinderen van de koningsfamilie was een jongen die van zijn ouders de naam Glaukos had gekregen. Net als de andere kinderen ravotte Glaukos graag in het enorme paleis. Op een dag speelde hij met een bal. Opeens zag de jongen een muisje dat in de gangen en zalen van het paleis rondscharrelde; de jongen liet zijn bal vallen en rende vrolijk achter het grijsgejaste diertje aan. Zoals kinderen zijn stormde hij blindelings door het reusachtige paleis van zijn vader. In een kelder stonden allemaal vaten die met zoete honing waren gevuld. Overmoedig en opgetogen rende het kind achter het muisje aan en oeps!, zonder op te letten viel hij in een ton vol kleverige honing.

Wijd en zijd was geen hulp te bekennen en het kind zonk dieper en dieper weg in de zoete brij; hoe meer hij zich verzette en spartelde, hoe dieper hij in het kleverige sap gezogen werd, totdat hij ten slofte geheel kopje onder was, opgesloten in de voorraad die zijn vader voor de wintermaanden had aangelegd.

Het duurde niet lang voordat de vader en de moeder merkten dat het luidruchtige spel van hun geliefde kind nergens meer in het paleis te horen was. Ze zochten overal in de vele gangen, maar ze konden hun zoontje niet meer vinden. Verstomd was het gelach en gekraai van zijn spel. In hun wanhoop vertrokken ze naar Delphi, ver van hun eiland op het vasteland van Griekenland gelegen, de plaats waar de heilige Pythia haar voorspellingen door de mond van de god Apollo deed. De zieneres wist raad. Maar eerst moesten de ouders een raadsel oplossen: 'Op jullie eiland', zei ze, 'werd niet lang geleden een wezen geboren dat driemaal daags van kleur verandert. Eerst is het wit, dan rood en ten slotte zwart. Als jullie de naam van dit wezen te weten komen, wordt jullie zoon gered.'

Goede raad was nu duur. Vol vertwijfeling zochten de ouders door het hele land naar een man die wijs genoeg was om het raadsel op te kunnen lossen. De boden van de koning vonden ten slotte een wijze, die zich Polyidos noemde, wat in onze taal 'veelweter' betekent. Polyidos, een goddelijke ziener, liet overal op Kreta navraag doen en vond tenslotte de oplossing: in de kudde van Minos was een kalf geboren dat driemaal per dag van kleur veranderde. De oplossing van het raadsel was, dat dit kalf de naam moerbei had gekregen en die is eerst wit, dan rood en ten slotte glanzend zwart als hij rijp is. Vervolgens ging Polyidos op zoek naar de knaap, en toen hij in de kelder met de vaten kwam zag hij hoe een uil de bijen verjaagde die rond de honingvaten zwermden, aangelokt door de zoete geur van de honing. Polyidos keek in de tonnen en vond zo het kind Glaukos, dat ondersteboven in de honing was gevallen en verdronken. Meteen werd de koning over de dood van zijn zoon verteld. Op aanraden van zijn priesters beval Minos Polyidos het dode lichaam van zijn zoon weer tot leven te wekken. Wat moest Polyidos nu doen? Was hij soms de god van de geneeskunde, die de levenlozen weer tot leven kon wekken? Maar de koning was onverbiddelijk. Hij beval dat Polyidos net zo lang in de kelder moest blijven tot Glaukos weer tol leven was gewekt. Dat was zijn bevel.

Opgesloten in de keldergewelven verstreken de dagen zonder dat Polyidos raad wist. Een dood lichaam weer tot leven wekken, dat zou toch alleen een god kunnen. Maar op een dag zag hij plotseling hoe een slang het dode lichaam van Glaukos naderde. Vol angst trok Polyidos zijn zwaard en sloeg haar kop eraf; maar meteen kwam een tweede slang aankruipen. Toen deze zag dat haar soortgenote dood was, kroop ze weer weg, maar kwam kort daarop weer terug met een geneeskrachtige plant in haar bek. Deze plant legde ze op het lichaam van de dode slang die daarop meteen weer tot leven kwam. Toen Polyidos dit zag, werd hij zich er van bewust dat een god hem had geholpen. Hij pakte de plant van de slang en legde die op het lijk van het kind Glaukos. Meteen begon het leven weer terug te keren in het lichaam van het kind. De zachte ledematen van de jongen bewogen en het leven bloeide op.

Toen men de kreten van het doodgewaande kind hoorde, stuurde men meteen bericht naar zijn vader Minos. Deze overlaadde Polyidos met geschenken, maar hij wilde hem alleen vrijlaten als de wijze hem vertelde hoe hij zijn zoon weer tot leven had gewekt. Maar Polyidos, die zijn wijsheid van een god had gekregen, wilde zijn geheim niet prijsgeven. Hij ging naar het geredde kind en vroeg hem in zijn mond te spugen. Toen het kind dat deed, verloor het elke herinnering aan zijn redding en Polyidos nam het geheim mee in zijn graf;


Geen sterveling mocht ooit iets van het geheim te weten komen.


*   *   *

Polyidos en Glaukos Samenvatting
Polyidos en Glaukos Ook in dit sprookje komt een ziener voor. Het sprookje is waarschijnlijk door de Melampodie verteld. Sprookjesmotieven: Glaukos verdrinkt in de honing; hij wordt gevonden door degene die het raadsel van de driekleurige koe oplost; Polyidos vindt het kind met behulp van bijen, ontdekt het levenskruid door een slang en wekt het kind weer tot leven. Lees het verhaal

Toelichting
naast het motief Van het raadsel dat ook in het sprookje Turandot opduikt, is dat van het levenskruid ook belangrijk
(vergelijk bij Grimm 'het levenswater').

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
Sprookjes uit de griekse oudheid Erich Ackermann bewerker Uitgeverij Elmar BV Rijswijk 90389 02697

Herkomst: Griekenland
Verteltijd: ca. 8 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook