Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 20 min.
Herkomst:




Rabbi Stijfkop

Als kind was Pinchas al een echte wijsneus. Hij leerde veel en speelde maar weinig buiten. Op school was hij steeds iedereen te slim af. Pinchas stak na een vraag van de melamed altijd als eerste zijn vinger in de lucht en de schoolmeester hoefde nooit lang te wachten op het goede antwoord. Als Pinchas iets wist - en wanneer wist hij iets niet? - dan wist híj het vast en zeker en wilde hij dat laten weten ook. Kortom: het beste jongetje van de klas, maar ook het vervelendste. Want hij was een wijsneus die altijd en eeuwig gelijk wilde hebben. Als hij een enkel keertje iets niet wist, dan stak hij zijn neus nóg dieper in de boeken om anderen later alsnog te kunnen verpletteren met zijn kennis en eigenwijsheid.
Rabbi Stijfkop. Zo noemden ze hem op een dag in het dorpje Janow, ook al was Pinchas toen nog een knaap van tien jaar die naar cheider ging. Simcha, een van zijn weinige schoolvrienden, had die bijnaam voor hem bedacht. Iedereen in Janow vond dat zo'n goede vondst, dat ze hem haast altijd zo noemden. Pinchas zelf haalde zijn schouders erover op. Hij beschouwde het niet als een spot-naam, maar eerder als een eretitel. 'Ik mag stijfkoppig zijn, maar ik weet het écht altijd beter. Dat kan ik toch niet helpen?' Niemand in Janow durfde daarover met hem in discussie te gaan. Na een aantal jaren vertelde Pinchas aan iedereen die het maar wilde horen dat hij naar de jesjiewe wilde om voor rabbijn te studeren. Niemand keek er raar van op. In zijn gedrag was Pinchas allang een rabbijn, maar dan nog zonder baard en zonder diploma.
Op de jesjiewe was iedereen - van leermeesters tot studenten - buitengewoon verbaasd over de grote boekenkennis van Pinchas. Ook daar werd hij al snel rabbi Stijfkop genoemd. Op een dag kwam in zijn klas een zeer moeilijke passage uit de Talmoed ter sprake. 'Zeg eens, Stijfkop, weet jij misschien het antwoord?', vroeg zijn leermeester. 'Jawel', antwoordde Pinchas zonder spoortje van twijfel. 'Maar laat eerst de anderen hun gedachten hierover uitspreken.' Het vraagstuk werd steeds ingewik-kelder. Want bij elk antwoord van een student werden minstens twee nieuwe vragen ontdekt. Aan het eind van de les had men geen antwoorden, maar wel vijftig vragen erbij gekregen. Het leek een doolhof.
Denk je het volgende eens in. Je staat middenin een onbekend huis en bent op zoek naar de uitgang. Je vindt een deur, maar daarachter zitten weer drie nieuwe deuren. Je opent één van die drie deuren en bemerkt daarna weer drie nieuwe deuren. Als je zo blijft doorgaan, weet je op den duur niet meer waar je bent. Je raakt niet alleen de tel, maar ook de weg kwijt. Je weet niet meer hoe je verder moet. Je kunt wel teruggaan, maar door welke deur? Je hebt geen keuze, je moet doorgaan. Je begint op de gok te kiezen en je gaat dwalen. En van dwalen komt verdwalen.
Zo verging het iedereen in de klas, de leraar inbegrepen, behalve Pinchas. Alle ogen waren dan ook op hem gericht. Pinchas stond op en behandelde de vijftig nieuwgevonden vragen één voor één. Tenslotte loste hij ook nog het probleem op waarmee alles was begonnen. Het werd doodstil in klas. Vervolgens keek Pinchas triomfantelijk om zich heen, als een hardloper die zojuist zonder moeite al zijn tegenstanders verpletterend had verslagen. Vervolgens legde hij zijn armen over elkaar en stak zijn neus in de lucht. Voor hem leek elke vraag een open deur.
Toen Pinchas later met veel lof als rabbijn afstudeerde, kreeg hij honderden uitnodigingen om rabbijn te worden. Van Krakau tot Kalew, van Wilna tot Odessa. Maar Pinchas wilde alleen maar rabbijn worden in zijn eigen dorp Janow en zo gebeurde het dan ook. Toch verspreidde zijn roem zich al snel over het hele land. Had iemand een lastig probleem of een vraag waar hij niet uitkwam, dan haalde men een spreuk aan: 'Als rabbi Wijsneus het niet weet, dan kan rabbi Stijfkop je nog meer vertellen.' Pinchas zat onverminderd in de boeken en studeerde 's nachts tot alle brandende kaarsen waren gedoofd.
Op een dag was er een bruiloftsfeest een flink eind bij Janow vandaan. Rabbi Stijfkop zou er nooit naartoe zijn gereisd, als het niet zijn neef was geweest die ging trouwen. Hij besloot met zijn koets naar de bruiloft te rijden, de anderen volgden in hun eigen koetsjes. Ze reden door het bos en de reis verliep buitengewoon snel en voorspoedig. Maar precies om twaalf uur 's middags trok rabbi Stijfkop aan de teugels en liet zijn paard stoppen. 'Tijd voor het middaggebed', riep hij en klom als eerste uit zijn koets.
Zijn metgezellen stopten daarna ook en zochten evenals Pinchas een rustig plekje in het bos om het middaggebed op te zeggen. Na een tijdje was iedereen weer terug bij de verzamelplaats, behalve rabbi Stijfkop. 'Misschien is hij wel een middagdutje aan het doen', zei de een. 'Misschien luistert hij aandachtig naar een fluitconcert van de vogels in het bos', zei een ander. 'Lijkt me niets voor hem. Hij is vast in zijn gebedenboek verdiept en de tijd vergeten', zei een derde. De reisgenoten bleven lang wachten, maar er verscheen geen rabbi aan de horizon. Ook een speurtocht in het bos leverde totaal niets op. Uiteindelijk besloot de groep dan maar zonder Stijfkop naar de bruiloft te reizen. Hij zou zijn eigen weg wel weten te vinden om later alsnog op het feest te verschijnen. Maar tijdens de bruiloft wachtte men tevergeefs op de vertraagde gast.
Dat rabbi Stijfkop in het bos de weg was kwijt geraakt en dat hij niet meer wist hoe hij eruit moest komen, was in niemands hoofd opgekomen. Zoiets gebeurt niet bij iemand die de juiste weg altijd kent en geen weet heeft van ronddwalen! Dit onwaarschijnlijke was tóch gebeurd. Pinchas wist na zijn middaggebed absoluut zeker dat hij die ene kant op moest lopen. Maar voor het eerst van zijn leven had hij zich stevig vergist. In plaats van de weg naar zijn koets terug te vinden, was hij verder het bos in getrokken om er dagen achtereen rond te dolen. 's Nachts sliep hij onder de blote sterrenhemel op het zachte mos. Elke ochtend zei hij zijn ochtendgebed op, elke middag zijn middaggebed en elke avond zijn avondgebed. Even stipt als altijd. De zon vertelde hem steeds hoe laat het was.
Maar Stijfkop raakte op den duur toch de tel kwijt. 'Hoeveel dagen heb ik nu al in het bos doorge-bracht? Is het vandaag donderdag of vrijdag? Is het morgen sjabbat?' Tegen het einde van de middag wist Stijfkop het zeker: 'Vandaag is het vrijdag en straks bij zonsondergang breekt de heerlijke sjabbat aan. Geen twijfel mogelijk.' Pinchas begon sjabbesliedjes te zingen om alvast in de stemming te komen. Hij waste zijn handen in een bosmeertje en sprak de zegen uit over een handvol water - bij gebrek aan wijn om de vreugde van sjabbat te vieren. Hij dankte God voor de heilige sjabbes-avond, ging liggen op het mos en sliep daarna de slaap der rechtvaardigen.
Een paar dagen later vond rabbi Stijfkop bij toeval een weg uit het bos en liep terug naar Janow. Groot was de opluchting bij zijn familie en chassidiem toen hij gezond en wel voor hun neus stond. Voor hetzelfde geld had een bruine beer of een roedel wolven hem in het bos te grazen genomen. Ze vierden een groot feest gevierd om zijn wonderbaarlijke terugkeer te vieren. Een dag later zat rabbi Stijfkop echter weer in de heilige boeken, alsof er niets gebeurd was.
Op de eerstvolgende donderdagmiddag na zijn thuiskomst kwam rabbi Stijfkop uit zijn studeerkamer en liep naar de keuken. 'Vrouw, wanneer begin je met alle voorbereidingen voor sjabbat? Ik ruik de geur van gebakken challe en verse kippensoep nog niet!' 'Nee, natuurlijk niet, Stijfkopje!', sprak zijn vrouw. 'Het is vandaag donderdag. Morgenavond is het pas sjabbat.' 'Hoe kom je erbij? Ik zal toch zeker weten wanneer het sjabbat is en wanneer niet!' Zijn vrouw haalde hun bedienden en buren erbij om haar gelijk te bewijzen, maar het had geen enkele zin. De rabbi bleef bij zijn stellige stand-punt dat vanavond sjabbat aan zou breken. Een wijsneus weet van geen wijken, ook al beweert iedereen het tegendeel.
Rabbi Stijfkop beval zijn vrouw om alsnog sjabbatsbrood te bakken en vette kippensoep te koken. Iedereen werd aan het werk gezet: kaarsen kopen, de zilveren kandelaar oppoetsen, de tafel mooi dekken. In het huis van de rabbi van Janow werd deze avond gevierd als was het een heuse sjabbats-avond. Toen de vrijdagavond erna iedereen in het dorp de werkelijke sjabbatsavond vierde, was het in huize Stijfkop als een normale, doordeweekse avond. Iedereen in Janow lachte hem uit om zijn vergissing, maar het deerde Pinchas niet. De overtuiging dat híj het bij het rechte eind had en de rest niet, hield hij weken achtereen vol. Sinds zijn terugkeer uit het bos werd in huize Stijfkop de donder-dagavond gevierd als het begin van sjabbat.
Zijn vrouw en chassidiem begonnen ernstig te twijfelen aan het gezond verstand van Pinchas. 'Wie weet is hij door het dagenlang dwalen helemaal in de war geraakt?! Misschien is hij door een slang gebeten of door een dibboek overvallen die zijn verstand heeft weggenomen?!' Pinchas's vrouw kon het niet langer aanzien dat haar man zo stijfkoppig bleef en dat alle dorpsgenoten hem vierkant uitlachten. Daarom besloot ze een brief te schrijven aan rabbi Simcha Bunam, de oude schoolvriend van Pinchas die zijn bijnaam had bedacht. Wellicht dat hij in deze uitzichtsloze situatie kon helpen. Want óf rabbi Stijfkop óf de rest van het dorp moest eraan geloven. Het was buigen of barsten, er was geen tussenweg mogelijk.
Rabbi Simcha liet niet lang op zich wachten en werd in huize Stijfkop ontvangen als was hij de messias zelf. Hij werd getrakteerd op de heerlijkste maaltijden, kreeg de mooiste kamer van het huis en sliep in het zachtste bed. Op een donderdagmorgen besprak Pinchas's vrouw de hele situatie rond haar man met rabbi Simcha. 'Ik heb een plan gesmeed', zei rabbi Simcha geruststellend. 'Maak vanavond alles klaar alsof het werkelijk sjabbat is. Challe, kippensoep, kaarsen, er mag helemaal niets ontbreken. Koop vanmiddag nog een paar flessen wijn, de beste en duurste die je maar kunt vinden. Twijfel niet aan mijn plan en alles zal goedkomen.'
De vrouw deed precies zoals was afgesproken: ze kookte, bakte en haalde wijn in huis. De avond viel en rabbi Stijfkop verliet zijn studeerkamer om met zijn huisgenoten sjabbat te vieren. Stijfkop was blij dat zijn oude vriend, rabbi Simcha, ook overtuigd was geraakt van zijn gelijk: vanavond was het sjabbat. Pinchas sprak de zegen uit over de maaltijd en iedereen dronk een glas oude wijn. Ze zongen sjabbesliederen, aten kippensoep en namen nog een glaasje wijn. Na de volgende gang van de maaltijd volgde nog een glaasje en daarna nog een. En terwijl rabbi Simcha een klein nipje nam van zijn glas, sprak hij tegen Stijfkop: 'Toe, oude vriend, neem nog een glaasje! Niet alleen vanwege het feest van sjabbat, maar ook om je wonderlijke redding uit het bos te vieren.' Stijfkop liet zich meeslepen, leegde nóg een glas en rabbi Simcha schonk snel weer bij.
Het was een koppig wijntje dat rabbi Stijfkop steeds meer naar het hoofd steeg. Na vele lege glazen en flessen was hij dan ook stomdronken. Hij liet zijn hoofd langzaam op de tafel zakken en lag daar ineens te snurken. 'Sjabbat sjalom, beste stijfkop', fluisterde rabbi Simcha in zijn oor. Daarna legde hij voorzichtig een kussen onder het hoofd van zijn slapende vriend. De oude wijn had zijn werk goed gedaan: die avond sliep Stijfkop als een os. Hij was zo ladderzat, dat hij de hele dag doorsliep tot aan de volgende avond. En wanneer Pinchas tijdens zijn dronkemansslaap van de tafel dreigde te glijden, zorgde Simcha ervoor dat zijn vriend niet zou vallen.
Het was vrijdagavond geworden en sjabbat stond nu daadwerkelijk voor de deur. Opnieuw werden in huize Stijfkop de nodige voorbereidingen getroffen. Rabbi Simcha zette een wijnfles met een harde klap op tafel, zijn slapende vriend schrok wakker en kwam met een ruk overeind. 'Ik moet lang geslapen hebben, want ik voel me overal stijf', zei Pinchas terwijl hij zich uitrekte. 'Welnee, dat zit alleen tussen je oren', zei rabbi Simcha glimlachend. 'Je bent hooguit een paar minuten onder zeil geweest, meer niet.' 'Het voelt anders als een eeuwigheid.' 'Tja Pinchas, met slapen verlies je nu eenmaal elk gevoel voor tijd', sprak Simcha. 'Trouwens, zo kun je God ook dienen: door te slapen. Veel beter dan eeuwig te studeren en alleen je eigen wijsheid te volgen.' 'Daar heb ik een hard hoofd in', reageerde Stijfkop nog half versuft.
Na afloop van de sjabbatsmaaltijd die rabbi Stijfkop als één lange gang had ervaren, sprak hij het tafelgebed uit ter afsluiting van de avond. De wijnglazen werden nog een allerlaatste keer gevuld en leeggedronken, daarna ging iedereen naar bed. De volgende ochtend bedankte Pinchas zijn oude vriend: 'Simcha, je hebt iedereen van mijn gelijk weten te overtuigen! Mijn dank is groot. Dat had ik alleen nooit voor elkaar gekregen.' Stijfkop meende dat de inwoners van Janow mede dankzij zijn oude schoolvriend Simcha niet langer aan de dwaasheid van hun sjabbatsberekening hadden vastge-houden. Maar niet alleen rabbi Stijfkop bedankte Simcha, ook alle anderen in Janow prezen hem om zijn grote wijsheid.
Toen rabbi Simcha kort daarop weer huiswaarts keerde, had de tijd in Janow een dag stilgestaan. Maar sjabbat bleef sjabbat, een groot wonder! Een stijfkop stijven in zijn wijsheid is niet zo moeilijk, maar hem zonder gezichtsverlies of schaamte losweken van zijn dwaasheid, dat is een hele klus.


*   *   *

Toelichting
Een chassidische legende die aan het slot ietwat het karakter krijgt van een schelmenverhaal. De hoofdpersoon, rabbi Stijfkop, wordt immers op slinkse wijze bedrogen en dat met instemming van zijn hele omgeving. Humor weet stijfkoppigheid de das om te doen.

Trefwoorden

Thema

Verhaalsoort

Bron
Chelm is overal en andere Joodse verhalen Uitgeverij Christofoor, Zeist 2003 Prijsindicatie: EUR 17,50 (excl. verzendkosten) Verkrijgbaar/ te bestellen via: INFO@KLEZMERTRIO.NL

Herkomst: Polen
Verteltijd: ca. 20 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook