Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 9 min.
Herkomst:

't Spinwiefien op de Ekelenberg Een Drents volksverhaal over een wijze oude vrouw

De oude Ekelenberg of 'Den Ekel' zoals hij genoemd werd had veel gezien in de vele, vele jaren dat er mensen over hem heen waren gelopen. En ook hij was in die jaren niet dezelfde gebleven.

Er waren mensen om hem heen komen wonen, die gevist hadden in de Reest en de plassen. Ze waren taai als leer en wisten zich slechts met veel moeite in leven te houden. Als ze gestorven waren, werden ze verbrand. Dan trok de rook over de berg en namen de vlammen alles wat vergaan kon met zich mee. Dan was de gloed van het vuur ver, heel ver weg nog te zien. Als dan het vuur gedoofd was werd de as bij elkaar geveegd en in een pot gedaan, die bij de anderen in de grond op de oude Ekel werd gezet.

Zo was het geslacht na geslacht gegaan tot de grote sterfte was gekomen. Er waren maar weinig mensen overgebleven en die waren bijna allemaal vertrokken omdat ze bang waren geworden voor de plaag die over hen gekomen was. Een paar waren gebleven waaronder de wikkerse, de wijze vrouw. Ze had nog lang geleefd en vaak was ze 's avonds, als ze niet kon slapen, naar de hoogste plek van den Ekel gegaan. Daar was ze dan gaan zitten en had ze uitgekeken over het lagergelegen land, uren lang. Als dan het licht van de maan door de boomtakken speelde leek het net of ze daar zat te spinnen.

Dan zeiden de mensen in de buurt 's avonds: "Zie je daar 't Spinwiefien op den Ekel? Zij denkt aan wat voorbij is en ziet wat er nog allemaal zal gebeuren. Ze is een wijze vrouw…"

En altijd als de mensen in nood waren kwamen ze bij haar om hulp te vragen. Nooit gingen ze ongetroost weer terug. Tot ook haar tijd kwam en zij geroepen werd naar 't verre land van Avalon waaraan zij geloofde en waar het zo mooi moest zijn. Waar geen dood was en geen gebrek, geen ongeluk en geen nood.

Maar al was zij dan gestorven, de mensen wilden het niet geloven. Ze vertelden elkaar dat ze er toch nog was, daar op die vertrouwde plek, dat ze er steeds weer naar toe kwam als vanouds en dan weer zat te spinnen als de maan zo vreemd door de kruipnevel scheen. Maar niet iedereen kon haar nu meer zien, alleen de mensen die haar hulp nodig hadden. Zo werd er gefluisterd van geslacht op geslacht.

Veel, veel later woonden Roelof Harms en zijn vrouw Albertien in Zuidwolde. Ze waren de enigen in de buurt die geen kinderen hadden en vooral Albertien had het daar heel moeilijk mee. Zij wachtten en verlangden en verlangden en wachtten…

En als er dan weer een jaar voorbij was en de nieuwjaarsvisites begonnen, huilde Albertien vaak omdat ze wist wat ze daar weer te horen zou krijgen.

"Ik houd dat niet vol! Ik ga niet meer mee. Ik kan dat geplaag niet meer aanhoren!"

"Wat zullen de mensen dan wel zeggen?" vroeg haar man. "Juist dan komen er praatjes en dan heb je er later nog meer verdriet van." Er werd tussen hen beiden niet meer over gepraat maar het ging precies zoals Albertien wel gedacht had. Ze kon dat alles niet meer verdragen en haar gezicht werd steeds smaller en kleurlozer. De buren zeiden tegen elkaar: "Wat zou Albertien toch hebben? Ze ziet er zo slecht uit. Daarom kan ze natuurlijk ook geen kinderen krijgen."

Tante Annechien durfde er met Albertien over te praten. "Het gaat niet goed met jou, Albertien. Wat is er toch? Zit het tussen jou en Roelof niet goed of is er iets anders? Stort je hart maar eens bij mij uit als je daar behoefte aan hebt." Albertien had een goede band met haar tante en aan haar biechtte ze al haar zorg en verdriet op. Ze huilde zo dat haar tante er zich geen raad mee wist. Toen Albertien wat rustiger werd begon tante Annechien te vertellen van wat zij als kind van haar grootmoeder had gehoord. Die wist met zekerheid dat het Spinwiefien nog altijd op den Ekel kwam. Lang geleden had er een vrouw geleefd die hetzelfde probleem had als Albertien. Die was naar haar toe gegaan en had later nog drie kinderen gekregen.

"Als de kruipnevel over 't land hing, moest ze op blote voeten van den Ekel naar de Reest lopen, daar in het maanlicht de voeten wassen en dat drie dagen volhouden."

Albertien had niets gezegd toen haar tante dat allemaal verteld had. Maar toen het zomer was geworden kroop ze drie dagen achter elkaar 's avonds, als haar man vast in slaap was, stilletjes uit bed en deed wat ze moest doen zoals ze dat van haar tante had gehoord. En ze smeekte: "Laat het toch mogen helpen! Waarom alle anderen wel en ik alleen niet."

Toen ze terug naar huis ging dacht ze te zien dat het Spinwiefien weer op haar plek bovenop den Ekel zat. En het was net of ze haar toeknikte. Toen ging ze rustig weer naar bed.

Wat de oorzaak was wist niemand maar Albertien werd erg ziek.

"Kou gevat," zei tante Annechien. "Kou, midden in de zomer nog wel," zeiden de buren. Maar al kwakkelde ze eerst nog wel wat, toch werd Albertien weer beter en fleurde ze helemaal op. En dat de wonderen de wereld nog niet uit waren begrepen de buren toen er in mei bij Roelof en Albertien een zoon werd geboren. Ze zeiden: "Wie had dat nou durven denken." Maar tante Annechien zei niets en lachte maar wat voor zich uit. Zij wist er alles van en als er nog eens gelachen werd om het Spinwiefien zei ze: "Er is zoveel tussen hemel en aarde waar we niets van begrijpen. Als je er maar in gelooft, dan komt het vaak goed."


*   *   *

't Spinwiefien op de Ekelenberg Samenvatting
Een Drents volksverhaal over een wijze oude vrouw. Lang geleden woonde er op de Ekelenberg nabij Zuidwolde een wijze oude vrouw. Na haar overlijden is ze nog steeds op die plek te vinden voor wie haar hulp nodig heeft. Wanneer het een vrouw niet lukt zwanger te worden, krijgt ze het advies eens op zoek te gaan naar het 'spinwiefien'... Lees het verhaal

Toelichting
De oude vrouw in dit verhaal, de wikkerse, is een van de bekende witte wieven van Drenthe. U kunt een video bekijken van iemand die het verhaal vertelt, via: www.mysteriesvanhetreestdal.nl.

Dit verhaal speelt zich af in de buurt van Zuidwolde. In Zuidwolde spreekt men van "bij of op de (n)ekelenberg." Dat ekel is een Germaans woord dat de betekenis heeft van walging, afkeer. De Nekelenbarg zou dan de 'akelige berg', berg des afkeers zijn. Dat klopte ook wel. Want van ouds woonde hier een 'wit wief' of een 'spinwiefien'.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Witte Wieven. De meest bekende volksverhalen uit Drenthe" samengesteld door Emmy Wijnholds-Schuster. Het Drentse Boek, Zuidwolde, 1997. ISBN: 90-6509-137-8

Herkomst: Drenthe
Verteltijd: ca. 9 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook