Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 5 min.
Herkomst:

Sura, de martelares van Dordrecht De legende van de Dordtse maagd

Sura, de martelares van DordrechtIn de dagen dat Dordrecht en het land daaromheen eindelijk tot het christendom waren bekeerd, woonde er in de stad een vrome maagd, Sura genaamd. Zij was arm, want in haar beurs waren slechts drie penningen, maar toch rijk, want die drie penningen bleven in haar beurs, wat zij ook kocht. Om dit wonder was zij zeer blij, niet vanwege het geld, dat zij altijd bij zich droeg - maar omdat zij een kerk wilde stichten van haar drie penningen.

Zij nam werklieden in dienst en die liet zij de kerk bouwen. Ze betaalde hen eerlijk loon uit, ook al waren het steeds drie penningen die zij gaf - drie penningen en drie penningen en weer drie penningen, tot de berg van kopergeld zo hoog werd, dat zij niet alleen een kerk had kunnen bouwen van steen, maar ook van geld. De werklieden zeiden tegen elkaar dat Sura wel heel erg rijk moest zijn, omdat zij alleen dit grote werk volbracht en zij besloten haar te vermoorden en haar van haar geld te beroven.

Op een dag ontmoetten ze haar op een eenzame weg. Ze aarzelden niet lang en doodden haar. Vervolgens doorzochten ze haar beurs, doch vonden slechts drie penningen, drie koperen penningen en daarom hadden ze haar vermoord! Op de plaats waar zij gestorven was, zagen ze helder water, dat een uitweg zocht van de donkere grond naar de lichte hemel - een bron ontsprong... Toen werden de werklieden bang, omdat zij niet meer dan drie penningen hadden gevonden in de altijd rijke beurs van de vrouw en omdat zij de bron zagen, die er vroeger niet was geweest...

Zij werden uiteindelijk gepakt en men veroordeelde hen ter dood. Ze hadden nu veel berouw over de zonde die ze hadden bedreven. Om hen te bevrijden rees Sura levend uit haar graf en ze verloste hen van hun boeien. Ze voerde hen naar Rome, waar ze tegenover de paus hun misdaad beleden. Sura toonde hem haar hals, waarin het diepe litteken te zien was. Het leek wel een rode draad die om haar nek gesnoerd was. Zij vertelde hem van de drie penningen, die eigenlijk geen drie penningen geweest waren, maar altijd bleven voortduren, zolang zij het had gewild.

Drie koperen penningen waren het en daarvan bouwde zij de kerk; drie penningen werden zes en zes werden negen en negen werden twaalf; zonder ophouden gingen de penningen door en zij telden zichzelf. Daarom was ze vermoord, om een rijkdom die niet bestond en het litteken sprak van de drie penningen. Maar toen die drie penningen waren geroofd, bleven zij slechts drie penningen en ze werden niet meer vermeerderd. Hoe moest nu de kerk van Dordrecht worden gebouwd?

Toen zegende de paus haar en gaf haar grote aflaten, even machtig als de drie penningen. Want uit het geld van de aflaten werden stenen gekocht en zo kon de Grote Kerk worden gebouwd. En het volk in de oude stad was heel blij met de kerk, die uit het wonder geboren was.

Sura is zalig gestorven, niemand weet hoe en waar. Maar ter harer ere ontsprong de bron en het water stroomde, drie druppels bij drie druppels tot een hoge straal. Want uit de kleine dingen worden de grote geboren en drie druppels worden zes, zes worden negen, negen worden twaalf en het wil niet eindigen en blijft zichzelf vermeerderenÂ…

Dat is de legende van de Dordtse Maagd.


*   *   *

Sura, de martelares van Dordrecht Samenvatting
De legende van de Dordtse maagd. Een vrome maagd heeft een bijzondere gave: ze heeft altijd drie koperen penningen in haar zak, die zichzelf aanvullen als zij ze uitgeeft. Ze besluit een kerk te bouwen. De werklieden denken dat ze heel rijk moet zijn en besluiten haar te vermoorden. Maar wanneer ze in haar zakken zoeken, vinden ze slechts drie koperen penningen. Hoe moet de Grote Kerk van Dordrecht nu worden afgebouwd? Lees het verhaal

Toelichting
De legende van Sint Sura (ook: Zuwaert) wordt voor het eerst opgetekend in de 15e eeuw.

De resten van de kapel, die ooit om de bron zou zijn gebouwd, zijn volgens de verhalen tegenwoordig nog in de stenen aan de buitenkant van de Grote Kerk te zien. De bron zou aan het einde van de zestiende eeuw 'door ketters' zijn vernietigd.

Sura, de martelares van DordrechtSura van Dordrecht leefde in de 12e eeuw. Zij zou de Onze-Lieve-Vrouw kerk (de Grote Kerk) van Dordrecht hebben gesticht. Ze deed dit door drie arbeiders te huren. Ze bezat echter maar drie gouden munten, maar elke dag, als ze de arbeiders weer betaalde, had ze drie nieuwe munten in haar geldbuideltje! De drie arbeiders vermoordden haar uiteindelijk met een vildersmes, maar ze bleek geen geld bij zich te hebben, naast de drie muntjes, natuurlijk. De drie werden voor de rechter geleid en ze werden ter dood veroordeeld. Maar Sura verscheen bij de rechter en vroeg hem de levens van de arbeiders te sparen. Ze leidde de drie naar Rome, waar ze op de biecht gingen. Hierna verleende de paus de (onafgebouwde) kerk van Dordrecht het recht om aflaten te verkopen. Dit trok veel pelgrims, en met het geld dat men verzamelde werd de kerk afgebouwd.

Sura wordt voorgesteld als een jonge vrouw. Vaak heeft ze haar haar los. Ze heeft een mes en een martelaarspalm in haar handen. Soms is er duidelijk een snee in haar nek te zien.

Sura's feestdag is 10 februari.

We noemen een legende als van Sura een 'constructief verhaal', waarmee bedoeld wordt dat uit latere gegevens een vroegere geschiedenis is geconstrueerd. Het staat vast dat er op het kerkhof ten noordoosten van het kerkgebouw een bron met geneeskrachtig water is geweest, die tot in de 17e eeuw werd vereerd. Gecombineerd met enige overleveringen, welke in de loop der tijden steeds grotere vormen aannamen, ontstaat dan een legende.

In Dordrecht is het Sint Suraplein naar de legendarische maagd vernoemd.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Nederlandsche Sagen en Legenden" door Josef Cohen. W.J. Thieme & Cie, Zutphen, 1917.

Herkomst: Zuid-Holland
Verteltijd: ca. 5 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook