Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 5 min.
Herkomst:

Van Duimpje, het kleermakertje

Er was eens een kleermaker, die had een zoon, die was maar één duim groot en die zei tegen zijn vader: "Vader, ik wil gaan trekken." Toen nam de oude kleermaker een grote stopnaald, maakte daaraan een knoop van zegellak en gaf hem die mee als degen op zijn reis.

Eerst komt hij bij een meester in dienst. Daar is het eten hem niet goed genoeg en omdat hij op een keer niet wil eten, wordt de meesteres boos en wil hem slaan. Maar hij kruipt handig onder de vingerhoed en hij haalt allerlei streken uit en zo gauw men hem wil grijpen, verbergt hij zich onder de lappen stof, in de tafelspleten enz. Ten slotte wordt hij weggejaagd. Daarna trekt hij door een bos en ontmoet een bende rovers die de schat van de koning willen stelen. Die bevelen hem in de schatkamer te sluipen en hun het geld door het raam naar buiten te gooien.

Als hij voorbij de wacht gaat, is er één die hem ziet en zegt: "Wat voor een akelige spin kruipt me daar! Die moeten we doodtrappen." - "Ach, wat heeft ze je dan misdaan, laat ze toch leven." Zo komt hij heelhuids in de schatkamer en gooit de ene daalder na de andere door het raam naar buiten. De koning merkt dat zijn geldvoorraad slinkt en hij weet niet hoe dat komt. Hij laat de wacht erbij houden, om de dief te vatten. Maar het kleermakertje gaat onder een daalder zitten en roept: "Hier ben ik!" en als men er naar toe gaat, springt hij gauw in een andere hoek onder een andere daalder en roept weer: "Hier ben ik!" en zo altijd maar door, tot uiteindelijk de wachters moe worden omdat ze niets zien en weggaan. Duimpje gooit nu één voor één de daalders allemaal buiten en gaat zelf op de laatste zitten en vliegt ermee door het raam naar buiten. De rovers benoemen hem tot hun hoofdman en verdelen de buit onder elkaar. Maar Duimpje kan slechts een stuiver nemen, omdat hij niet meer kan dragen.

Daarna gaat hij naar een herberg. Maar daar kunnen de meiden hem niet uitstaan, omdat hij alles ziet wat ze in huis doen, zonder dat ze het zelf merken en omdat hij alles aan de baas gaat vertellen. Daarom gooien ze hem, samen met wat gras, voor de koe. (Volgens een variant gaat hij in een wei waar juist gemaaid wordt, zodat hij onder het gras terechtkomt en voor de koeien gegooid wordt).

De koe moet geslacht worden. Hij roept: "Ik ben hier." - "In welke?" - "In de zwarte." Maar hij wordt verkeerd begrepen en de koe wordt geslacht. Als de worst gehakt wordt, roept hij weer: "Ik ben hier, hak niet te diep!" Maar hij wordt in een bloedworst gestopt en in de rook gehangen. Als de worst gegeten moet worden en opengesneden wordt, springt hij eruit en vervolgt zijn trektocht.

Hij wordt door een vos opgegeten en zegt: "Mijnheer Vos, ik ben hier, laat me vrij!" - "Ja, als je ervoor zorgt dat je vader mij alle kippen op zijn erf geeft." Dat belooft Duimpje. De vos brengt hem tot bij zijn ouders en krijgt daarvoor alle kippen te eten. En de kleermaker brengt zijn ouders de stuiver mee die hij op zijn trektocht heeft verdiend.

"Waarom heeft de vos dan de arme kippen te eten gekregen?" - "Ach, jij gek, de vader zal toch zeker wel veel meer van zijn kind houden dan van zijn kippen."


*   *   *

Toelichting
De tekst van het handschrift hebben de Grimms verkregen via de mondelinge overlevering van Marie Hassenpflug uit Hanau. Toch vermelden zij duidelijk dat er in het buitenland wel degelijk schriftelijke bronnen bestaan van vertellingen over hetzelfde thema: zij vernoemen b.v. "The life and adventures of Tom Thumb" van Tabart en het Deense volksboek "Svend Tommling." Vanaf de tweede druk werden in het verhaal elementen ingelast uit versies van de streek van Hessen en van Paderborn.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Herkomst: Duitsland
Verteltijd: ca. 5 min.
Leeftijd: vanaf 6 jaar

Lees ook