Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 8 min.
Herkomst:

Vos en Beer

Vos en BeerVos en Beer zijn vrienden geworden. Op een goede dag zegt Vos tegen Beer: "Kom, laten we samen daar in die wijngaard eens wat druiven gaan eten." - "Goed, dat doen we," zegt Beer. Zo gezegd, zo gedaan, en ze komen aan bij de wijngaard van Heerboer Mehmed. Ze gaan de wijngaard in en beginnen druiven te eten. Vos plukt zo links en rechts een druifje van een tros. Na wat gegeten te hebben, stopt hij een druif in zijn ene neusgat, en één in het andere.

Dan zegt hij tegen Beer: "Vriend! Mijn buikje is gevuld. Ik zit zo vol dat het mijn neus uitkomt. Zit jij nog niet vol? Kom, laten we ervandoor gaan." - "Vriend," zegt Beer, "wacht nog even, ik heb nog niet genoeg gegeten. Mijn buik moet ook nog vol, daarna gaan we." - "Nou goed dan," zegt Vos.

Beer verdwijnt tussen de wijnstokken, en eet... en eet... Jeetje, wat kan die Beer veel eten! Hij eet zoveel druiven tot zijn buik zo bol en rond is als een trommeltje.

Maar, let op... Boer Mehmed had verderop, in het pad in de wijngaard een valkuil gemaakt. "Ik zit vol!" zegt Beer en daar gaan zij: Vos voorop en Beer achter hem aan. Zo komen zij bij de val. Vos gaat er met een sprong overheen. Maar Beer ploft er met zijn poten midden op en doordat zijn buik zo geweldig dik is, blijft hij vastzitten in de valkuil. Vos is al lang aan de andere kant. "Vriend! kom eruit," roept hij tegen Beer. "Hoe moet ik dat klaarspelen vriend? Ze hebben me hier gevangen. Kom, red me."

"Ik, hoe kan ik je redden? Daar komt Boer Mehmed al de heuvel op," roept Vos. "Hij heeft zijn jachtgeweer bij zich met dat leren riempje eraan, en ik zie zijn kromzwaard en hij heeft ook nog dat onderdeurtje van een hondje van hem bij zich... Als hij ons hier pakt, zal hij ons alle twee doden."

Vos gaat ervandoor naar het allerhoogste deel van de wijngaard, en kijkt daar, op een rots gelegen, naar wat er beneden hem gebeurt. Boer Mehmed komt op de plek des onheils, grijpt Beer beet en geeft hem een goed pak rammel. Beer ontsnapt met grote moeite. "Oef! Ik was bijna dood," hijgt hij als hij bij Vos aankomt. En hij zegt tegen hem: "Nou man, ik wist niet dat jij zó'n vriend was! Zat ik een keer in de penarie en heb je me helemaal niet geholpen. Die kerel heeft me een flink pak slaag gegeven." - "Maar vriend, hoe kon ik jou helpen? Ik kon mezelf maar ternauwernood redden," antwoordt Vos.

Ze gaan weer samen op pad en komen voorbij de wijngaarden bij een veld. Als je eens kon zien, wat een wonderschoon plekje dat was! "Hé man, vriend!" zegt Vos. "Laten jij en ik hier een stukje grond verbouwen." - "Eh, hoe moeten we dat doen?" - "Laten we wat tarwe zaaien. Als we de tarwe later hebben geoogst, dan delen we het met elkaar." - "Goed hoor." Ze gaan samen aan de slag en zaaien wat tarwekorrels. Als de tarwe rijp is, maaien ze het en oogsten.

Dan zegt Vos: "Vriend! Weet je wat, ik neem hier de bovenkant van, kijk, tot zover... en jij neemt de onderkant." - "Goed hoor." Vos neemt de aren, Beer het stro. Dan zegt Beer: "Vriend, je hebt me beduveld." - "Hè, als ik je heb beduveld... vooruit, laten we dan nog eens wat kweken, uien bijvoorbeeld."

Ze zijn het er alle twee mee eens en poten uien. Als de uien rijp zijn, dan... Ja, je weet toch nog wel, eerst had Vos van de tarwe de toppen genomen. Nu zegt hij tegen Beer: "Neem jij deze keer de bovenkant, en ik moet dan maar de wortels nemen." - "Goed hoor." Vos geeft aan Beer de bladeren en neemt zelf de onderkant met de wortels.

Als Beer merkt dat de uienbollen aan zijn neus voorbijgaan roept hij: "Hé vriend! Je hebt me weer beduveld. Er klopt niets van. We moeten alle twee ons deel hier tussen ons in bij elkaar leggen, dan gaan we dat opnieuw verdelen." - "Hoe zit dat nou, makker van me?" zegt Vos. "Van onze eerste oogst heb ik de kopkant genomen en de wortelkant aan jou gegeven, en daar was je niet blij mee. Deze keer laat ik de toppen aan jou over, en weer vind je het niks."

Onze vrienden kunnen het niet met elkaar eens worden en het loopt uit op een gevecht. Toevallig lag daar een kort slaghoutje voor de was, en een lange stok om de vruchten mee uit de boom te slaan. Vos heeft Beer het korte slaghout in de hand geduwd, en heeft zelf de lange stok gepakt. Hij gaat een eindje achteruit en duwt met de stok tegen Beer. Maar op die manier kan Beer natuurlijk met dat korte eindje hout niet dicht genoeg bij Vos komen om terug te slaan...

Al vechtend en slaand komen ze in een hol terecht. Als zij daar gekomen zijn zegt Beer: "Vriend! Nu wil ik de stok hebben, jij moet het slaghoutje nemen. Hier gaan we andersom vechten." - "Goed." Vos neemt het korte knuppeltje, Beer de lange stok. En daar probeert Beer die lange stok in de lucht te steken... maar het hol was van binnen heel laag en nauw, dus de stok blijft steken tussen de wanden van het hol. Vos slaat Beer met het slaghoutje tegen zijn arme schenen... en Beer slaat dubbel van de pijn.

Ten slotte zegt Beer: "Nou vriend, van jou zal ik het nooit winnen. Houd je tarwe maar, en de uien ook... Ik hou het helemaal voor gezien."


*   *   *

Vos en Beer Samenvatting
Vos en Beer trekken samen op en proberen alles te delen. Alleen is Vos slimmer en trekt Beer voortdurend aan het kotste strootje. Lees het verhaal

Toelichting
De vos is zoals te verwachten listig en de beer is helemaal niet tegen hem opgewassen. Deze fabel over de slimme vos, dat op de hele wereld verteld kan zijn, is toch heel plaatselijk gemaakt door de verteller. Boer Mehmed was vast en zeker een bekende in Gargara, waar dit verhaal is verteld en opgeschreven. Hij wordt beschreven met wat hij, zoals iedereen daar weet, gewoonlijk bij zich heeft: jachtgeweer, met een speciaal leren riempje, kromzwaard en een onooglijk hondje. Ook weet men daar wel hoe je bij die wijngaard komt, onder het vertellen ziet men het voor zich. Net zo bekend zijn er de door de vos en de beer als wapen gebruikte gereedschappen, een wasslaghoutje en een bepaald soort stok voor het oogsten van vruchten.

Bron: Az gittik, uz gittik, P. N. Boratav, Ankara, 1969 (no. 6, TTV 1). Verteller: Hüseyin Ulupinar, in het dorp Gargara, bij Ermenek, Konya, 1964. Genoteerd door: Hayrünnisa Boratav. Verspreidingsgebied: o.a. Antalya, Konya, Izmir, Bolu, Çanakkale, Bulgarije. Vertaald door: Veronica Divendal, 1988.

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Oorspronkelijke titel
  • Aya ile tilki

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Lemniscaat, Rotterdam, 1990. Bron afbeelding: www.furryforest.com.

Herkomst: Turkije
Verteltijd: ca. 8 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook