Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 12 min.
Herkomst:

Waardevolle schatten in de aarde Karuni en de profeet Musa

In de aarde zitten verschillende dingen die waardevol zijn, zoals diamant, topaas, goud, zilver, ijzer, lood, koper en nog vele andere stoffen. Vroeger, helemaal in het begin, in de dagen van de profeet Musa, was er een man die Karuni heette. Hij was een hele rijke heer van aanzien. Over hem werd gezegd dat alleen al de sleutels van al zijn juwelenkisten en schatkamers evenveel wogen als de lading die veertien kamelen konden dragen. Maar voor de profeet Musa aan zijn zending begon bezat Karuni helemaal niets. Toen was hij een van de allerarmsten.

En deze Karuni behoorde tot dezelfde familie als de profeet Musa. Hij was diens oom. Karuni was een zeer geleerd man en zeer godvruchtig, en er was niemand die meer in de koran las dan hij.

De profeet Musa had van God de geheime kennis van de alchemie gekregen en samen met zijn broer Harun doorgrondde hij deze wetenschap volledig. Toen Karuni de twee broers de alchemie zag beoefenen, wilde hij dat ook leren. Hij ging naar de profeet Musa en zei hem: "Onderwijs me in deze geheime wetenschap." Musa, die wist wat voor een vroom en verstandig man Karuni was, dacht bij zichzelf: "Deze goede man is niet uit op rijkdom en aardse goederen, maar enkel op kennis," en hij besloot Karuni in te wijden. Maar toen Karuni de regels van de alchemie beheerste, verscheen Iblisi, de opperste duivel ten tonele en ondermijnde beetje bij beetje de godsvrucht van Karuni.

En zo kwam het dat Karuni's vrome ijver zichtbaar ging verslappen: elke drie dagen eerde en diende hij God, en één dag vergat hij Hem. En na een tijdje leefde hij twee dagen goddeloos, en één dag vroom. Nog een beetje later leefde hij drie dagen zonder God voor elke dag van vroomheid. Nog iets later verwaarloosde hij God zes dagen in de week, en ging enkel nog op vrijdag naar de moskee. En ten slotte gaf hij God helemaal op.

Ondertussen werden alle tijd en aandacht van Karuni opgeslorpt door zijn nieuw verworven kennis. Hij voerde experimenten uit, vervaardigde waardevolle zaken en verkocht die voor veel geld. Karuni werd een rijk man, maar ook totaal verdorven. Hij wou niets meer te maken hebben met God, en al helemaal niet met de profeet Musa die hem onderwezen had.

De profeet Musa zag met veel verdriet wat een hooghartig man Karuni geworden was door al die rijkdom, die hij dank zij de alchemie verworven had. Op een dag droeg God zijn profeet op om alle rijke mensen te verplichten één duizendste van hun geld, hun funderen,hun geiten en kamelen en van alle andere zaken die ze bezaten af te staan om te verdelen onder de behoeftigen.

Toen de profeet Musa dit bevel van zijn Heer ontvangen had, liet hij het verspreiden onder de mensen. Hij riep Karuni en vertelde hem dat hij als eerste één duizendste van zijn bezit moest afgeven, want hij was de rijkste onder de rijken van de stad en hij moest tot voorbeeld strekken.

Toen Karuni dit gehoord had antwoordde hij: "Ik heb het begrepen, maar ik wil eerst overleggen met mijn vennoten. Daarna kom ik terug om je antwoord te geven." Hij ging naar huis en van elke duizend geldstukken nam hij er één af en legde die opzij, en uiteindelijk lag er een hoge berg. Maar in zijn diepste binnenste vroeg Karuni zich af: "Waarom zou ik al die rijkdom afstaan aan Musa?" en het werd heel bitter in zijn hart, want hij bezat duizend huizen en in elk huis waren duizend schatkamers, vol goud en andere rijkdommen.

Nadat Karuni al zijn schatten en bezittingen overzien had, riep hij al de welvarenden en de bezitters van de stad samen, en vertelde hun dat Musa van plan was al de rijken te beroyen van één duizendste van hun bezit. "Waarom dan wel?" vroegen de onthutste rijken. "Ik heb er geen vermoeden van. Ik denk eigenlijk niet dat er een reden is. Het is gewoon een soort diefstal." De rijken van de stad waren verontwaardigd en wezen Karuni aan als hun leider; hij moest hun belangen verdedigen tegen de profeet Musa.

Karuni nam de opdracht graag aan, en hij werkte een plan uit. Hij dacht bij zichzelf: "Musa heeft ons de wet van God geleerd; dat betekent dat we de hand afhakken van een dief, dat we een dronkaard tachtig stokslagen geven, en dat we een overspelige man honderd stokslagen geven als hij niet gehuwd is en stenigen als hij wel gehuwd is. We moeten een vrouw vinden die tegen betaling bereid is te getuigen dat Musa gemeenschap heeft gehad met haar. Dan kunnen we hem doodslaan en zal hij ons en ons bezit wel met rust laten."

De rijken van de stad waren verrukt door dit geniale plan. Ze ontboden een vrouw en vroegen haar: "Zou je graag in rust en weelde willen verder leven?" - "Ja natuurlijk." - "Welnu dan, we zullen je duizend dinar geven als je één woord wil zeggen." - "Voor die som wil ik wel tien woorden zeggen," hapte ze onmiddellijk toe. "Je moet alleen zeggen dat de profeet Musa met jou overspel heeft gepleegd," zei Karuni, en gaf haar duizend dinar.

De volgende dag riep Karuni de rijken van de stad samen en liet ook Musa halen. Hij sprak tot de profeet: "Musa, ik heb je laten komen omdat onze mensen je woorden niet hebben begrepen. Waar gaat het eigenlijk om?" - "Wel, ik ben een door God gezonden profeet en Hij heeft me opgedragen jullie te bevelen één duizendste van jullie rijkdommen af te staan voor de armen." Karuni sprak: "Je hebt ons ooit uitgelegd dat een overspelige honderd stokslagen krijgt als hij niet gehuwd is, en gestenigd moet worden als hij wel gehuwd is. Geldt deze wet ook voor jou?" - "Uiteraard."

Karuni riep nu de vrouw naar voren en ze beschuldigde Musa ervan overspel met haar te hebben gepleegd. Musa begreep onmiddellijk de snode bedoelingen van zijn oom, en sprak tot de vrouw: "Zie je hoe de zeven hemelen in de lucht blijven zonder pijlers? Besef je dat God hemel en aarde alleen heeft geschapen, zonder hulp? Zie je hoe de zon en de sterren en de wolken op hun plaats blijven zonder hechting? Wel: spreek de waarheid: heb ik met jou gemeenschap gehad of niet?"

Toen de vrouw de woorden van de profeet had gehoord durfde ze diep in haar hart geen leugens uit te spreken over de profeet van God, en ze sprak: "Nee. Karuni heeft me geld gegeven om te liegen,,naar ik kan niets zeggen dat niet waar is."

En zo ontmaskerde de profeet Musa de geniepige manier waarop Karuni hem publiekelijk te schande wou maken. Hij weende bitter en sprak tot God: "Heer, Mijn Gebieder, laat me weten hoe Karuni gestraft moet worden." En God zei: "Musa, beveel de aarde alles wat je wilt, ze zal je gehoorzamen."

Musa riep tot de mensen: "Laat ieder die partij kiest voor Karuni achter hem gaan staan. Laat iedereen die mij gelooft mijn zijde kiezen." Allen gingen prompt achter de profeet staan, behalve één man, een goede vriend van Karuni en na hem de rijkste van de stad. "Verzwelg mijn vijanden, oh Aarde!" riep Musa, en de twee zakten langzaam weg in de grond, eerst tot hun knieën, toen tot hun navel en toen tot hun borst. Ze smeekten en baden om vergiffenis, maar het was te laat. "Verzwelg hen, Aarde, zoals ooit de Zee de farao verzwolgen heeft!" Toen verdween het tweetal helemaal in de grond, en Musa ging naar huis.

Maar een aantal van de rijke mensen van de stad vonden het hele zaakje toch maar verdacht. Volgens hen was het Musa er eigenlijk alleen maar om te doen geweest de fabelachtige rijkdommen van zijn oom te erven. Toen Musa de verdachtmakingen hoorde zuiverde hij zichzelf van alle blaam door alle schatten en bezittingen van Karuni op hun beurt door de aarde te laten verzwelgen; de duizend huizen met elk duizend schatkamers verdwenen in de grond.

En nog steeds liggen diamanten, smaragden, goud, zilver, ijzer, koper en andere waardevotle dingen in de grond. Het was ooit het bezit van Karuni, door God geschapen, maar door de Aarde verzwolgen op bevel van Musa. En God beslist wie de gelukkige is die op de schatten smit en ze mag opdelven.


*   *   *

Waardevolle schatten in de aarde Samenvatting
Karuni en de profeet Musa. Lang geleden bedroog een zeer rijke man de profeet Musa, waarop deze hem en zijn hele bezit door de aarde liet verzwelgen. Wie goed zoekt kan deze schatten van goud, zilver, diamant en topaas nog vinden... Lees het verhaal

Toelichting
Een Swahili-sprookje.

Trefwoorden


Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Swahili sprookjes" samengesteld en vertaald door Kris Berwouts. Elmar, Rijswijk, 1993. ISBN: 90-389-01-453

Herkomst: Tanzania
Verteltijd: ca. 12 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook