Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 9 min.
Herkomst:




Waarom Uppsala aan het Mälarmeer ligt Een Zweedse sage over de reuzendochter Gefion

Lang geleden, toen de dappere en krijgshaftige Vikingen nog de heersers van het hoge noorden waren, regeerde in het Zweedse Svealand koning Gylfe. Zijn zetel had hij nog in het oude Uppsala, Gamla Uppsala genaamd, dat enkele mijlen ten noorden van het huidige Uppsala lag. Tegenwoordig wordt het Maïarmeer omringd door vruchtbaar laagland, maar volgens de overlevering lag Uppsala in die tijd te midden van hoge en onbedwingbare bergen.

En daar woonde de koning, niet jong en niet oud, in zijn paleis, samen met de jonkvrouw Gefion, een goed en beeldschoon meisje. Hoewel zij zich uitgaf voor de dochter van de koning, beweerde men, dat zij niet zijn echte dochter was en ook nooit was geweest. De onbedwingbare bergen, waar de reuzen huisden, zouden haar vaderland zijn en de machtige rotsenkolos, die sinds onheugelijke tijden over de reuzen heerste, haar echte vader.

Menigeen geloofde deze geschiedenis, anderen dachten er echter het hunne van. Het enige wat vaststond was het feit, dat het meisje minstens twee hoofden uitstak boven alle mannen en vrouwen in het uitgestrekte koninkrijk, en ook aan kracht overtrof ze velen van de dapperste Vikingen. Misschien was dat ook de reden, dat nog geen jongeman naar haar hand had gedongen.

Op zekere dag echter kwam prins Sköld uit het buurland Denemarken naar Uppsala. Het meisje beviel hem zo goed, dat hij haar tot vrouw wenste. Ook Gefion kon haar ogen niet van de knappe prins afhouden. En zo duurde het niet lang, of beiden kwamen bij de koning, om toestemming voor de bruiloft te vragen.

"Ik begrijp wel, dat het vergeefse moeite zou zijn, te vragen Gefion nog zo lang bij mij te laten, tot het dodenschip mij naar mijn laatste rustplaats zal brengen. Daarom, prins, neem het meisje mee naar Denemarken, ze zal een goede vrouw voor je zijn. Maar ik heb één wens: beloof me, dat je haar nooit verdriet zult doen."

Sköld bedankte de koning voor deze woorden, en hij beloofde van ganser harte de wens van de koning altijd te zullen eerbiedigen.

Maar Gefion sprak: "We zullen niet ver bij elkaar vandaan wonen, vader. Geef me alleen toestemming, zoveel Zweedse aarde mee te mogen nemen, als ik kan wegdragen."

Koning Gylfe verbaasde zich over deze wens: "Goud en edelstenen wilde ik je als huwelijksgeschenk meegeven. En nu vraag je niets anders als een paar klompen gewone aarde. Nu, als dit werkelijk je liefste wens is, moet het maar zo zijn."

"Kort na zonsopgang zal ik je laten zien, wat ik wegdraag, vader. En als je vannacht niet kunt slapen of lawaai hoort, maak je dan maar geen zorgen," lachte Gefion geheimzinnig. En voor de koning kon vragen wat ze daarmee bedoelde, had het meisje samen met de prins het paleis al verlaten.

's Nachts was het niet alleen de koning, maar heel Uppsala dat de slaap niet kon vatten. Het was, alsof de nabijgelegen bergen met groot geraas ineen stortten en velen geloofden, dat het einde van de wereld nabij was, anderen daarentegen dachten, dat een aardbeving hun hutten en woningen liet sidderen. Weer anderen vielen ter aarde en vreesden de machtige rotsenkolos, die de reuzen misschien het bevel had gegeven, hun stad te verwoesten. Maar het dichtst bij de waarheid was koning Gylfe, die er allang spijt van had de wens van de jonkvrouw te hebben ingewilligd. En toen raam keek, kon hij zijn ogen niet geloven: in plaats van hoge en onbedwingbare bergen zag hij, zover zijn ogen konden reiken, een reusachtige greppel, die met een reuzenspade scheen te zijn uitgegraven.

Van alle kanten stroomden beken en rivieren de enorme kuil binnen en overspoelden de grond. De waterspiegel steeg hoger en voor 's konings ogen veranderde het water in een groot meer.

De koning was zo geboeid door dit schouwspel, dat hij niet merkte dat Gefion achter zijn rug de kamer was binnengekomen.

Pas toen hij haar stem hoorde, draaide hij zich om.

"En vader, wat zeg je ervan? Het is wel wat meer geworden dan een paar klompen aarde, wat ik uit je koninkrijk wegdraag!"

"Wil je me voor de gek houden?" stoof de koning op. "Nu begin ik ook te geloven, dat je uit het geslacht van de reuzen stamt. Zelf heb ik je destijds half bevroren in de bergen gevonden. En als dank daarvoor draag je nu een groot deel van mijn koninkrijk weg!"

"O nee, zo is het niet," antwoordde Gefion. "Integendeel, het is juist om te tonen hoe dankbaar ik ben. Het meer is weliswaar groot, maar waar vroeger de hoge en onbedwingbare bergen stonden, zal zich nu vruchtbaar laagland uitstrekken, waar tarwe en vruchten zullen groeien."

"En waarheen heb je de bergen gedragen?" vroeg de koning, al weer half verzoend.

"Waarheen? Ik zette ze in het diepe water tussen Denemarken en Zweden, opdat wij beiden niet zover van elkaar verwijderd zullen zijn. Nu bevindt zich daar een groot en stenen eiland. Maar ik zal ervoor zorgen, dat ook daar de mensen beter zullen leven als in de woeste bergen. Het belangrijkste is, dat wij beiden slechts een steenworp afstand van elkaar zullen wonen."

Na deze woorden glimlachte de koning en zei: "Voor jou is het een steenworp, mij gaat het al mijn krachten te boven. Maar ik ben blij en gelukkig, dat je je krachten in dienst stelt van de mensen. Eens zullen ze je daarvoor dankbaar zijn."

En met deze woorden nam de koning afscheid van het meisje Gefion.

Toen ze op het eiland kwam, nam ze de ploeg en trok diepe voren in de aarde. En voor de mensen, die hierheen kwamen, was het inderdaad mogelijk om graan te verbouwen. Het eiland behield de naam Sjaeland - Zeeland. Op haar oostelijke oever, nabij de Zweedse kust, bouwde men de stad Kopenhagen.

En de voorspelling van koning Gylfe kwam uit. De bewoners vergaten Gefion beslist niet. Aan de oostkust, dicht bij Zweden, bouwden ze een waterput met daarboven een standbeeld, voorstellende de reuzin met de ploeg.

En wat gebeurde er verder in Gamla Uppsala?

De Zweden waren al spoedig aan het meer gewend en men noemde het het Mälarmeer.

Maar omdat het meer zo ver van de oude stad verwijderd lag, bouwde men weldra een nieuw Uppsala en dat lag veel dichter bij het Mälarmeer.


*   *   *

Waarom Uppsala aan het Mälarmeer ligt Samenvatting
Een Zweedse sage over de reuzendochter Gefion.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Sagen van Europese steden" verteld door Vladimír Hulpach. Holland, Haarlem, 1980. ISBN: 90-251-0412-6

Herkomst: Zweden
Verteltijd: ca. 9 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook