Een autodidact, theaterman, dichter, tekenaar, papierknipkunstenaar, schrijver en al twee eeuwen over de gehele wereld bekend.
Hans Christian Andersen werd op 2 april 1805 in de Deense stad Odense op het eiland Funen geboren.
Vader was schoenmaker, moeder wasvrouw. Andersen werd twee maanden na het huwelijk van zijn ouders geboren in het huis waar zijn moeder Anne Marie de was deed. Later vertrok het jonge gezin naar het huisje in de Hans Jensens Stræde, waarin nu het Hans Christian Andersen Museum is gevestigd.
Van figurant tot wereldberoemd schrijver
Hans Christian Andersen bezocht in 1812 voor het eerst het theater in Odense. Daarna wist hij het zeker: hier lag zijn toekomst. Maar dan niet in Odense. Andersen vertrok in 1819 naar Kopenhagen. Korte tijd was hij zanger, acteur en danser, maar het werd algauw duidelijk dat hier onvoldoende talent voor had. Invloedrijke mensen bespeurden wel een ander talent en zetten zich in voor de jonge kunstenaar. Andersen moet nog veel leren en theaterman Jonas Collin zorgde ervoor dat Hans Christian Andersen alsnog een gedegen opleiding kreeg. In deze tijd ontdekte Andersen ook 'de pen' en hij schreef en dichtte dat het een lust was.
In 1826 verwerft hij enige bekendheid met het
gedicht 'Het stervende kind’, dat al snel
in het Duits verscheen. In 1829 debuteerde Andersen
met proza. Zijn eerste werken ‘Fodrejse’
(Voetreis) en ‘Kærlighed i Nicolas’
Tårn’ (Liefde In Nicolaas' Toren)
werden een succes. In 1835 werd zijn eerste novelle
'Improvisatoren' gepubliceerd. Zijn belangrijkste
inspiratiebronnen werden mensen als Walter Scott,
William Shakespeare, Heinrich Heine en Wolfgang
von Goethe. De literaire faam van Hans Christian
Andersen groeide. Een reeks van toneelstukken,
sprookjes en vertellingen volgde en werd in vele
talen vertaald, waaronder in het Nederlands. In
Duitsland waren vooral de sprookjes van Andersen
geliefd. Wie anders dan Andersen kon die zo mooi
vertellen en opschrijven? In 1835 publiceerde
Andersen zijn eerste sprookjes, in 1872 zijn laatste.
De Engelsen hielden meer van zijn vertellingen.
Andersen heeft ook veel invloed gehad op het sociaal
-realisme in de literatuur. Sfeerbeelden die zo
bekend zijn in de verhalen van Dickens zijn al
bij Andersen te vinden. Bij een recent onderzoek
werd door 90% van de ondervraagden Charles Dickens
aangewezen als schrijver van "Het meisje
met de zwavelstokjes" (geschreven door Andersen).
Ofschoon
Andersen zijn wortels heeft in de Romantiek is
hij een moderne geest. Juist in zijn eigen tijd.
Dit dankt hij onder meer aan zijn sociale ervaringen,
zijn psychologisch inzicht, het geloof in de vooruitgang
en de industriële ontwikkeling. De bijzondere
kwaliteit van zijn sprookjes ligt in de beheerste
combinatie van poëzie, fantasie en alledaagse
werkelijkheid.
Reizen
In 1831 reisde Hans Christian Andersen met een
bundel gedichten in zijn bagage naar Duitsland.
Vanaf die tijd was zijn reislust niet te stuiten.
Hij maakte een reis naar Frankrijk en Italië
waar hij kennismaakte met de kunstwereld aldaar.
Je zou Andersen de eerste reisjournalist kunnen
noemen, want veel van zijn indrukken verwerkte
hij in zijn werken en reisverslagen. Andersen
maakte 29 reizen door Europa en bracht in totaal
meer dan 9 jaar buiten Denemarken door. Hij kwam
er in hoog geplaatste kringen. Reizen was voor
Andersen echter niet altijd even plezierig. De
kiespijn, zijn grote voeten (33 centimeter lang)
die op zijn reizen bijna voortdurend geplaagd
werden door likdoorns en het ontberen van comfort
deerden hem echter weinig. Vooral Duitsland, Italië,
Frankrijk en Zwitserland behoorden tot zijn favoriete
landen. Vanaf 1840 reisde hij voornamelijk per
trein. Hij legde internationale contacten met
onder meer componist Robert Schumann, die zelfs
vijf gedichten van Andersen op muziek zette. De
Noorse componist Edvard Grieg deed dat ook. In
Engeland maakte Andersen kennis met Charles Dickens.
De vijf reisboeken van Hans Christian Andersen
waren in heel Euro-pa een succes.
H.C. Andersen in Nederland en België
Hans Christian Andersen is in 1847 en 1866 in Nederland geweest. In juni 1847 deed hij Nederland aan op doorreis naar Engeland. Hij had in die tijd te kampen met een groeiend eenzaamheidsgevoel.
Tijdens zijn verblijf van een week in voornamelijk Amsterdam fleurde Andersen wel wat op. Hij ontmoette hier schrijver en advocaat Jacob van Lennep en genoot van de huldiging, die hem op 19 juni in het bijzijn van diverse kunstenaars in Hotel de l’Europe ten deel viel. In 1866 was Andersen een paar weken in Nederland. Hij had toen contacten met de vertalers C. Nieuwenhuis, J. Nepveu en J. ten Kate. In Artis genoot Andersen vooral van de nijlpaarden. Verder bezocht hij concerten, een opera in de Stadsschouwburg en ontmoette hij vooraanstaande Nederlanders als J. Kneppelhout en het kunstenaarsechtpaar Bosboom-Toussaint. Vanuit Nederland reisde Hans Christian Andersen naar België, waar hij het Rubenshuis en Manneke Pis bezocht. In Brussel zag hij voor vier francs een opera, die bijna in de war liep. Vanuit België reisde Hans Christian Andersen door naar Spanje en Portugal. In de lente van 1868 was Hans Christian Andersen andermaal in Nederland toen hij op doorreis naar België (Antwerpen en Gent) en Zwitserland was.
Het vele reizen en het grote aantal ontmoetingen brachten regelmatig onzekerheid bij Andersen. Moest hij zich richten op het schrijven, of moest hij louter het tekenen van karikaturen gaan beoefenen. Andersen had daarnaast een vaardige hand in het knippen van ragfijne silhouetten in papier. Vooral in zijn vaderland Denemarken is de papierknipkunst van Andersen bekend. Het schrijven bleef echter hoofdzaak.
Op 4 augustus 1875 stierf Hans Christian Andersen na een langdurige ziekte. Een groteske Deen met een hart van een kind was heengegaan.
Andersens afkomst en zijn onduidelijke seksuele
identiteit waren (en zijn) voer voor biografen.
Er worden bewijzen aangedragen dat Hans Christian
de onwettige zoon zou zijn van een hooggeplaatste
figuur; er wordt zelfs gesuggereerd dat hij een
bastaardzoon was van de Deeense kroonprins Christian
Frederik, de latere koning Christian VIII. Ook
wordt aan de hand van dagboeken en brieven beweerd
dat hij homoseksueel was. Een laatste opmerking
die in hedendaagse biografieën is terug te
vinden is het feit dat Andersen dyslecties was.

The Fairy Tale of My Life (manuscript)
Collectie Koninklijke Bibliotheek
De Koninklijke Bibliotheek beheert een zeer omvangrijke collectie “Anderseniana”: zowel in het Deens als in het Nederlands en in andere talen. De Algemene Catalogus van de KB geeft in februari 2005 maar liefst 528
treffers op auteursnaam Andersen, Hans Christian.
Daarvan zijn er 47 in de Deense taal, waaronder
een 12-delige uitgave van de dagboeken, verschenen
van 1971-1977: H. C. Andersens dagbøger,
1825-1875.
Een zeer bijzondere uitgave is H.C. Andersen Album
I-V, in 1980 in Kopenhagen uitgegeven. Het is
een facsimile herdruk in zeer groot formaat, bijna
50 cm hoog, van vijf plakalbums van Andersen,
met daarin tekeningen, portretten, brieven in
verschillende talen, ook in het Nederlands, gedroogde
bladeren en bloemen, enzovoorts.
Ook in andere talen is veel aanwezig: 23 Duitse,
21 Engelse, 5 Franse, 4 Spaanse, 2 Friese, 1 Italiaanse,
1 Poolse, 1 Zuid-Afrikaanse en 3 boeken uit ex-Joegoslavië
van Andersen. Twee meertalige uitgaven maken deel
uit van de collectie: Historien om en Moder verscheen
in 1875 in 15 talen, en Kejserens nye Klæder
in 1944 in 25 talen.
Sprookjes die het vaakst afzonderlijk als prentenboek
zijn verschenen zijn: Het lelijke jonge eendje
en De nieuwe kleren van de keizer (respectievelijk
in 33 en 24 verschillende versies in de KB aanwezig).
Zie voor meer titels de Algemene Catalogus van
de KB en het Centraal Bestand Kinderboeken. Op
de website van het Letterkundig Museum zijn in
het bestand LM-Collecties ook veel secundaire
boeken en artikelen over Andersen te vinden.