TOELICHTING:Vergelijk:
De boze geest van Hoge Duvel en
Van de Aardmansberg en de Echoput.
Onder de verhalen van aard-, vuur- en luchtgeesten horen de Gelderse verhalen over de plaaggeest Blauwe Gerrit. Volgens de overlevering is het een aapachtige, maar onzichtbare natuurgeest, met gloeiende ogen als schoteltjes, die 's avonds en 's nachts reizigers op hun nek springt en daar de hele reis blijft zitten. Hij nagelt paarden aan de grond en kan ook op je kar springen, waardoor die loodzwaar wordt. Blauwe Gerrit is de naam die men op de Veluwe gaf aan de alf, een natuurgeest uit de Germaanse mythologie. In de Middeleeuwen werden alven beschreven als duivelse wezens die in het onderaardse dodenrijk huisden.
Men was ook erg bang voor vuurgeesten en voor dwaallichtjes, waarvan men dacht dat het de zielen van ongedoopte kinderen waren. Zulke lichtjes lokten wandelaars het moeras in en zaten mensen achterna tot ze thuis waren. Het verschijnsel wordt verklaard door het oplichten in het duister van fosfor in moerasgas.
Er zijn vele versies van hetzelfde verhaal uit Gelderland bekend. Onder andere in "Sagen en sproken van het oude Gelre" door J. A. Slempkes, Zutphen, 1932 en "Onze beste volksverhalen" door T. W. R. de Haan, 1973. De eerste optekening uit de volksmond was omstreeks 1900 in Voorst.
| TYPERING: | Een Veluwse sage over een plaaggeest |
| SOORT: | Spookverhaal |
| HERKOMST: | Gelderland |
| LEEFTIJD: | Voor kinderen vanaf 10 jaar en ouder |
| VERTELTIJD: | ca. 5 min. |
| OORSPR. TITEL: | Blaauw Garrit |
| TREFWOORDEN: | veluwe, busloo, paard, nacht, natuurgeest, gelderland, voorst, plaaggeest, kwelgeest |
| BRON: | "Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Draken en andere vreemde wezens. Verhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam, 1991. |
| |