TOELICHTING:Het broertje en het zusje, het mannelijke en het vrouwelijke element die samen de gehele mens vormen komt voor in
Hans en Grietje,
Van de wachtelboom,
Vondevogel,
De waternimf,
De witte en de zwarte bruid en
Het lammetje en het visje. Zie de begrippen animus en anima bij Jung.
Zij wonen eerst in een holle boom, dan in een klein huisje en tenslotte in een paleis. Zie aant. bij
Het kind van Maria. Het broertje verandert niet in een tijger, die de mens verscheurt, niet in een wolf die de mens verslindt, maar in een reetje dat mee wil doen aan de wilde jacht van het leven. Zie aant. bij
De twaalf broers.
Het bos is in sprookjes vaak het beeld voor het leven waarin men de weg moet zoeken (zie de uitdrukking: iemand het bos in sturen.)
De macht van het boze reikt in dit sprookje niet verder dan de dood, maar de liefde gaat over de grens van de dood heen. Souvestre verhaalt in 'Le Foyer Breton' van een moeder die iedere nacht uit het graf komt om voor de kinderen te zorgen die door de stiefmoeder worden verwaarloosd.
Het motief van de valse bruid is wijd en zijd verspreid, net als het motief, dat de gestorven moeder uit het graf komt om haar kindje te voeden (zie ook
De drie mannetjes in het bos,
De witte en de zwarte bruid en
Het lammetje en het visje).
Jacob Grimm heeft dit verhaal opgetekend naar een mondelinge overlevering, waarschijnlijk via de familie Hassenpflug uit Kassel (Hessen). Alleen bij de eerste uitgave werd onderstaande tekst, in een erg verkorte versie dan nog, afgedrukt in de aantekeningen bij KHM 11, "Broertje en zusje" afkomstig van Marie Hassenpflug.
Gouden hertEr waren eens een broer en een zus, die gingen op een dag naar het bos en omdat de zon zo scheen en de weg zo ver was, begon de broer dorst te krijgen, en ze wilden dus bronwater zoeken en ze kwamen aan een bron, waarbij geschreven stond: "Als iemand uit mij drinkt en het is een man, dan wordt hij een tijger, en wanneer het een vrouw is, een lam." Toen zei het meisje: "Ach lieve broer, drink niet uit de bron, want anders word je een tijger en verscheur je mij." Toen zei de broer dat hij nog wilde wachten tot aan de volgende bron, hoewel de dorst hem erg kwelde. En bij de volgende bron stond weer het opschrift dat hij, die eruit dronk, een wolf zou worden. En het meisje smeekte opnieuw. De broer zei, dat hij tot de volgende bron wilde wachten, maar langer kon hij het niet uithouden. Toen ze weer aan een andere bron kwamen, stond daarbij geschreven: "Als iemand uit mij drinkt en het is een man, dan wordt hij een gouden hert, maar is het een meisje, dan wordt het groot en mooi."
(Dat gebeurt nu zo. De mooie jonkvrouw bindt het heft aan een touw en komt in de buurt van een hof. De koning ziet het gouden hert meer dan ééns tijdens de jacht, geeft ten slotte bevel, het te vangen. Ontdekking van de mooie zuster, terwijl ze met het hert praat. Huwelijk met de koning. Boze moeder van de koning. Zij verwisselt de koningin met een lelijk schepsel en laat haar wegvoeren om terechtgesteld te worden. De slager moet het hert slachten enz.).