TOELICHTING:Uit Hessen. Een motief dat in vele sagen en sprookjes voorkomt is het bezoek van heiligen of goden, die op aarde komen om de mens op de proef te stellen. Zie Ovidius: Filemon en Baucis. Vaak wordt aan de mensen, die de goden opnemen, de vervulling van een drietal wensen toegestaan; ook hier biedt de klassieke literatuur reeds een voorbeeld in de Griekse sage van Theseus. Geliefd is vooral het motief van de dwaze mensen; zo verlangde reeds Midas, dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen. De wensen van de rijke ontaarden vaak in lachwekkende situaties. Het motief van de drie wensen komt voor in
De jood in de doornstruik en
De witte en de zwarte bruid. In
De witte en de zwarte bruid wenst de jonge mens zich aardse gaven en voegt er tenslotte de vraag om de hemelse zaligheid aan toe. In dit sprookje wensen zich de oude mensen eerst de hemelse zaligheid en dan pas aardse goederen. De tegenstelling tussen de wensen van een arme en een rijke komt ook voor in de Chinese sage van Fohi, in onze literatuur door A. C. W. Staring bewerkt; varianten daarvan komen in de volkstraditie van heel Europa voor. Dergelijke verhalen met een zedelijke strekking zijn gewoonlijk uit de godsdienstige literatuur (legenden en exempelen) in de populaire overlevering gekomen.