Informatie over: De dood is van ons allemaal
SAMENVATTING:
Een moeder, wier kind is gestorven, gaat radeloos de deuren langs op zoek naar een middel om haar zoon weer levend te maken. Iemand geeft haar het advies bij de Boeddha langs te gaan. Hij zegt dat ze op zoek moet gaan naar een mosterdzaadje uit een huis waar nog nooit iemand gestorven is...
TOELICHTING:
Uit de commentaren van Buddhaghosa op de Pali-canon (de boeddhistische bijbel): het eerste deel van de Manorathapurani.
Dit is een bekend verhaal in het boeddhisme. De Dalai Lama vertelt het ook (maar dan iets anders) in zijn boek 'De kunst van het geluk':
Ten tijde van de Boeddha stierf het enige kind van een vrouw die Kisagotami heette. Ze was niet in staat dit te accepteren en rende van de een naar de ander om een medicijn te zoeken dat haar kind weer tot leven zou brengen. Men zei dat de Boeddha zo'n medicijn had.
Kisagotami ging naar de Boeddha, knielde voor hem, en vroeg: 'Kunt u een medicijn maken dat mijn kind weer tot leven wekt?'
'Ik ken zo'n medicijn,' antwoordde de Boeddha. 'Maar ik kan het alleen bereiden met bepaalde ingrediënten.' De vrouw was opgelucht en vroeg: 'Welke ingrediënten hebt u nodig?'
'Breng me een handvol mosterdzaad,' zei de Boeddha. De vrouw beloofde dat voor hem te halen, maar toen ze wegliep, voegde hij eraan toe: 'Ik heb mosterdzaad nodig uit een huis waar geen kind, man of vrouw, ouder of bediende is gestorven.'
De vrouw stemde toe en begon alle huizen een voor een langs te gaan, op zoek naar het mosterdzaad. Bij elk huis waren mensen bereid haar het zaad te geven, maar wanneer ze hun vroeg of er iemand in het gezin was gestorven, kon ze geen huis vinden dat niet door de dood was bezocht - in het ene huis was een dochter overleden, in het andere een bediende, en in de overige een man of ouder. Kisagotami slaagde er niet in een huis te vinden waar de dood geen leed had veroorzaakt. Toen de moeder zag dat zij niet de enige was die verdriet had, legde ze het levenloze lichaam van haar kind neer en ging terug naar de Boeddha, die met groot mededogen zei: 'U dacht dat alleen u een kind had verloren; de wet van de dood luidt dat bij alle levende wezens niets blijvend is.'