TOELICHTING:Uit het Munsterland, in het dialect geschreven. Een wonderlijke mysterieuze geschiedenis. De redactie van dit sprookje is zeer verward; reeds het noemen van Oost-lndië in een tekst, die in Westfalen opgetekend is, riekt naar de schoolmeester. Maar eraan ten grondslag ligt het bekende verhaal, dat het schijnen van licht op een betoverd wezen, dat gedurende een bepaalde tijd niet gezien mag worden, de onttovering verhindert; dat heeft Apuleius al behandeld in zijn novelle van Amor en Psyche. Maar terwijl gewoonlijk de held na ontelbare hinderpalen toch met de betoverde heldin verenigd wordt, maakt de verteller van dit sprookje er zich van af, door de drie prinsessen met kasteel en al voorgoed in de aarde te laten verzinken. Het storen van de ontwikkeling brengt een katastrofe teweeg. Met de zoon van de visser kan bedoeld zijn een volgeling van Christus. Het verboden licht, zie
Het zingende springende leeuwerikje. We vinden het ook als motief in
Amor en Psyche van Apuleius.