TOELICHTING:In de eerste druk was dit sprookje veel korter. De Grimms hebben er veel aan gewerkt (vgl. de onderstaande versie uit het Ölenbergse handschrift). Er waren veel verschillende verhalen in omloop. In één van die versies is de koning ziek en vraagt om water uit de bron. De oudste dochter gaat erheen, maar het water dat zij put is niet helder. De kikker komt en vraagt om haar vriendschap: dan zal zij helder water putten. Maar zij weigert. De tweede dochter gaat en weigert ook. De derde dochter belooft hem vriendschap en krijgt helder water.
Het motief dat de ware prins of prinses geen goud of edelstenen wil maar vriendschap, een leeuwerikje of een twijgje, komt voor in
Assepoester,
Het zingende springende leeuwerikje en
IJzeren Hans. De gouden bal is het beeld voor de zon, of de zonnewijsheid. De kikker is het dier dat leeft in het water en op het land, de waterman, iemand die in twee werelden thuis is.
De smeekbede van de kikker ("Doe open, prinsesje, doe open...") vinden we al eerder in het tijdschrift 'Bragur' (1794) van Friedrich Gräter en ook in de kinderliederen, die door Achim von Arnim en Clemens Brentano als aanhangsel bij de 'Wunderhorn' werden uitgegeven. Hendrik, de koetsier, de bestuurder van de (levens)wagen heeft een volksnaam. De namen bij Grimm zijn meestal niet toevallig. Dit zou er op kunnen wijzen dat Hendrik hier ieder mens vertegenwoordigt. Het slotmotief van de trouwe dienaar staat in één van de uit de volksmond opgetekende varianten, maar hoort er kennelijk eigenlijk niet bij. De Grimms beschouwen dit sprookje als zeer belangrijk (het staat niet voor niets vanaf de eerste druk van hun Kinder- und Hausmärchen op de eerste plaats). Ook speelt bij die prominente plaats de overtuiging dat het een van de oudste sprookjes in Duitsland zou zijn een rol. De overtuiging kregen de gebroeders Grimm vanwege het feit dat Georg Rollenhagen in de voorrede van zijn 'Froschmeuseler' (uitgegeven in 1595) het verhaal van IJzeren Hein rekent tot de oude Duitse huissprookjes die van generatie op generatie mondeling overgeleverd worden. Van Georg Rollenhagen stamt ook de term 'Kikkerkoning'. Het sprookje is van oorsprong Germaans en heeft zich vandaar vooral oostwaarts verspreid.
Zie ook het grappige verhaal
Alexander de kikkerprins, waarin een kikker denkt dat ook hij een betoverde prins is en op zoek gaat naar een geschikt meisje om te kunnen zoenen.
Onderstaand de oerversie - waarschijnlijk verteld door iemand van de familie Wild uit Hessen - zoals te vinden in het Ölenbergse handschrift. Een tweede versie vinden we in de uitgave van 1815 als sprookje nummer 15 onder de titel 'De kikkerprins'. Er bestaat ook nog een derde versie, die afkomstig is van de familie von Haxthausen.
De koningsdochter en de betoverde prins Kikkerkoning
De jongste dochter van de koning ging naar buiten het bos in en ging aan een koele bron zitten. Daarop nam ze een gouden bal en speelde ermee, tot die plots in de bron rolde. Ze zag hoe hij in de diepte viel en stond aan de bron en was erg bedroefd. Opeens stak een kikker zijn kop uit het water en zei: "Waarom klaag je toch zo?" - "Ach, jij vieze kikker," antwoordde ze, "jij kan me toch niet helpen, mijn gouden bal is in de bron gevallen." Toen zei de kikker: "Als je me mee naar huis wilt nemen, zal ik jouw gouden bal voor je terughalen." En toen ze het beloofd had, dook hij onder en kwam al gauw met de bal in zijn bek weer omhoog en gooide hem aan land. De koningsdochter nam vlug haar bal terug en liep snel weg, en luisterde niet naar de kikker, die haar nariep, dat ze hem moest meenemen, zoals ze hem beloofd had. En toen ze thuiskwam, ging ze aan tafel zitten bij haar vader. En toen ze thuiskwam, ging ze aan tafel zitten bij haar vader. En net toen ze wou gaan eten, werd er aan de deur geklopt en riep iemand: "Jongste koningsdochter, doe open voor mij." En ze haastte zich er naar toe en zag wie het was: de lelijke kikker, en ze gooide vlug de deur weer dicht. Maar haar vader vroeg wie daar was en ze vertelde hem alles. Toen werd er weer geroepen:
"Jongste koningsdochter
Doe open voor mij
Weet je niet wat je gisteren
Mij hebt gezegd,
Bij het koele bronwater
Jongste koningsdochter
Doe open voor mij."
En de koning zei haar open te doen voor de kikker en die sprong binnen. Dan zei hij tegen haar: "Zet me bij jou aan tafel, ik wil met je eten." Maar ze wou het niet doen, tot de koning zei dat het ook moest. En de kikker zat aan de zijde van de koningsdochter en at mee. Toen hij genoeg gegeten had, zei hij tegen haar: "Breng me naar jouw bedje, ik wil bij je slapen." Maar dat wou ze helemaal niet, want ze was bang van de koude kikker. Maar de koning zei weer dat het moest. Toen nam ze de kikker op en droeg hem naar haar kamer en woedend greep ze hem en gooide hem met alle kracht tegen de wand in haar bed. Maar toen hij de wand raakte, viel hij naar beneden in het bed en lag daarin als een jonge, mooie prins. Toen ging de koningsdochter bij hem liggen.
En 's morgens kwam een mooie wagen met de trouwe dienaar van de prins. Die had zoveel verdriet gehad over de verandering van de prins, dat hij drie ijzeren banden om zijn hart had moeten leggen. En de prins en de koningsdochter gingen in de wagen zitten, en de trouwe dienaar ging er achter op staan, en ze zouden naar het rijk van de prins rijden. En als ze een stuk van de weg gereden hebben, hoort de prins achter zich een luid gekraak. En hij roept:
"Hendrik, de wagen breekt!
Neen, heer, de wagen niet,
Het is de band van mijn hart
Dat daar lag in grote smart
Toen U aan de bron zat
Toen U een kikker was."
Lange samenvatting:
Een koningsdochter speelt bij een bron met haar gouden bal. Deze valt in het water en in ruil voor vriendschap wil een kikker de bal uit het water halen. Ze belooft hem dat, maar vergeet haar belofte zodra ze de bal weer heeft. Als de kikker verhaal komt halen gebiedt de vader dat ze haar belofte moet nakomen. Ze doet het met tegenzin en als de kikker in haar bedje wil slapen, wordt ze zo boos dat ze hem tegen de muur smijt. Dan verandert de kikker in een mooie prins. De trouwe dienaar van de onttoverde prins komt de volgende dag met een rijtuig. Om zijn hart niet te laten breken van verdriet had hij er drie ijzeren banden omheen gelegd. Deze breken nu hij de prins en de prinses met het rijtuig naar huis rijdt.
Dit is ook een Efteling sprookje: een sprookje of verhaal dat wordt uitgebeeld in het attractiepark De Efteling in Kaatsheuvel. Sommige sprookjes zijn uitgebeeld in het sprookjesbos. Anderen hebben elders in het park een plek in een wat bescheidener vorm.
De tekst van de sprookjes/verhalen op de
Volksverhalen Almanak zijn de oorspronkelijke teksten. In de Efteling en in diverse tekst- en audioweergaves van de Efteling wordt er vaak gebruik gemaakt van beknoptere versies van het desbetreffende verhaal.