TOELICHTING:Uit Paderborn. Aan dit sprookje is duidelijk te zien, dat het uit allerlei motieven willekeurig is samengesteld. Grimm zegt ook dat dit sprookje zeer verward verteld werd. De inleiding met het halen van de levensappel behoort tot de groep sprookjes waartoe ook
De twee broers behoort, al zijn de personen hier anders; wij worden trouwens aan andere verhalen even sterk herinnerd; in het begin al dadelijk aan de Griekse sage van de tuin van de Hesperiden, de dankbare leeuw is in de Middeleeuwen een zeer geliefd verhaal (Androklus, Hendrik de Leeuw, Iwein), al wordt hier als verklaring van de dankbaarheid verzuimd te vermelden, dat de held hem in de strijd met een draak hielp; de wonderbaarlijke genezing van een blinde eindelijk komt ook voor in
De twee reisgezellen. Aan het slot heeft de verteller daaraan nog het motief van een betoverd kasteel gehecht (vgl.
Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen). Bijzonder motief in dit sprookje is het zwaaien van het zwaard waardoor de betovering wordt verbroken. In Noorwegen gelooft men nog dat de macht van de trollen wordt gebroken door het zwaaien van een stuk staal, bijvoorbeeld een mens, boven hun hoofd. IJzer en staal vertegenwoordigen de kracht van de persoonlijkheid. Wij spreken van een 'stalen' gezicht, van een 'ijzeren' wil. Zie voor het motief, de appel des levens, de Griekse sage van de tuin der Hesperiden. De kracht van de ring. Zie Tolkien: In de ban van de ring. De leeuw als helper: de leeuw vertegenwoordigt de goede sterke krachten van het hart.