TOELICHTING:Dit verhaal draait om het bekende thema van de tovenaarsleerling, die behalve lezen en schrijven ook leert zich van gedaante te verwisselen. Daardoor weet hij te vluchten en doodt hij zijn meester. Het verhaal is internationaal verbreid, maar heeft soms een ander einde, waarbij het slecht afloopt met de jongen. Opvallend is dat de jongen zich niet alleen in dieren kan veranderen, maar ook in dingen, zoals een ring en een gerstekorrel. Vergelijk met:
De jongen die leerde lezen,
De boskoning Och,
Ali's vreemde avontuur en
De gauwdief en zijn meester. Hetzelfde motief vindt men ook in O. Preussler: "Meester van de zwarte molen".
Bij Ovidius (Metamorphosen VIII, 871) vinden we reeds een verhaal van een meisje, dat zich door haar vader als slavin laat verkopen en dan in dierengedaante weer naar hem terugkeert; de vader maakt van de tovervaardigheid van zijn dochter gebruik om dit spelletje nog vele malen te herhalen.