TOELICHTING:Uit het Eichsfeld. Het hemd dat aan de oever wordt gevonden en in de nacht wordt teruggevraagd, is het kleed van een zwanenjonkvrouw. Dit sprookje is de verbinding van twee verschillende typen en wel:
1. het motief van de zwanenjonkvrouw, die eerst gewonnen wordt, dan weet te vluchten maar na veel moeite weer teruggevonden wordt.
2. het motief van de moeilijke taken om een bruid te winnen, gevolgd door dat van het vergeten van de bruid.
Het eerste type is in Europa en Azië zeer verbreid, maar reeds in een Edda-gedicht, nl. het Welandlied, komt het motief van de zwanenjonkvrouw voor. Het tweede sprookje hebben we leren kennen in
Vondevogel,
Vrijer Roland,
De waternimf,
De twee koningskinderen en
De ware bruid.
De glazen berg, zie
De zeven raven. Reuzen die vechten om een toverding, zie ook
De koning van de gouden berg. Een bijzonder motief in dit sprookje is het vuur dat degene die niets vreest geen kwaad doet, maar de heks verbrandt.