TOELICHTING:Dit volksverhaal stamt uit de streek rond de Duitse stad Peine (Nedersaksen), waarvan het stadswapen een uil laat zien. Dit verhaal is een Duits voorbeeld van een Kamper-ui, verhalen uit de omgeving van Kampen die de bedoeling hebben de stad en haar bevolking te bespotten. Grimm noemt het een Lalenburger streek. Overgenomen door de Grimms uit Kirchof's "Wendenmut" (1563). Dit verhaal is een prachtig voorbeeld van een Kamper Ui, een volksverhaal dat bedoeld is inwoners van naburige steden te bespotten. Voor een uitgebreid artikel over dit type verhalen zie het lemma op de verhalenbank van het Meertens Instituut:
Kamper Uien en Dokkumers.
Ook in Nederland (Groningen) vinden we een soortgelijk verhaal (uit: Groninger Volsverhalen door Mw. Huizinga-Onnekes en K. ter Laan, 1930):
"De knecht ging 's morgens vroeg in de schuur om klaver; hij moest het vee voeren. Toen zat er een baas van een katuil in de hanebalken bij de uilgevel. Hij zat daar te blazen en te steunen, zodat de knecht er bang voor werd, de schuur uit liep en de boer ging halen.
Wat daar voor een spook in de schuur zit, weet ik niet, zei hij. 't Zal wel niks wezen, zei de boer. Maar toen hij in de schuur kwam en 't monster zag zitten, en dat akelige benauwde blazen en steunen hoorde, werd hij ook bang. Uit het dorp moesten dadelijk enige mannen komen om 't spook te verdrijven. Een van hen was niet bang. Zet de ladder maar op, zei hij, ik zal hem wel de nek omdraaien.
Hij klom de ladder op, maar toen hij er dicht bij was, begon het dier net weer spektakel te maken. Toen dorst hij hem helemaal niet aanpakken.
Grijp hem! riep het volk op de schuurdeel; grijp hem! hij moet er uit.
Ik niet, zei hij, ik zie zijn vurige ogen, en ik hoor hoe nijdig hij is.
- Hij liet de katuil zitten.
Toen moest de boer wel naar de burgemeester. Daar zijn burgemeesters immers voor, om de boeren raad te geven. De burgemeester ging ook dadelijk mee, hij was voor heksen en spoken niet bang. Maar toen hij dat vreselijk monster zag, wist hij ook geen raad te geven. Hij dacht zo diep, dat hij rimpels boven de ogen kreeg.
Toen wist hij het!
Steek de schuur maar in brand, mensen!
Zo is 't gebeurd. 't Was nog weer goed afgelopen, en iedereen was trots op de burgemeester.
De katuil was weg, en de nieuwe plaats die er weer opgebouwd is, had nu dadelijk ook een naam, dat was Uilenburg.
Ze zeggen, dat het geslacht van de uilen daar in 't dorp nog lang niet uitgestorven is."
Zie ook het verhaal:
De grote oehoe van Hardenberg.