TOELICHTING:Uit de streek van Paderborn. Het sprookje vertoont overeenkomst in onderdelen met de
Met z'n zessen de hele wereld door en
De drie broers. Het stamt naar alle waarschijnlijkheid uit Indië en kwam vandaar in Middeleeuwse novellenverzamelingen als die van Basile (Pentamerone: dag 5, vertelling 3) en Straparola. Het gegeven dat een dief eieren onder een broedende vogel vandaan steelt, staat ook in het Franse fabliau van Barat en Haimet vermeld en wordt van de meesterdief Elbegast (de middelnederlandse Elegast) in het middelhoogduitse gedicht "Titurel" verteld. De twist van de vier broers om de bevrijde prinses herinnert aan een soortgelijk verhaal in een lndische geschiedenis, waar vier kunstvaardige makkers uit hout een vrouw maken en deze tot leven wekken. De strijd van de broers, wie met de prinses mag trouwen, komt voor in een Perzisch verhaal van Tuhti Nameh. De koning beslist. In de oudheid was de koning ook de opperste rechter; zie de beroemde oordelen van Salomo.