TOELICHTING:De Franse schrijver Jean de la Fontaine heeft van deze fabel van Aesopus een rijmversie gemaakt zie:
De raaf en de vos. Een eigentijdse versie is van Hans Teeuwen:
KiekerjanAesopus was een Griekse slaaf, die van omstreeks 620 tot 560 jaar voor Christus leefde. Er wordt beweerd dat hij vele keren gekocht en verkocht is, misschien wel vanwege zijn vreemde verschijning. Er werd verondersteld, dat hij een bochel had. Dan had hij een platte neus, dikke lippen en een misvormd hoofd. Hij had ook een onnatuurlijke donkere gelaatskleur. De legenden veronderstellen, dat hij aan een spraakgebrek leed, dat hem gehinderd moet hebben bij het vertellen van sprookjes. Hoewel dit zijn goede verstand niet nadelig zou hebben beïnvloed.
Een versie op rijm uit "Fabels van Aesopus; bijeengebracht door Phaedrus in verzen verteld en ingeleid door Johan van Nieuwenhuizen". Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1979:
In deze fabel rooft een raaf een stukje kaas.
Hij is daarbij voor ’t eerst zijn vriend de vos de baas.
Van vossen wordt gezegd, dat z’als de raven stelen;
hij denkt er dus niet aan de kaas met hem te delen,
maar strijkt neer op een tak, net buiten het bereik
van sluwe Reinaard, die reikhalzend naar hem kijkt.
"Of ik ben kleurenblind, of hier gebeurt een wonder!"
roept plotseling de vos. "Dit is wel heel bijzonder.
Nog nooit zag ik zo iets. Ik raak mijn zinnen kwijt.
Gevederd vriendje, hoor! Jij bent een zeldzaamheid!
Ik zag in meenge boom ontelbare raven zitten;
zij waren altijd zwart. Maar jij, vriend, bent een witte!
Dit moet een omen zijn. ‘k Ervaar hier een gezicht.
Spreek op en zeg toch wat de hemel mij bericht.
Dat mij, een oude vos, nog zo iets wordt beschoren -
te weten, dat k dra een gouden stem mag horen!"
De raaf bekijkt zichzelf, maar ziet zijn kleed nog zwart.
Toch, wat de vos daar zei, vervult hem trots zijn hart.
- Heb ik een gouden stem? Zou ik niet langer krassen?
Dan zal ik ’t bosvolk eens op mijn gezang vergasten! -
Zijn snavel gaat vaneen. Hij ademt diep. Een zucht…
Behendig hapt de vos het kaasje uit de lucht.
Wie zich door loze lof de ogen laat verblinden,
die zal, meestal te laat pas, zijn gezicht hervinden.