TOELICHTING:Uit de streek van Paderborn, in dialect opgetekend. Dit over geheel Europa verbreide sprookje bestaat uit verschillende motieven, die ook in ander verband optreden. Het trouwe paard (eigenlijk een betoverde prins) komt herhaaldelijk zowel in sprookje als heldensage voor (vgl. het paard Falada in
De ganzenhoedster); de ontrouwe makker is niet minder stereotiep. Een dier, dat gered wordt en daarvoor zijn dankbaarheid toont, behoort tot de vaste elementen van het sprookje; in zee verloren voorwerpen (gewoonlijk een ring) worden dan natuurlijk door een vis teruggebracht. Opmerkelijk is in dit sprookje de voorliefde voor motieven, die op het schrijven betrekking hebben: de prinses moet uit haar kasteel haar schriften hebben en de held vindt onderweg een pen, zonder welke de schimmel hem niet helpen kan. Deze pen (Duits "Scheibfeder") zal wel in de plaats van een vogelveer getreden zijn. De pen die niet verloren mag gaan is volgens Grimm een runenstaf. Het schrift is runenschrift dat macht heeft, een soort toverboek. De leeftijden van de jongen spelen een rol, 7 jaar geen paard, 14 jaar een schimmel. Zie ook
Het kind van Maria. Het einde van het sprookje, waar de schimmel plotseling een mens wordt is volgens Grimm niet volledig. Toch heeft hij het zo laten staan en er niets aan toegevoegd. Hier ziet men hoeveel eerbied Grimm had voor de mondelinge overlevering. Vergelijk Aulnoy: "La belle aux cheveux d'or," nr. 2