TOELICHTING:Van Frau Viehmann uit Zwehern. Vergelijk Andersen:
Kleine Klaas en grote Klaas. Verwant met
De oude Hildebrand en
De raap.
Van dit verhaal bestaat een bewerking in Latijnse verzen onder de titel "Unibos," die in Lotharingen ontstaan zal zijn. In de moderne volksoverlevering is het wijd en zijd verbreid, ook in Nederland. Opmerkelijk is dat de Vlaamse varianten, zoals Maurits de Meyer dit aangetoond heeft, een vermenging zijn van het Germaanse en het Romaanse type, die van elkaar in enkele motieven afwijken.
Het spreekt vanzelf, dat het verhaal van de overspelige vrouw een geliefd onderwerp was in de Middeleeuwse novellenliteratuur, en zowel in Franse fabliau's als in Latijnse exempel-verzamelingen voorkomt. De ruil van de plaats in de zak vinden we ook in
De raap.
Er bestaat een vermoeden dat Jacob Grimm dit sprookje heeft leren kennen via de familie Hassenpflug. De titel van de handschrift-versie wordt nl. op dezelfde manier geformuleerd als een verhaal van Jeanette Hassenpflug, en in 1811 heeft die familie een soortgelijk verhaal bijgedragen. Vanaf de tweede druk werden beide versies vervangen door een variant uit Zwehrn, maar de onderstaande tekst van het handschrift werd integraal opgenomen in de aantekeningen.
Heer Handen
Er was eens een slimme man in een dorp, die ging het altijd goed en de andere boeren haatten hem erom. Uit afgunst sloegen ze zijn bakoven stuk. Maar 's anderendaags nam hij de leem, stopte hem in een zak en ging daarmee naar de stad. Hierop ging hij naar het huis van een voorname dame en vroeg haar om zijn zak daar zolang te mogen laten staan, tot hij een andere zaak had afgehandeld. Hij zei dat er kruiden, kaneel, kruidnagel en peper in zaten. De dame zei hem eerst, dat hij maar bij mensen van zijn stand moest gaan, maar uiteindelijk, omdat hij bleef aandringen, stemde ze toe. Na enige tijd kwam hij terug, vroeg naar de zak, en toen hij hem opende en er leem in zat, begon hij te jammeren en luid te schreeuwen om gerechtigheid voor dit grote bedrog. Hoewel zij totaal onschuldig was, bood de dame hem 100 daalders als hij maar wilde zwijgen. Maar hij was daar niet tevreden mee en ze moest hem er tenslotte 300 geven, waarop hij naar zijn dorp ging.
Hier ging hij voor het raam staan en telde het geld. Het maakte de boeren razend, dat bij hem alles lukte, en ze stelden hem vragen. Hij vertelde dat hij het geld voor zijn bakovenaarde ontvangen had. De domme boeren sloegen nog dezelfde dag al hun ovens stuk, gingen ermee naar de stad, maar kwamen van een kale reis thuis. Om zich op heer Handen te wreken, beraamden ze een aanslag om hem te vermoorden. Maar hij had hen afgeluisterd. Hij ging naar zijn moeder en vroeg haar dat ze hem haar kleren zou lenen en de zijne zou aantrekken, hij had de hare voor iets nodig. Toen dat nu gebeurd was en de boeren kwamen, sloegen ze in plaats van hem de moeder dood. Heer Handen stopte zijn moeder in een ton en rolde die tot bij een dokter enz; maakte die wijs, dat die dokter haar gedood had enz. en kreeg weer een som geld. De boeren sloegen nu allemaal hun moeder dood enz. Ook een voorval met een herder. Ten slotte komen alle boeren door hun domme naäperö om het leven en heer Handen is alleen heer en meester in het hele dorp.