TOELICHTING:Dit verhaal werd overal in Duitsland verteld. Grimm nam de versie van Musäus, 1782. Dit verhaal behoort tot de fabels, waarin de keus van de koning van de vogels behandeld wordt; gewoonlijk wordt daartoe verkoren òf het sterkste òf het onaanzienlijkste dier. Reeds in een Duits gedicht van de 15de eeuw (Der Vögel Gespräch) wordt dit motief behandeld. Het komt ook voor in de volksoverleveringen van Germanen, Romanen en Slaven herhaaldelijk voor. Het bijzondere van dit sprookje is het klankbeeld. De werktuigen en ook de dieren maken geluiden die iets betekenen. Zie ook
De broodkruimels op tafel. Het is daardoor ook een zogenaamd aetiologisch sprookje: het 'verklaart' uiterlijk of gewoonte van dieren. Zoals het kleine kleermakertje de reuzen altijd de baas is, zo is het winterkoninkje de grote dieren te slim af.