TOELICHTING:Uit Wenen, verteld door een oude vrouw. Het deel dat Jan Plezier het hart van het lam heeft opgegeten en door het water in benauwdheid wordt gebracht, stamt uit Hessen (zie een meesterlied van Hans Sachs en de "Wegkürzer" van Martin Montanus - 1557). Oorspronkelijk behoort dit tot de legendenliteratuur; het is te vinden in een Mohammedaanse legende over één van Jezus' apostelen en herhaaldelijk in het Arabisch, Perzisch en Indisch bewerkt (hier wordt verteld, dat één van de drie broden heimelijk opgegeten is). Dat het in de volksoverlevering van geheel Europa binnengedrongen is, verwondert ons dus niet.
Het motief van het niet toegeven van de misdaad, zie
Het kind van Maria.
Duidelijk en geestig komt het verschil tussen de menselijke en de goddelijke moraal naar voren. De goddelijke moraal heeft evenals Sinkterklaas veel begrip voor de menselijke zwakheden. In andere versies reist Onze Lieve Heer mee met Jan Plezier. Voor de motieven van het verzamelen van de beenderen en het tot leven brengen door koken, zie
Van de wachtelboom. Dat het motief zeer oud is blijkt uit het feit dat iets dergelijks ook voorkomt in de Griekse sage van Medea. Het motief van de ransel, waarin men alles wensen kan en waarmee een slimmerik de hemel binnendringt, is wijd verbreid; het vertoont overeenkomsten met
Speelhans, terwijl het motief van het spookvertrek reeds in
Sprookje van iemand die erop uittrok om te leren griezelen voorkomt.