TOELICHTING:Er zijn vele varianten van dit sprookje. Soms rijdt de dwerg op een pollepel om het vuur, en hoort het dienstmeisje hem, een andere keer is het de koning zelf die de naam hoort als hij van de jacht terugkeert. De dwerg heeft steeds andere namen. De namen van het 'kleine volkje' zijn andere dan mensennamen, daarom is de dwerg zo zeker van zichzelf. Vergelijk het Zwitserse sprookje
Hans Kachel-Oventje.
Het verhaal berust voornamelijk op het motief, dat een demonisch wezen zijn naam verraadt en daardoor zijn kracht verliest; het vormt de gewone afsluiting voor een in Duitsland en Scandinavië bekende sage, die vertelt hoe een demon een kerk of ander groot gebouw vervaardigt, maar in zijn verwachting op het bedongen loon bedrogen wordt, doordat de onvoorzichtige opdrachtgever op het laatste ogenblik achter zijn naam gekomen is. Het idee dat de naam op magische wijze met de persoon verbonden is, vinden we terug in het oude volksgeloof; wie de naam van iemand uitspreekt heeft macht over hem. Vandaar de geheime namen van goden en demonen, die in de godsdienst van vele volken (in het Oude Testament de naam van Jehova!) voorkomen (vgl. H. Güntert, Von der Sprache der Götter und Geister, 1921). Denk bijvoorbeeld ook aan Heintje Pik of Moenen met het ene oog, voor de duivel.
De oorsprong van dit sprookje is erg onduidelijk. Zeker is alleen dat Wilhelm Grimm het in 1808 heeft opgetekend naar mondelinge overleveringen uit Hessen. In april 1808 immers heeft Jacob Grimm een bijna identieke versie van het verhaal naar Savigny gezonden. Bij de eerste druk verhuisde de versie uit het handschrift naar de aantekeningen. Het werd daar vermeld als het "vijfde verhaal'. Er is daar ook sprake van een zesde verhaal met hetzelfde motief: het afstaan van het eerste kind als offer voor het plukken van vruchten. In de eerste uitgave werd onder de titel "Rompelsteeltje" een contaminatie van twee versies afgedrukt: de eerste verteld door Dortchen Wild (eerste verhaal), de tweede door de familie Hassenpflug (tweede verhaal). Vanaf de tweede druk krijgt het sprookje een dramatischer slot: het mannetje scheurt zich van woede in tweeën! Deze aanvulling werd overgenomen uit de versie van Lisette Wild (derde verhaal). Volgens een vierde verhaal is het niet een dienstbode, maar de koning zelf die de naam van het mannetje ontdekt. In een notitie bij de handschrift-tekst geeft Jacob Grimm een aanwijzing in verband met de herkomst van de titel: in hoofdstuk 25 van zijn "Gargantua" (uitgeg. 1582) vermeldt Fischart in een rij van spelen onder nummer 363 het spel "Rumpele stilt oder der Poppart". Het is waarschijnlijk naar analogie daarvan dat de titel "Rumpenstünzchen" vanaf de eerste druk door "Rumpelstilzchen" werd vervangen.
RompelsteeltjeEr was eens een klein meisje. Men had het een knot vlas gegeven en het moest daaruit vlas spinnen. Maar wat het spon waren steeds gouddraden en er kwam maar geen vlas uit. Het meisje werd erg bedroefd en het ging op het dak zitten en begon te spinnen, en het spon drie dagen, maar altijd niets dan goud. Toen kwam een klein mannetje naar haar toe, dat zei: "Ik zal je uit al je nood helpen. Jouw jonge prins zal voorbij komen. Die zal met je trouwen en je wegvoeren. Maar je moet me beloven dat je eerste kind het mijne zal zijn." Het kleine meisje beloofde hem alles. Niet lang daarna kwam een mooie jonge prins voorbij. Die nam haar mee, en maakte haar tot zijn gemalin. Na een jaar bracht ze een mooie jongen ter wereld. Toen kwam het kleine mannetje aan haar bed en kwam hem opeisen. Zij bood hem alles in ruil voor het kind, maar hij nam niets aan, en hij gaf haar slechts drie dagen de tijd, als ze op de derde dag zijn naam niet wist, zou ze hem het kind moeten geven. De prinses dacht lang na, al twee dagen had ze nagedacht, en toch had ze de naam niet gevonden. De derde dag beveelt ze een trouwe dienares naar het bos te gaan waaruit het mannetje gekomen is. Die gaat 's nachts uit en dan ziet ze het mannetje, hoe het op een pollepel om een groot vuur heen rijdt en uitroept: "Als de prinses eens wist, dat ik Rompelsteeltje heet! Als de prinses eens wist, dat ik Rompelsteeltje heet!" De dienares gaat dat vlug aan de prinses vertellen, die er erg blij om is. Om middernacht komt het kleine mannetje en het zegt: "Weet je mijn naam, anders neem ik het kind mee". Dan noemt ze allerlei namen, en ten slotte zegt ze: "Zou het kunnen dat jij Rompelsteeltje heet?" Als het mannetje dat hoort, schrikt het en zegt: "Dat moet de duivel je gezegd hebben," en vliegt op zijn pollepel door het venster naar buiten.
Dit is ook een Efteling sprookje: een sprookje of verhaal dat wordt uitgebeeld in het attractiepark De Efteling in Kaatsheuvel. Sommige sprookjes zijn uitgebeeld in het sprookjesbos, andere hebben elders in het park een plek in een wat bescheidener vorm.
De tekst van de sprookjes en verhalen op de Volksverhalen Almanak zijn de oorspronkelijke teksten. In de Efteling en in diverse tekst- en audioweergaves van de Efteling wordt vaak gebruik gemaakt van beknoptere versies van het desbetreffende verhaal.