TOELICHTING:Sprookjes van Moeder de Gans, zie de proza versie:
Roodkapje. Er bestaat ook een versie van de gebroeders Grimm. In die versie komt er een jager langs, die de wolf opensnijdt, waardoor Roodkapje en oma levend tevoorschijn komen. Zie:
Roodkapje van de gebroeders Grimm
Over de betekenis van het Roodkapje-sprookje zijn tal van theorieën ontwikkeld. Zo is het wel, vooral op grond van het rode mutsje van Roodkapje, opgevat als een natuurmythe, waarin de strijd tussen morgenrood (Roodkapje), duisternis (de wolf) en zon (de jager) wordt uitgebeeld.
Ook is Roodkapje als de maan geïnterpreteerd die door de wolf wordt opgegeten. Paul Saintyves ziet er de neerslag van een voorjaarsgebruik in waarin het voorjaar in de gedaante van de meikoningin (Roodkapje) en de winter (de wolf) strijd tegen elkaar leveren. Deze interpretaties baseren zich gewoonlijk op de Grimm-versie, waarin Roodkapje uit de buik van de wolf wordt verlost. Ze houden er geen rekening mee dat in een oudere versie Roodkapje door de wolf gedood wordt.
Er zijn ook meer psychologische interpretaties ontwikkeld waarin de gebeurtenissen in het sprookje worden beschouwd als een proces van seksuele bewustwording van de vrouw. Charles Perrault stuurde in een toegevoegde berijmde moraal reeds aan op een seksuele interpretatie van het sprookje. In zijn optiek moet het verhaal de mooie jonge juffers waarschuwen voor de wolven (mannen) die achter hen aanzitten en hun willen verschalken.
De oorsprong van het sprookje wordt wel in verband gebracht met de aanwezigheid van wolven in het vroegere Europa, en ook met het geloof aan weerwolven; mensen die zich in een wolf kunnen veranderen en mensen aanvallen. Roodkapje zou derhalve als een soort 'waarschuwsprookje' voor kinderen hebben gefungeerd.
Roodkapje is in de negentiende en twintigste eeuw door veel schrijvers literair bewerkt. In de negentiende-eeuwse literaire bewerkingen is Roodkapje evenals bij Grimm een braaf meisje dat door haar ouders wordt ingeprent gehoorzaam te zijn en geen rare dingen te doen.
Twintigste-eeuwse schrijvers - en in hun kielzog cineasten, striptekenaars e.d. - behandelen Roodkapje niet langer als een klein onschuldig meisje dat gedisciplineerd moet worden. Er verschijnen regelrechte parodieën op de pedagogische en seksuele normen die gewoonlijk in Roodkapje worden uitgedragen. In een literaire Roodkapje-parodie vertelt Wim Meyles (in: De pitbull en de zeven geitjes, 1991) over de knorrige puber Roodkapje, die eigenlijk haar demente oma niet wil opzoeken. Als ze eenmaal met cola en chips op weg is, wordt ze in het bos aangerand door een jager. Een grote wolf bijt echter de jager de strot af. Roodkapje doet even later geschrokken haar relaas aan oma, maar zij schudt meewarig het hoofd bij zoveel overspannen fantasie van de jeugd van tegenwoordig: "Wat jammer toch dat ze niet van de drugs af kunnen blijven."
In veel literaire versies komt de verhouding man/vrouw centraal te staan en neemt Roodkapje, soms samen met haar grootmoeder, als geëmancipeerde vrouw het heft in eigen hand. Daarbij kan ze zelfs op criminele wijze met de wolf (haar vriend) samenspannen tegen haar grootmoeder. Roodkapje is tenslotte ook gebruikt om politieke ontwikkelingen aan de kaak te stellen, zoals het nationaal-socialisme en het communisme.