TOELICHTING:De voorgeschiedenis van dit sprookje is zeer merkwaardig. De hier vertaalde tekst is pas in de 5de druk van 1843 opgenomen en is een verhaal dat de Pommerse schilder Runge in 1806 had samengesteld, nadat hij het tweemaal had horen vertellen. Maar de tekst van de Grimms is niet de oorspronkelijke redactie, daar Runge's broer deze eerst in Hamburgs dialect had overgebracht. Intussen was het verhaal van Runge reeds tegelijk met de eerste druk van Grimms sprookjes in een andere en betere redactie door Busching gedrukt. Dit sprookje heeft, door de verzameling van de gebroeders Grimm, een zeer grote verbreiding gekregen en werd ook in Nederland herhaaldelijk opgetekend.
Het mannetje heet Domine, het vrouwtje Dinderlinde en ze wonen in een 'Pissputt', of 'Pisott'. In een andere versie wonen ze in een huisje zonder ramen en kijken door een kwastgat. Het motief dat de vrouw de man ophitst tot slechte daden is zo oud als de wereld. Zie het verhaal van Adam en Eva, en Macbeth van Shakespeare.
De vis die het lot geeft en neemt, is volgens sommigen het beeld van Christus, waardoor het sprookje een diepe betekenis krijgt. Zeer bekend is de verminkte versie van Piggelmee, een uitgave van Van Nelle. Verwant met
De goudkinderen.
Heeft ook overeenkomsten met
Een timmerman, zijn vrouw en keizer Ahorn.