Volksverhalen Almanak

Rembrandt
Harmenszoon van Rijn
15 juli 1606 - 4 oktober 1669


"In zijn laatste jaren schilderde Rembrandt een aantal van zijn mooiste zelfportretten, die duidelijk blijk gaven van het verdriet en de zorgen die hem ten deel waren gevallen"


Rembrandt zelfportret 1627 Rembrandt zelfportret 1629 Rembrandt zelfportret 1634 Rembrandt zelfportret 1661 Rembrandt zelfportret 1669
1627 1629 1634 1661 1669



Biografie van
Rembrandt Harmenszoon van Rijn

Hij leefde van 1606-1669. Vermaard schilder van groepsportretten (Nachtwacht, Anatomische les e.d.). Geboren in Leiden als zoon van een molenaar. Kreeg o.a. les van Lastman. Legde in Leiden de basis voor zijn latere Bijbelse voorstellingen op het witte doek, maar besloot in 1630 om zich definitief in Amsterdam te vestigen. Maakte daar grote naam, verdiende geld als water en had een eigen school. Huwde in 1634 met Saskia van Uylenborch die echter in 1642 overleed. Leefde daarna (vanaf ca. 1647) samen met Hendrickje Stoffels. Maakte meer dan 100 zelfportretten. Beroemd om zijn mythologische schilderijen. Maakte in totaal bijna 700 schilderijen, 300 etsen en 1600 tekeningen. Had echter op het eind moeite om met geld om te gaan en kende periodes van bittere armoede. Is een van de grootste schilders uit de wereldgeschiedenis.

Uit "Langs deze weg" een bundel brieven aan beroemde maar reeds langs overleden beroemdheden.


Rembrandt Harmenszoon van Rijn wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste Nederlandse schilder van de 17e eeuw. Ook zijn vele etsen en tekeningen zijn beroemd. Zijn bijdrage aan de kunst viel in een periode die geschiedkundigen de (Nederlandse) Gouden Eeuw noemen, een tijdperk (ruwweg samenvallend met de 17e eeuw) waarin de Nederlandse cultuur, wetenschap, handel, wereldmacht en politieke invloed op hun hoogtepunt waren.

Rembrandts beheersing van licht en donker, waarbij hij vaak scherpe contrasten neerzette, om zo de toeschouwer in het schilderij binnen te leiden, waardoor de hoofdzaak direct duidelijk werd, zijn levendige scenes vol dramatiek, en geheel zonder de strakke formaliteit die andere kunstenaars in die tijd vaak hanteerden, zijn zichtbare betrokkenheid en compassie voor de medemens, ongeacht rijkdom, leeftijd of afkomst, dit zijn zo een aantal kenmerken die maken dat Rembrandt over ter wereld begrepen en gewaardeerd wordt.

Rembrandt werd op 15 juli 1606 in Leiden geboren, als zoon van molenaar Harmen Gerritsz van Rijn en bakkersdochter Neeltgen Willemsdr. van Zuytbrouck. Hij was één van negen kinderen, en het gezin behoorde tot de gegoede middenklasse. Rembrandt bezocht de Latijnse school en studeerde korte tijd in 1620, minder dan een jaar, aan de Universiteit van Leiden.

In 1621 besloot Rembrandt om zich voortaan geheel op het schilderen toe te leggen.

Van 1621 tot 1624 bracht Rembrandts eerste leermeester, de Leidse schilder Jacob van Swanenburgh, hem vooral de kunst van het etsen bij. In Rembrandts Leidse periode (1625-1631) was de invloed van Lastman het meest zichtbaar. Schilderijen waren tamelijk klein, maar rijk in detail (b.v. in kostuums en juwelen). Religieuze en allegorische thema's overheersten.

Rembrandt studeerde een half jaar bij Pieter Pietersz. Lastman, in Amsterdam. Lastman, die zelf een schilder van bijbelse, mythologische en historische taferelen was, wordt als een belangrijke invloed op Rembrandt gezien. Hij bracht Rembrandt een goed gevoel voor compositie bij. Ook deed hij Rembrandt inzien hoe hij religie en geschiedenis als inspiratiebronnen voor zijn werk kon gebruiken. Lastman had zelf in Italië gestudeerd, in de vroege jaren van de eeuw. Natuurlijk gaf hij ook zijn Italiaanse indrukken en ontdekkingen aan Rembrandt door. Na deze korte maar belangrijke leerperiode in Amsterdam opende Rembrandt als zelfstandig meester een atelier in Leiden, dat hij deelde met vriend en collega Jan Lievens.

1632 - Anatomische les van Nicolaes Tulp
1632 - Rembrandt - Anatomische les van Nicolaes Tulp (grotere afbeelding)

In 1627 nam Rembrandt voor het eerst leerlingen aan. Gerard Dou was Rembrandts eerste leerling van 1628 tot 1631. In 1631 had Rembrandt zo'n stevige reputatie opgebouwd dat hij verschillende opdrachten voor portretten kreeg uit Amsterdam. Dit was voor hem reden om naar die stad te verhuizen en in te trekken bij de kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh, wiens commerciële uitbating van zijn atelier een voorbeeldfunctie heeft voor Rembrandt. Wanneer hij zijn eigen atelier start in Amsterdam neemt hij net als van Uylenburgh leerlingen in dienst die moesten betalen voor hun opleiding. Het grootste deel van hun opleiding bestond uit het maken van kopieën van zijn eigen werk. Deze kopieën waren het bezit van Rembrandt en vormden zodoende een bron van inkomsten. Als het werk van zijn leerlingen of oud-leerlingen door Rembrandt beschouwd werd als een werk wat hij mogelijk zelf gemaakt kon hebben ging er ook zijn eigen handtekening onder. Het schilderij was dan meer waard. Een dergelijke werkwijze was in die tijd niet ongebruikelijk. Dit is overigens ook de reden dat experts zo veel moeite hebben met het onderscheiden van de 'echte' Rembrandts van die van leerlingen en oud-leerlingen.

Gedurende zijn eerste jaren in Amsterdam (1632-1636) maakte Rembrandt vooral grote doeken, gebruikte hij felle kleuren en schilderde hij vooral dramatische taferelen. Hij maakte in deze periode veel portretten. Zijn overige schilderijen toonden vooral bijbelse en mythologische taferelen.

In 1633 kreeg hij van stadhouder Frederik Hendrik een opdracht voor het schilderen van een reeks passiescènes. In 1634 trouwde Rembrandt Hendrick's welgestelde nicht Saskia van Uylenburg. Als dochter van een patriciër kon zij hem in de hogere sociale milieus introduceren, waardoor zijn roem zich verder verbreidde. Rembrandt heeft overigens nooit afstand genomen van het gewone volk.

1635 - Balthasar's feest
1635 - Rembrandt - Balthazar's feest (grotere afbeelding)
1636 - De verblinding van Samson
1636 - Rembrandt - De verblinding van Samson (grotere afbeelding)
1636 - Danaë
1636 - Rembrandt - Danaë (grotere afbeelding)

Eind jaren dertig schilderde Rembrandt veel landschappen en maakte hij veel etsen over de natuur. Zijn landschappen waren in die tijd vaak speelbal van die natuur, met dreigende wolkenluchten en bomen die door de storm geknakt waren. In 1639 verhuisden Rembrandt en Saskia naar een voornaam huis in de Jodenbreestraat, in de joodse wijk (dit huis is dus nu museum Het Rembrandthuis).

1642 - De nachtwacht
1642 - Rembrandt - De schutterij van kapitein Frans Banning Cocq, beter
bekend als 'De Nachtwacht. Het schilderij werd zo genoemd, omdat tot 1940 een donkere laag vernis het beeld bepaalde van een groep wachters in de nacht. (grotere afbeelding)

De verslechterende financiële situatie is vaak toegeschreven aan een veranderde smaak op het gebied van de schilderkunst. Rembrandts werk is echter gedurende zijn gehele leven gewaardeerd gebleven. Niettemin is het zo dat de mate waarin hij gewaardeerd werd minder werd vanaf ongeveer de jaren veertig. Dit was hoogst waarschijnlijk ook het gevolg van de manier waarop hij omging met zijn opdrachtgevers. Wanneer hij geld nodig had voor de aankoop van een huis voelt zich pas geroepen de schilderijen af te leveren. Hij vraagt vervolgens het dubbele van de afgesproken prijs. Nadat met deze verhoogde prijs is ingestemd, doet hij weer een poging om de prijs te verhogen. Dergelijke zaken hebben hem waarschijnlijk een slechte naam bezorgt. Eveneens heeft hij geld verloren door te speculeren.

Vanaf ongeveer 1640 werd Rembrandts werk soberder, wat wellicht te verklaren is uit de familietragedies die hem overkomen waren. Uitbundigheid maakte plaats voor diep gevoelde innerlijke emoties. Bijbelse taferelen waren nu vooral gebaseerd op het Nieuwe Testament, en niet meer op het Oude Testament zoals eerder het geval was geweest.

Het formaat van de doeken werd weer kleiner. Een uitzondering daarop is De Nachtwacht (zijn grootste schilderij) dat net zo wereldlijk en energiek was als enig schilderij daarvoor. Landschappen werden vaker geëtst dan geschilderd. De duistere krachten van de natuur maakten plaats voor rustige Hollandse plattelandstaferelen.

Driemaal stierf een kind vlak na de geboorte. In 1641 kregen zij een zoon, die ze Titus (1641-1668) noemden. Saskia stierf kort daarna.


1648 - Rembrandt - Christus geneest de zieken, ook bekend als "De honderd gulden prent", een ets, de bijnaam sloeg op het voor die tijd enorme bedrag dat voor de prent werd betaald. (grotere afbeelding)

Geertjhe Dircx werd na de dood van Saskia aangesteld als het kindermeisje van Titus. Hij begint een relatie met haar die enkele jaren later in een scheiding eindigt. Deze scheiding is het gevolg van zijn liefde voor de 22 jaar jongere Hendrickje Stoffels. Rond 1647 trok Hendrickje Stoffels, die al enige tijd Rembrandts huishoudster was geweest, bij hem in. Dit leverde Hendrickje in 1654 een officiële berisping van de kerk op, omdat zij 'in zonde leefde'. In dat zelfde jaar kreeg het paar een dochter, Cornelia. In de vijftiger jaren veranderde Rembrandts stijl opnieuw. Schilderijen werden weer groter, kleuren feller, penseelstreken krachtiger. Hiermee nam Rembrandt afstand van eerder werk en van de heersende mode, die juist meer en meer neigde tot fijn, gedetailleerd werk. Hij gebruikte nog steeds veel bijbelse thema´s, maar de nadruk lag nu niet meer op groepsscenes maar meer op intieme portretachtige figuren.

1654 - Hendrickje badend in rivier
1654 - Rembrandt - Hendrickje badend in rivier. (grotere afbeelding)
1654 - Bathsheba bij haar bad
1654 - Rembrandt - Bathsheba bij haar bad. Men denkt dat Hendrickje voor dit schilderij model heeft gestaan. (grotere afbeelding)
1659 - Hendrickje Stoffels
1659 - Rembrandt - Portret van Hendrickje Stoffels. (grotere afbeelding)

Rembrandt leefde in die tijd boven zijn vermogen. Hij kocht veel kunst, kostuums (die hij vaak in zijn schilderijen gebruikte) en curiosa. Dit leidde in 1656 tot zijn faillissement. Hij moest zijn huis verkopen en een bescheiden woning op de Rozengracht betrekken. Zijn vrouw Hendrickje en zoon Titus begonnen daar een kunsthandel om voor de nodige inkomsten te zorgen. Rembrandts roem verbleekte in die tijd enigszins, maar dit zou in later jaren opnieuw veranderen.

In 1661 schildert hij De Samenzwering van Julius Civilis (Julius Civilis leidde een opstand tegen de Romeinen) voor het nieuwe stadhuis op de Dam (een groot deel van het in stukken gesneden schilderij is verloren gegaan, alleen het middendeel resteert nog).

1662 - De Staalmeesters
1662 - Rembrandt - De Staalmeesters. (grotere afbeelding)
1664 - Het Joodse bruidje
1664 - Rembrandt - Het Joodse bruidje. (grotere afbeelding)
1669 - Terugkeer van de verloren zoon
1669 - Rembrandt - Terugkeer van de verloren zoon. (grotere afbeelding)

In zijn laatste jaren schilderde Rembrandt een aantal van zijn mooiste zelfportretten, die duidelijk blijk gaven van het verdriet en de zorgen die hem ten deel waren gevallen. Rembrandt overleefde Hendrickje en Titus. Aan het eind van zijn leven had hij alleen zijn dochter Cornelia nog aan zijn zijde. Hij stierf op 4 oktober 1669 in Amsterdam.

Onjuist is de opvatting dat Rembrandt in armoede gestorven is. Na het faillissement, d.w.z. boedelafstand, heeft hij nog verscheidene belangrijke opdrachten gekregen, terwijl hij tevens handel dreef met zowel eigen etswerk als oude kunst. Zijn stoffelijk overschot werd op 8 oktober 1669 in de Westerkerk te Amsterdam bijgezet.

Veel leerlingen van Rembrandt werden later zelf beroemd. Onder hen waren: Gerard Dou (1613-1675), Ferdinand Bol (1616-1680), Govert Flinck (1615-1660), Carel Fabritius, (1622-1654), Samuel van Hoogstraten (1627-1678) en Nicolaes Maes (1643-1693). Er is menig verhit debat gevoerd tussen kenners van Rembrandt over de authenticiteit van veel schilderijen die lange tijd aan hem toegeschreven waren: werden ze door Rembrandt zelf gemaakt, door een van zijn leerlingen, of deels door beiden?


Bovenstaande tekst is voor een deel overgenomen van www.kunstbus.nl

Detail van "De nachtwacht"
Rembrandt - Detail van "De nachtwacht" (grotere afbeelding)
Detail van "De nachtwacht"
Rembrandt - Detail van "De nachtwacht" (grotere afbeelding)
Detail van "De nachtwacht"
Rembrandt - Detail van "De nachtwacht" (grotere afbeelding)


De schuttersmaaltijd (IV)

In elk museum zijn er meer dan éen:
Een and're lijst om steeds eend're gebaren;
En onder 't stof van de vergeten jaren
Dooft zelfs de toets die onvervangbaar scheen.

Van honderd bontbepluimden is er geen
Die niet in 't eigen spiegelbeeld kan staren;
Er is wel leven, geen verschil te ontwaren,
En als het leven niet verschilt, vliedt 't heen.

Maar soms, te middernacht, wordt elk taf'reel
Door tooverij vervuld van haat en nijd
Jegens de schutters aan de overkant.

'Weg met die schutters!' - en een luid krakeel
Breekt uit, dat voor een korte poos bevrijdt
Van het eentonige gezinsverband.


Simon Vestdijk (1898-1971)
uit: Gestelsche liederen (1949)