Info: De groene jager
SAMENVATTING:
Evert van Essen - de heer van kasteel Eerde - wordt verliefd op Gisela, die eigenlijk al verloofd is met Joncker Arent, de groene jager. Via list, bedrog en moord lukt het hem toch met Gisele te trouwen, maar uiteindelijk loopt het slecht af. Jaren later zijn de geraamtes van twee geliefden gevonden in de kerkers van kasteel Eerde te Ommen.

TOELICHTING:
Het huidige kasteel Eerde met zijn beide bouwhuizen dateert uit 1715 en is gebouwd in opdracht van de toenmalige eigenaar van Eerde, Johan Werner baron van Pallandt. Maar al lang voor die tijd was er sprake van een Huis Eerde op deze plek.

Volgens de kroniekschrijver Willem Nagge bestond het huis Eerde reeds in 1227, toen de bisschop-landsheer er zijn legermacht verzamelde aan de vooravond van de slag bij Ane. Een eeuw later - in 1334 - noemt een lid van het Vollenhoofse geslacht Reding zich Johan Reding van Eerde. De dochter uit het huwelijk van deze Johan huwde op 17 december 1356 met de roemruchte Evert van Essen.

Deze Evert - zoon van de drost van Salland Hendrik van Essen - was geen gemakkelijk man. Hij liet op de plek van kasteel Eerde een versterkt huis bouwen: een roofriddersnest, van waaruit Evert in de wijde omgeving roofde en plunderde. In 1374 rezen omtrent hem de eerste klachten. Vanuit zijn strategisch gelegen 'hovestad' Eerde terroriseerde hij de kooplieden over de rivier de Regge en over land. Eind 1376 deponeerde de stad Deventer haar eerste klacht. Op 8 april 1380 kwamen de bisschop van Utrecht en de steden Deventer en Zwolle overeen dat zij gezamenlijk Eerde zouden belegeren, innemen en afbreken. Het beleg duurde vijf weken. Op 29 mei kwam het tot een vergelijk met de bezetting: voor 250 oude schilden kochten de belegeraars het huis Eerde; Evert van Essen mocht eruit slopen wat hij nog gebruiken kon. De 14-e eeuwse vertaler van de kroniek van Jan Beke biedt een levendig verslag van het beleg. Everts 'casteel' was gemaakt 'van stene ende van houte, die stile ende standers waren so groet ende dicke alse molenstanders'. Door de hechte constructie van juist het houtwerk kaatsten de kanonskogels terug 'oft baffe geweest hadde'. Na de inname moesten de pogingen tot sloop tenslotte worden opgegeven: 'doe stac men den brant daerin ende het bernde ene ganse maent lang'. Evert van Essen bezweek in 1382 aan de verwondingen die hij in dienst van de bisschop opliep tijdens een inval van de Friezen.

De groene jager
Het huis werd na de dood van Ever van Essen herbouwd en kreeg verschillende bewoners, totdat het in 1419 in het bezit kwam van het geslacht Van Twickelo. Jan Baptista van Renesse, die getrouwd was met Adriana van Twickelo, werd in 1588 heer en meester. De familie Van Renesse bleef eigenaar totdat Eerde in 1706 werd verkocht aan de eerder genoemde Johan Werner van Pallandt. Met zijn komst braken nieuwe tijden aan, want hij liet het huis herbouwen als een statige edelmanswoning, met grachten en bouwhuizen. Ook het landgoed werd door hem verfraaid en vergroot en de havezate Eerde groeide uit tot een landgoed van 1667 ha met ruim twintig boerderijen.

Aan het begin van 1900 woonde mr. R. baron van Pallandt op Eerde. Hij was Eerste Kamerlid en een groot liefhebber van de jacht. In 1913 kwam zijn verre neef Philip, die toen 23 jaar was, voor het eerst naar Eerde. Samen zwierven zij over het landgoed. Jagend op fazanten, hazen en konijnen. Blijkbaar konden ze goed met elkaar overweg. Want de kasteelheer, die vrijgezel was, veranderde zijn testament. Toen hij op 43-jarige leeftijd overleed, ontving Philip van Pallandt tot zijn verrassing het bericht dat hij nu eigenaar was van landgoed Eerde.

Philip was een man met idealen. Hij was gegrepen door de denkbeelden van Baden Powell, wiens boekje "Scouting for Boys" een revolutie in het jeugdwerk teweegbracht. In de jaren twintig werd Eerde het middelpunt van de padvinderijbeweging. Vanaf 1923 werden op Ada's Hoeve, dicht bij huis 't Laar, leiderscursussen gegeven.

De groene jagerLater kreeg Eerde, opnieuw op initiatief van Philip van Pallandt, een andere 'geestelijke' bestemming. Het kasteel werd hoofdkwartier van de Internationale Orde van de Ster van het Oosten. Deze oostelijke ster was de mystieke leider Krishnamurti. Van Pallandt schonk in 1924 de toen opgerichte Eerde- stichting, waarvan Krishnamurti president was, al zijn onroerende goederen, waaronder Eerde.

In deze periode werden op Eerde de zogenaamde Sterkampen gehouden. Het laatste daarvan (1929) werd bezocht door drieduizend geestverwanten uit 48 verschillende landen. Tijdens dit kamp ontbond Krishnamurti de Orde van de Ster, omdat hij geen heil zag in sekten en groepen, maar slechts in de mens als individu. In 1932 gaf hij kasteel Eerde terug aan baron van Pallandt. Het jaar daarop verhuurde de baron het kasteel aan de Quakers, die er een internationale school vestigen.

In 1965 werd landgoed Eerde ondergebracht in een NV, later in een BV. Natuurmonumenten verkreeg toen 51% van de aandelen en het beheer van het landgoed. In 1982 werden ook de andere aandelen overgedragen. Sindsdien heeft de Vereniging gedaan wat ook Philip van Pallandt deed. Deze namelijk heeft vanaf het begin ernaar gestreefd het landschap ongerept te houden. Bij de verkoop van de delen van bezit, onder meer aan Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, zorgde hij er door middel van servituten voor, dat de schoonheid van het landgoed behouden zou blijven. Van Pallandt vond het daarnaast belangrijk dat zijn bezit voor allerlei mensen toegankelijk was. Hij voerde wat je noemt een 'open-deur-politiek'. Hetzelfde doet Natuurmonumenten met haar bezittingen. Tenslotte werd Philip van Pallandt toen hij eenmaal op Eerde woonde, al spoedig een fervent tegenstander van de plezierjacht. Ook in dat opzicht is er dus een overeenkomst met de huidige eigenaar.

Bron: www.natuurlijk.nl

Zie ook:



Mede mogelijk gemaakt door de gemeente Ommen.