Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:




De gierige dame Een sage uit Enkhuizen over gierigheid en hebzucht

In het begin van de zestiende eeuw woonde in Enkhuizen, vlak bij zee, een gierige dame. Ze bezat een brouwerij en had 'in het veld' nog tachtig morgen land liggen. Zij eiste dat de pacht altijd op tijd zou worden betaald.

Nu gebeurde het eens dat zij, in de tijd van het pacht betalen, ernstig ziek was geworden. Een van de boeren was toch naar haar huis gekomen met een zak met geld.

"Daar hebt je goed aan gedaan," zo liet ze hem weten en haar dienstbode Katrijn moest haar de zak aanreiken, opdat zij alles nauwkeurig kon natellen. Zij knikte tevreden toen alles er was en schreef een ontvangstbewijs voor de pachter.

Na enkele dagen voelde zij dat de ziekte een verkeerde wending ging nemen.

Vol angst voor haar bezit riep zij haar meid bij zich en zei: "Katrijn, het is met me gedaan. Ik voel dat ik zal sterven. Je moet nog één ding voor me doen en me zweren dat je het ten uitvoer zal brengen. Als ik dood ben, moet je mijn geld onder het kussen in mijn kist leggen."

De dienstbode beloofde alles keurig te volbrengen en zwoer dat zij het aan niemand zou zeggen. Toen haar meesteres was gestorven, legde zij de avond voor de begrafenis het geld onder haar kussen en ging de volgende dag met de treurende familie mee naar de Pancraskerk om haar de laatste eer te bewijzen.

Toen de familie na de begrafenis voor het maal in het huis bijeenzat, vroegen zij met belangstelling wat zij zouden erven. Een van de oudsten zocht de kasten na om het geld er uit te halen en tot zijn grote verwondering vond hij geen enkele stuiver. "Dat kan haast niet," zei hij tegen de anderen, "ik weet dat een pachter haar nog geen week geleden een flinke som heeft betaald. Dat geld kan nog niet weg zijn."

"Ja," verzekerde een ander, "ik heb met mijn eigen ogen de kwitantie gezien, die zij heeft afgegeven: het was vijfentwintig goudgulden."

"De dienstbode zal er wel meer van weten," merkte iemand grimmig op en men besloot Katrijn binnen te roepen en aan een verhoor te onderwerpen.

De dienstbode riep schreiend uit dat zij nergens van wist. Maar de familie geloofde haar niet en een van hen liep naar de schout om zijn hulp in te roepen. Toen Katrijn de schout zag komen, viel zij vol angst op de knieën en bekende onder tranen, dat zij het geld, op last van haar meesteres, onder het kussen in de kist had verborgen.

"Wat een dwaasheid," riep de oudste uit en omdat hij ook door de hebzucht was aangegrepen, vroeg hij aan de schout verlof het lijk terstond te mogen opgraven.

"De kuil is pas vol met zand gegooid," zei hij, "het opgraven geeft nu nog geen ongemak. En u zult het toch wel met mij eens zijn: het is eeuwig zonde om dat goede geld daar te laten. Het komt ons toe en u weet, heer schout, dat wij van onze kant zeker genegen zijn om de stad goed te gedenken."

De schout stemde toe en ging met de familie mee naar de kerk. Vol spanning maakte men het graf open en toen men de kist gevonden had, opende het oudste familielid het deksel met een ijzer. Doch vol afgrijzen sprong hij uit de kuil en wees zijn familieleden op het afzichtelijk schouwspel. Het deksel was er half afgegleden en men kon in het duister het lichaam van de vrouw heel goed onderscheiden. Men zag ook kronkelende slangen en hagedissen die zich met hun glanzende lijven rond de armen en benen van de vrouw geslingerd hadden. Ook uit haar mond kropen zij bij tientallen, terwijl uit de kist langzaam zwaveldampen opstegen, die alles nog gruwelijker maakten dan het al was.

Aan geld werd niet meer gedacht. Men vluchtte vol schrik weg uit de kerk en de schout, die met enkele mannen meegegaan was, keek hen hoofdschuddend na. Hij liet het graf dichtgooien en besprak de zaak op het rechthuis met zijn medebestuurders. En zij kwamen tot het besluit dat zij aan de burgers een voorbeeld moesten stellen: zij moesten hen op duidelijke wijze waarschuwen tegen de gevolgen van de gierigheid. Vandaar die grafzerk in de Pancraskerk te Enkhuizen waarop nog net te zien is hoe een persoon door slangen omslingerd wordt.


*   *   *

De gierige dame Samenvatting
Een sage uit Enkhuizen over gierigheid en hebzucht. Een gierige dame is dodelijk ziek en vraagt aan de dienstbode om haar geld onder het kussen in de grafkist te leggen. De familie van de vrouw komt erachter als ze al begraven is. Als ze de kist opgraven en openmaken, leren ze de gevolgen van gierigheid. Lees het verhaal

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"De opgeverfde haan. Bekende & onbekende verhalen over schelmen & vagebonden, tovenaars & heksen, boze moeders & ontaarde zonen, ezels & schapen, reuzen & dwergen, kluizenaars & molenaars, tempeliers & wonderdokters, spoken & weerwolven, juffers & bruiden, zeemeerminnen & nachtmerries, bokken & egels, soldaten & jagers, katers & eksters, knechten & meesters, kooplieden & dieven & vele andere eeuwige stuiverzoekers" samengesteld door Willem de Blécourt. Uitgeverij Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1982. ISBN: 90-274-7115-0

Herkomst: Noord-Holland
Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 11 jaar

Lees ook