Hoe de jaguar overwonnen werd

Wanneer de jaguar achter een marmot aanjaagt, vraagt hij de uil om hulp. Die krijgt echter veel zand in de ogen gestrooid en vlucht weg. Als de jaguar verder gaat komt hij het vuur en de regen tegen. In zijn hoogmoed denkt de jaguar dat hij sterker is, maar daar vergist hij zich lelijk in...
Hoe de jaguar overwonnen werdIedere Indianenjongen en ieder Indianenmeisje is heel goed op de hoogte van de geschiedenis van de onverzadigbare en hoogmoedige jaguar die werkelijk dacht dat hij onoverwinnelijk was. "Hoogmoed komt voor de val!" zeiden allen die de jaguar kenden, maar niemand vermoedde, hoe snel het hele oerwoud over de hoogmoedige zou lachen.

Het kwam zo. 's Avonds vervolgde de jaguar de grote marmot Agoeti door het hoge gras. Hij had grote honger en dacht er alleen maar aan, hoe goed het marmotje hem zou smaken. Maar de marmot was ook niet van gisteren. Hij rende snel in een verlaten hol en was in veiligheid.

De jaguar stak weliswaar zijn kop in het hol maar hij kwam niet ver. Er bleef hem niets anders over dan voor het hol te wachten.

In de takken van een boom nestelde een uil. "Hé, kom eens naar beneden!" beval de jaguar en de uil gehoorzaamde. "Blijf hier zitten en pas er voor op dat de marmot Agoeti niet wegloopt. Ik kom vlug terug en dan krijg je ook een stuk van hem. Ik ga water zoeken, zodat ik mijn muil vast nat kan maken," zei de jaguar.

De uil knikte en ging voor het hol zitten en de jaguar liep weg om zijn muil nat te maken. De marmot had alles gehoord wat het tweetal had afgesproken en nauwelijks was de uil alleen of hij nam zand in zijn poten en sloop uit het hol naar buiten. "Hier oude heks!" piepte hij en wierp de uil het zand in de ogen. Toen verdween de marmot zo snel mogelijk.

De uil knipperde eerst een paar maal met de oogleden en begon toen verschrikkelijk te huilen. "Auw, auw, auw, ik kan niets meer zien!" Hij wreef met zijn poten in zijn ogen, maar daarmee maakte hij het nog erger... Eindelijk vloog hij half blind en luguber schreeuwend het oerwoud in. En sinds die tijd ziet de uil slecht!

Toen de jaguar terug kwam en zag dat de uil niet meer voor het hol zat, gingen zijn haren van woede overeind staan. Maar wat kon hij er aan doen? Zijn maag knorde nog steeds en daarom zat er niets anders op dan een ander dier te gaan vangen.

Hij liep het bos in en daar kwam hij een heel wonderlijk rond dier tegen, dat op zijn rug een korf met herten, vissen en schildpadden droeg.

"Wie ben jij dan?" vroeg de jaguar, "en waarom ben je niet bang voor mij?"

"Ik ben het vuur en ik zou niet weten waarom ik bang voor je zou zijn."

"Omdat ik de jaguar ben, kijk me maar eens goed aan!" zei de jaguar en hij draaide ijdel in het rond en toonde zich van alle kanten. Daarna sprong hij op een boom, waarvan de takken meteen braken.

"Je hebt werkelijk grote kracht!" zei het ronde dier, "maar laat eens zien wat je nog meer kan."

De jaguar krabde met zijn poten aan een boom en knorde daarbij: "Heb ik je niet genoeg laten zien? Zo sterk als ik ben is niemand, jij ook niet!"

"Dat is waar," zei het vuur vriendelijk.

"Geef me dan je korf, anders eet ik je op!" schreeuwde de rover en maakte zich klaar om te springen.

Het vuur nam gehoorzaam de korf van zijn rug, kroop in elkaar en wachtte op de dingen die zouden komen.

De jaguar sprong - maar ach! Toen hij met zijn klauw een stuk vuur raakte schreeuwde hij het uit van pijn. Zijn poot was erg verbrand en hij was blij dat hij nog in de kruin van de dichtstbijzijnde boom kon komen.

"Waarom ben je nu plotseling bang voor me, ik heb toch geen kracht! "zei het vuur en rolde langzaam naar de boom toe.

Spoedig brandden de takken en de stam, en de jaguar stikte bijna. Er bleef niets anders over dan van de boom af te springen en op de rotsen een toevlucht te zoeken. Nauwelijks dacht de jaguar dat hij veilig was of het vuur kronkelde zich door de rotsspleten en vernietigde alles wat op zijn weg kwam. Eindelijk sprong hij de jaguar op zijn huid... daarom is hij tot nu toe vlekkerig gebleven!

De jaguar liep zo snel als hij kon weg, met zijn verbrande vel. Maar het vuur zat hem op de hielen en toen hij in een beek sprong om zijn wonden af te koelen, vlamden de struiken aan beide kanten op en het duurde niet lang of het water in de beek kookte. "Zo is het genoeg! Zo is het genoeg!" riep de jaguar, die half dood was van pijn. "Je bent sterker! Maar zo is het genoeg - spaar mijn leven!"

"Waarom ook niet," lachte het vuur en het kromp in elkaar, tot er nog een paar nietige vonkjes van hem overbleven die in de wind wegwaaiden.

Het duurde lang voordat de jaguar uit de beek kroop en het duurde nog eens zo lang tot hij zijn lege maag weer hoorde knorren. "Ik moet naar iets anders zoeken, maar deze keer zal ik beter opletten en niemand laten merken hoe sterk ik ben."

De jaguar liep verder door het bos en groef hier en daar met zijn poten wat regenwormen en termieten uit en die smaakten hem ook.

Op een dag trof hij een klein doorzichtig dier aan.

"Wie ben jij dan?" vroeg hij.

"Ik ben de regen," zei het kleine doorzichtige dier.

"Ben je sterk?"

"Oh nee, waarom zou ik sterk zijn?"

"Als je geen kracht hebt, zou je bang voor me moeten zijn," beweerde de jaguar weer eens en de regen zei: "Sterk ben ik niet, en toch zijn de Indianen bang voor me, nog meer dan voor jou!" Dat was teveel voor de jaguar. "Ho - ho - dat wil ik zien! Toon eens wat je kan!" Hoewel de regen langzaam vooruit kwam, volgde hij de jaguar tot in het volgende dorp. De Indianen droegen hun matten naar buiten om de nacht onder de blote hemel door te brengen. "Oea! Oeaa! Oeaa!!" brulde de jaguar achter de eerste hut. "Een jaguar! Een jaguar!" riepen de mensen. "Maak pijlen en boog klaar, morgen vroeg gaan we op jacht!"

"Hoor je wel?" lispelde de regen. "Ze zijn niet eens bang voor je!" Daarna gooide hij zich hoog in de lucht en liet zijn regendruppels op de aarde vallen.

"Het regent, het regent!" riepen de Indianen van alle kanten, "Vlug kom binnen, anders worden jullie nat!"

In een ogenblik waren ze allemaal in hun hutten gevlucht. De regen ruiste en ruiste, tot ook het vel van de jaguar doornat was en hij met tegenzin moest toegeven: "Laat het zo maar genoeg zijn, je hebt grotere kracht dan ik!" Toen lachte de regen van ganser harte en met hem lachte het hele oerwoud mee.

De jaguar heeft zijn hoogmoed duur moeten betalen - nu is hij bang voor het vuur en bang voor het water en dat weet iedere Indianenjongen en ieder Indianenmeisje.


*   *   *

Toelichting
Dit verhaal verklaart het slechte gezichtsvermogen van de uil (wat overigens niet waar is) en waarom de jaguar vlekken op zijn vacht heeft.

Bron
"Sprookjes van de Indio's. Mythen, sprookjes en legenden van de Indianen uit Midden- en Zuid-Amerika" door Vladimir Hulpach, vertaald door Anke Eggink. Uitgeverij Ankh-Hermes, Deventer, 1979. ISBN: 90-202-0044-5

Lees ook