Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 45 min.
Herkomst:

Chusnobod, die geen rijke man wilde

Chusnobod was de dochter van de sjah. Een meisje, lieflijk als het zonlicht en zacht als de stralen van de maan.

Daarbij was zij zeer intelligent en bezat meer moed dan ieder ander aan het hof. Werkelijk, zij was de enige die niet ineenkromp van angst voor de woedeuitbarstingen van haar vader. Op onmenselijke wijze kon hij onderdanen straffen of vervolgen en dan was het Chusnobod die hem durfde waarschuwen of hem smeekte genade voor recht te laten zelden.

Doch veel bereikte zij hiermee niet. Haar bijzondere schoonheid trok talrijke jongemannen naar het hof, maar de sjah, nors en nooit tevreden, zond hen heen zonder dat zijn dochter hen kon ontmoeten. Meedogenloos bespotte hij de jonge minnaars, hoe rijk zij ook waren. Hij gunde het meisje aan niemand! Soms, als Chusnobod samen was met haar moeder, zei ze dringend: "Geef mij toch nooit aan een rijke man. Heus, lieve moeder, ik wil alleen trouwen met iemand die arm is en eenvoudig. Als mijn vader dat niet toestaat, loop ik weg en verberg mij ergens waar niemand me vinden kan. Liever woon ik in een lemen hut dan hier in net paleis, waar dagelijks jammerklachten klinken. "Op een dag lag de sjah loom uitgestrekt op zijn rustbank en vierentwintig raadslieden stonden om hem heen.

Door het open venster klonk de eentonige roep van een vogel. Geërgerd richtte de sjah zich op. "Wat schreeuwt die vogel daar?" vroeg hij met een woedende blik aan de raadslieden.

Deze staken de hoofden bij elkaar en overlegden snel. Een leugen betekende hun dood.

Daarom probeerden zij het met een grapje. "Zijn wij vogels?" riepen ze lachend, "mensen begrijpen immers de vogeltaal niet. Misschien verveelt die vogel zich, evenals onze verheven sjah en dat vertelt hij ons. "De sjah werd razend, sprong overeind en beval de beul alle vierentwintig mannen te onthoofden. Chusnobod, stil in een hoekje van de zaal, had alles aangehoord. Snel ging zij naar haar vader toe en smeekte hem vurig de raadslieden te vergeven. Zij zou dan zelf zijn vraag beantwoorden.

De sjah knikte toestemmend. Hij was nieuwsgierig en trok het bevel voor de beul in.

Toen kwam het antwoord van zijn dochter: "Die vogel is een kraai. Hij wil je dit zeggen: het geluk van een man is zijn vrouw. Zodra hij die slecht behandelt, keert het geluk hem de rug toe. ""O, jij onbeschaamde dochter! " schreeuwde de sjah, "wil jij mij, in het bijzijn van de raadslieden, de les lezen? Moet ik soms het geluk verwachten van jouw moeder die mij opgedrongen is? In de kerker met jou! "En de beul bracht het bevende meisje in een onderaardse kerker. Niemand had de moed het voor Chusnobod op te nemen. Maar allen voelden een diep medelijden met het moedige meisje. Een week lang kon de sjah niet slapen en wierp zich morrend van de ene op de andere zij. Niemand waagde zich in zijn nabijheid. De oudste vizier vreesde echter voor het leven van het meisje.

Die mooie jonge vrouw mocht toch niet opgeofferd worden aan de gril van haar vader! Op een ochtend richtte hij zich tot de sjah: "Heer, zullen wij gaan jagen en wat verstrooiing zoeken? Waarschijnlijk geeft dat u rust. "De sjah stemde toe en liet een oproep voor de jacht rondgaan. Zeven dagen waren zij op pad, vierhonderd mannen en vierenveertig vizieren. Maar niet één vogel werd geschoten en zonder buit reden zij terug naar het paleis. De sjah reed ver vóór het gezelschap uit. Hij wilde in de rivier een bad nemen. Ineens viel zijn oog op een grijsaard die zich heel merkwaardig gedroeg. Hij nam telkens een steen uit het water, schreef er iets op en wierp hem dan zo ver mogelijk in de rivier. "Wie ben je," vroeg de sjah, "en waarom doe je dat? ""Op deze manier bepaal ik het lot van de mensen," antwoordde de grijsaard rustig. "Verklaar mij dan mijn toekomst," beval de sjah kort. De grijsaard pakte enkele stenen op, maar schudde mistroostig zijn hoofd. "Ik vind geen steen die bij je past," zei hij, "maar je hoeft je niet ongerust te maken over een naderend einde van je leven. ""En wat staat mijn dochter te wachten? Ik liet haar opsluiten. "De oude haalde een handvol stenen te voorschijn, nam één sneeuwwitte apart, schreef er wat op en wierp hem toen met de andere stenen weer in de rivier. "En?" vroeg de sjah in opperste spanning.

"Negen maanden van hier ligt het rijk Schachri Dschardschon.
Daar woont een held, een dapper krijger. Zijn verlangen is erop uit te trekken en het boze in de wereld te overwinnen.
Deze dappere krijgsman, hij is de zoon van een herder, zal trouwen met je dochter. "

De viziers waren intussen nader gekomen en hadden aandachtig geluisterd. De sjah ontstak in hevige toorn. Hij nam zijn zwaard en met een goed gerichte zwaai wilde hij de grijsaard in twee stukken hakken. Maar vreemd, hij raakte alleen de lucht en de grijsaard zat ongedeerd aan de rivier. Allen weken angstig terug en de sjah verdween snel uit het gezicht.

Die avond vroeg hij raad aan de oudste vizier. "Wat denk jij hieraan? Zal mijn dochter werkelijk trouwen met de zoon van een armzalige herder? ""Wanneer dat door het lot is beschikt... " begon de vizier voorzichtig. "Wat kunnen wij doen?" wilde de sjah weten. "Zal ik haar meteen doden? Dan kunnen wij zien wie het recht aan zijn kant heeft. Of zal ik haar langzaam laten verhongeren?" Kwaadaardig hield hij zijn blik op de vizier gericht. De vizier beefde bij de gedachte aan de mooie, zachtmoedige dochter van deze tiran. Aarzelend begon hij: "Misschien kunt u haar het best vergeten, daar in die onderaardse kerker. Als er werkelijk een krijgsman uit dat land gereden komt, is hij in ieder gevalnegen maanden onderweg.

Dan is uw dochter allang niet meer in leven. "De sjah knikte.

Die raad beviel hem goed. Maar diezelfde avond haalde de oudste vizier de prinses heimelijk in zijn huis. Hij liet door een schrijnwerker een kist maken, met zachte stof bekleden en van luchtgaten voorzien.

Toen sprak hij tegen Chusnobod: "Als het lot het wil, zul je in leven blijven.

Dat zal beter kunnen in deze kist dan in de verschrikkelijke kerker van je vader. Vrees niets en stap erin. Ik geef je voedsel mee voor veertig dagen en ook allerlei kostbare, zeldzame stenen. " En hij vertelde haar alles van de voorspelling die de oude man gedaan had.

Toen sloot hij voorzichtig het deksel van de kist en midden in de nacht liet hij deze in de rivier glijden... Treurig zat de prinses ineengedoken in haar kleine drijvende woning.

Treurig, maar wel hoopvol. Zij at weinig en verdeelde het voedsel heel nauwkeurig. Zo gingen meer dan veertig dagen voorbij. Nu was er een land dat drie maanden van het geboorteland van Chusnobod aflag.

De sjah die daar heerste was verkwistend en zeer prachtlievend. Hij heette Karaschach. Zijn volk leefde in armoe en leed honger. Het was algemeen bekend dat de sjah veel vrouwen begeerde. Arm of rijk, gehuwd of ongehuwd, het kwam er niet op aan als zij maar mooi waren! Zo nodig werden zij met geweld in zijn harem opgenomen. En de vader die zijn dochter wilde beschermen, moest vrezen voor eigen leven! Eens liep die sjah over de markt en zag, langs de weg, een grijsaard zitten die aan de voorbijgangers om een aalmoes vroeg. "Waarom bedel je hier?" vroeg de sjah hem nors, "kun je niet werken? ""Ik ben ziek, heer, en mijn neven hebben honger. ""Sta op," beval de sjah, "ga maar hout sprokkelen voor mijn paleis. Een wagen vol, ik zal je laten betalen. "De gebrekkige man strompelde weg. Hij leende een handkar en sprokkelde hout tot hij niet meer kon. Zijn rug gloeide van de pijn en hij liep naar de rivier om in de frisse lucht bij te komen. Kijkend over de rustig bewegende golven zag hij onverwacht een kist drijven, in zijn richting! Hij liep erheen en even later kon hij hem met enige moeite op de kant trekken. Hij bleek goed afgesloten, maar met zijn bijl hakte hij een gat in het deksel.

Toen tilde hij het in zijn geheel eraf en... kon zijn ogen niet geloven.

Daar lag een meisje van zulk een betoverende schoonheid! "Bevrijd me," smeekte zij, "geef me wat te eten en te drinken. "De grijsaard knikte ontdaan, zette de kist op de handwagen en reed terug naar de stad, naar zijn hut. Intussen overlegde hij koortsachtig: wat moet ik doen? Breng ik het sprokkelhout naar de sjah, dan krijg ik natuurlijk maar een beetje geld, maar dan kan ik eten en drinken voor het meisje kopen. Breng ik hem de kist dan geeft hij mij helemaal niets. Maar het meisje is veel te mooi om te offeren aan de sjah. Ik zal de kist dus verkopen en het meisje vrijlaten. Juist was hij tot dit besluit gekomen toen sjah Karaschach er aan kwam. Hij kreeg de oude in het oog en snauwde tegen hem: "Ben je nu al terug? Je zou toch een wagen vol brandhout voor mij sprokkelen? En nu heb je een kist gestolen! " Hij trok zijn sabel en sloeg de oude man het hoofd af.

De kist liet hij naar zijn paleis dragen. Zodra hij de mooie Chusnobod zag, werd hij hevig verliefd op haar. "Wie of wat je ook bent," zei hij resoluut, "morgen wil ik met je trouwen. Je zult de eerste vrouw in mijn harem zijn, wat de anderen ook zeggen. "Chusnobod schrok. Net had zij de gewelddadige houding van de sjah gezien en wist dat zij niets tegen hem kon beginnen. Weglopen zou ook niet mogelijk zijn.

Daarom leidde zij hem af door te zeggen: "Toe, gun mij een paar dagen tijd om bij te komen.

Drie maanden lang was ik opgesloten in die kist! "Maar de sjah, die niet gewend was tegengesproken te worden, brulde: "Wat! Als je morgen niet met me trouwt, sla ik je dood! "Twee dienaressen namen het meisje mee om te baden en feestelijk te kleden voor de bruiloft. Chusnobod huilde zonder ophouden.

Daarom lieten de vrouwen haar een paar uur met rust.

Toen vroeg ze toestemming om even in de koele rivier te mogen baden. En ja, de dienaressen begeleidden haar, zodra de schemering viel, door het park naar de badplaats. Chusnobods plan was gemaakt. Liever zou ze sterven dan samen te moeten zijn met deze verschrikkelijke man! Toen zij zich in het water liet glijden zei ze langzaam: "Waar ben je, mijn held, mijn herderszoon?"Plotseling ging het water vaneen. Een geweldige vis zwom naar de oever, opende zijn bek en verslond het meisje in één hap.

De dienaressen wachtten sidderend de komst van de sjah af. Zij zouden zeker moeten sterven! Maar het liep anders. Karaschach brulde het uit toen men hem vertelde wat er gebeurd was. Hij vergat zelfs de dienaressen te laten doden. Wanhopig nam hij zijn kroon van het hoofd, wierp die op de grond en trapte hem in stukken. Het was de allereerste keer dat hij zijn wil niet kon doordrijven. Het was ongelooflijk dat hij niet kreeg wat hij wenste! Hij sloot zich op in zijn vertrekken, dagenlang, en wilde niemand ontvangen.

Toen zijn toestand niet verbeterde, hulde hij zich in een bedelaarsjas en trok de woestijn in. Verdwaasd liep hij rond. Misschien was zijn jonge minnares, dat wondermooie meisje, toch nog in leven?In het land van Schachri Dschardschon leefde een oude herder met zijn zoon. Het was een grote, sterke jongen.

Toen hij nog heel jong was had Bek, hun baas, zijn moeder gedood. Sinds die dag droomde de jongen ervan eens weg te trekken en overal in de wereld het boze te bestrijden. Maar zijn vader was door het verdriet vroeg oud geworden en niet meer in staat voor zichzelf te zorgen.

Daarom bleef de jongen thuis. Eens gebeurde het dat de jonge herder met zijn kudde ver van huis dwaalde en zijn vader al twee dagen alleen was. Er kwamen een paar vissers die medelijden met hem kregen. "Onze eerste vangst is voor jou," beloofden ze gul. Hoe groot was echter hun verwondering toen zij in hun netten een reuzenvis vonden, die ze onmogelijk uit het water konden halen. Ze moesten hem door ossen aan land laten trekken. Verheugd liepen zij naar de oude herder en vertelden hem van het wonder.

De oude sneed de vis open en werkelijk, het was een wonder. Een meisje stapte naar buiten, lieflijk als de zonnestralen, zacht als het maanlicht. Zij vroeg om wat water en brood. De herder maakte vlug een flink stuk van de vis schoon en bakte het voor hen beiden. Onder de maaltijd luisterde hij aandachtig naar wat de vreemdelinge te vragen en te vertellen had. "Wat is uw dagelijkse werk, vadertje?" vroeg het meisje. "Ach, toen ik jong was hoedde ik de kudden van de rijke Bek.

Tegenwoordig doet mijn zoon dat. ""En hoe heet het land waar ik nu ben?" vroeg Chusnobod verder. " Schachri Dschardschon," antwoordde de oude verbaasd. Het meisje huilde en lachte tegelijk van vreugde.

Toen vroeg ze dringend: "O, mag ik uw dochter worden? Geef mij uw zoon tot man! Mijn moeder moest lang geleden trouwen met een afschuwelijke sjah. Zij was haar hele leven ongelukkig. Maar ik wil niet horen bij de groten in het land. Graag zal ik het huishouden voor u doen. "Zij waste de kleren van de oude man, ruimde de hut netjes op en poetste de soepketel totdat ze zich erin kon spiegelen.

Toen zij de vis verder schoonmaakte vond zij juwelen, mooier en waardevoller dan die de vizier haar had meegegeven. Twee dagen later kwam de herderszoon thuis. Hij begreep dadelijk dat er nergens op de wereld een mooiere en betere vrouw voor hem zou zijn.

Dus werd er bruiloft gevierd, samen met de familie van de vissers. Chusnobod genoot van haar vrijheid, hield zielsveel van de knappe sterke bruidegom en voelde zich heel tevreden. Toen zij een poosje met haar man en zijn vader had geleefd en wist dat ook zij het niet beter had kunnen treffen, vroeg zij op een avond aan haar echtgenoot: "Wat wens jij eigenlijk van het leven, lieve man? ""Hoe moet ik je dat uitleggen, mijn mooie Chusnobod. " Liefdevol keek hij haar aan. "Voordat ik je kende wilde ik graag vooruit komen, de wereld intrekken, avonturen beleven. Nee, beter nog: strijden voor rechtvaardigheid! Nu ben jij mijn vrouw. Ik kan je niet alleen laten. Ik wil dat ook niet. "Blij antwoordde zij: "Jouw en mijn wens zullen zeker in vervulling gaan. Laat dat maar aan mij over. "Een paar dagen later, toen de jonge herder weer met de kudden onderweg was, vroeg zij aan de oude man: "Wilt u voor mij naar de markt gaan en deze kostbare oorring verkopen? Let goed op wat ik nu zeg, lieve vader. Zeg tegen degene die hem kopen wil: "Geef mij zoveel als de ring je waard is en je geweten je ingeeft! "Ogenblikkelijk begaf de oude man zich naar de markt in de stad. Hij hoefde niet lang op een koper te wachten. Het was een koopman die dadelijk de hoge waarde van de oorring wist te schatten en zich natuurlijk verwonderde over de vreemde woorden van de oude. "Ik zal hem veel geld geven. Misschien brengt hij mij dan ook de tweede oorring," zei hij bij zichzelf. De oude man dacht eerst dat men hem voor de gek hield toen hij op een ezel naar huis kon rijden, met daarbij een kist gevuld met duizend goudstukken. Toen Chusnobod het vele goud zag, verborg zij het goed en gaf haar schoonvader een week later de tweede oorring mee.

Die moest hij met dezelfde woorden verkopen. De koopman bleek al op hem te wachten. Hij had immers vermoed dat ook de tweede oorring in zijn bezit zou komen! Nauwelijks zag hij dan ook de oude herder aankomen of hij rende naar hem toe. "Hebt u hem?"De oude stamelde geschrokken: "Ja, geef mij wat hij u waard is en wat uw geweten u ingeeft. "De koopman verdubbelde de hoeveelheid goud, liet weer een ezel komen en gaf hem dit keer een kostbaar overkleed cadeau. Deze onverwachte rijkdom beangstigde de oude man. Hij verborg zich die verdere dag in het huis van een vriend en durfde pas in de duisternis van de avond naar huis te gaan. Chusnobod ontving hem met een stralende glimlach. "Nu staat niets meer de vervulling van onze wensen in de weg," zei ze met een zucht. Zij besprak die avond alles met haar man. "Koop werktuigen en al het materiaal dat nodig is voor het bouwen van huizen en een stadsmuur. Huur bouwvakkers en beloon ze zo hoog mogelijk. Alles wordt nu goed! "Waar de herder gewoonlijk zijn kudden hoedde was wijd in de omtrek geen huis te zien. Na rijp beraad lieten zij daar een muur bouwen. Allen die daaraan werkten verwonderden zich over de lengte. Een dagreis verder eindigde de tweede muur en zo ging het ook met de derde en de vierde die de stadsbescherming afsloot. Op het gerucht van die vreemde bouw kwamen mensen van ver er naartoe en vroegen: "Wie bouwt deze stad?"De opper bouwmeester antwoordde ieder zoals hem bevolen was: "De vrouw van de herder bouwt de stad der gerechtigheid. Als je werk zoekt, blijf dan bij ons. Je krijgt een goed loon en daarbij te eten en te drinken. Later ook een eigen huis. "En zo bleven de bouwers en de handwerkslieden, de bakkers en de wevers. Niet alleen van de naburige stad kwamen zij, maar van heinde en ver. Zelfs uit de stad van de sjah van Schachri Dschardschon! Met het hele gezin en de huisdieren woonden ze dan eerst in tenten buiten de stadsmuur. Zo ontstond, dankzij de arbeid van al die mensen, de creativiteit van de handwerkslieden en de opbrengst van de bijzondere juwelen die Chusnobod in de vissenmaag gevonden had, een nieuwe stad. Mooie huizen met terrassen en daar omheen het groen van de heerlijke tuinen.

De handwerkers waren de eersten die daar konden gaan wonen. Kunstvoorwerpen moeten in een beschermde omgeving gemaakt worden. En door het hele land verspreidde zich het nieuws dat een mooie, jonge vrouw die stad zelf had laten bouwen en zoveel mensen gelukkig had gemaakt! Eindelijk kwam dit ook de sjah van Schachri Dschardschon ter ore. Een nieuwe stad? Die moest hij zien. Vermomd en met een zo klein mogelijk gevolg ging hij op reis om de stad te bezichtigen. Toen hij na enkele dagen voor de poort stond, maakte een hevige woede zich van hem meester. "Wie heeft het gewaagd op mijn grond zo"n prachtige stad te bouwen?" schreeuwde hij. Een van de wachters had in de woedende man de sjah herkend en antwoordde: "Chusnobod is de meesteres van deze stad der gerechtigheid. Wij mannen en onze gezinnen zijn hier gelukkig! Toen wij u dienden ging het ons allemaal slecht. "De sjah verspilde geen woorden maar sloeg de man dood.

Dadelijk werd hij door de andere wachters geketend en naar Chusnobod gebracht. Toen hij voor haar stond schrok hij. Zij had een tedere schoonheid, die zelfs de mooiste vrouw in zijn harem niet bezat en een vorstelijke houding die onnavolgbaar leek. "Laat die ketens verwijderen, ik ben de koning van dit land," zei hij kort. Dat gebeurde. "Deze stad is zonder recht of toestemming op mijn grond gebouwd. Ik wilde die vernietigen, maar ik ben nu zo diep onder de indruk van je schoonheid dat ik met je trouw.

De mensen in je stad zal niets kwaads overkomen. "Kalm kwam het antwoord van Chusnobod: "Ik ben al getrouwd, sjah. ""Wat kan mij dat schelen?" riep de sjah verbolgen. "Als je niet toestemt en vlug dan laat ik mijn leger komen om je te halen! "Verontwaardigd zei Chusnobod: "Hoeveel vrouwen bezit je, sjah? ""Veertig! " klonk het trots. "En is dat niet voldoende voor één man? ""Je waagt het tegen mijn wil in te gaan?" bulderde de sjah, "jij, een vrouw uit het gewone volk? "Hij trok zijn sabel om haar te doden. Maar Chusnobods soldaten hadden iedere beweging gevolgd en ieder woord goed verstaan. Ogenblikkelijk stortten zij zich op de sjah en boeiden hem weer. "Werp hem in de diepste kerker," zei de vrouw rustig, "wij hebben deze sjah niet nodig. Wie om hem treurt moet hem maar komen halen. "De mensen in de stad, ja, in het hele land, juichten! En het duurde niet lang of gezanten uit andere plaatsen kwamen eveneens de nieuwe stad bezoeken. Uit de hoofdstad kwam het Verzoek of Chusnobod en haar man de heerschappij over Schachri Dschardschon wilden aanvaarden. En graag stemden zij toe. "Nu zijn onze wensen vervuld," zei Chusnobod tegen haar man. "Wij hebben een gelukkig leven en kunnen voor gerechtigheid zorgen. Maar met twee mensen, die de bewoners van je land ongelukkig hebben gemaakt, moet ik nog afrekenen.

Die wreedheid mag nooit meer terugkomen. "In iedere stadstoren liet zij haar portret ophangen met het onderschrift: "Wie goed kan werken, brood wil eten en een goed loon ontvangen, kan hier terecht! "Daarna verdubbelde zij het aantal poortwachters en beval hen iedere vreemdeling nauwkeurig te ondervragen. "Wie voor dit portret blijft staan en zich vreemd of, hoe dan ook, raadselachtig gedraagt, brengen jullie dadelijk bij mij. "Vaak ging zij zelf naar de poorten en vroeg aan de wachters: "Heeft niemand mijn portret langer dan normaal bekeken? Heeft niemand zich opvallend gedragen? " Dat ontkenden de wachters, maar beloofden nog beter te zullen opletten. Na enkele maanden brachten zij een bedelaar bij Chusnobod. "Hij huilde toen hij het portret bekeek," zeiden ze. Chusnobod hulde zich snel in haar sluier en ging naar de bedelaar toe. "Vertel mij, waarom hebt u gehuild bij mijn portret?" vroeg ze. In de verwaarloosde oude gestalte had zij de sjah Karaschach herkend. Zij wachtte nieuwsgierig op het antwoord. "Als u mijn leven spaart zal ik het vertellen," mompelde de man. Chusnobod knikte toestemmend. "Ik hield veel van een meisje dat Chusnobod heette. Bij de stadspoort zag ik onverwacht haar portret. ""En waar is dat meisje nu?" vroeg Chusnobod. "Zij verdronk in de rivier, hebben mijn dienaressen verteld. Maar nu hangt haar portret in deze stadspoorten. Zouden ze mij bedrogen hebben? Als zij nog leeft, moet ze nu mijn vrouw worden! ""Zij is niet verdronken," zei Chusnobod scherp, "een vis redde haar uit de greep van een sjah die meende het recht te hebben iedere vrouw die hij wenste met geweld in zijn harem op te nemen. Chusnobod leeft en is gelukkig getrouwd! "De man sprong achteruit en riep: "O wee, als ik die vrouw vind! Ik zal haar geselen met scherpe dorens. Ze moet met een paarde zweep door de straten gejaagd worden...! ""Waarom zo opgewonden, sjah? Zij heeft je toch niets kwaads gedaan?" klonk ineens de stem van Chusnobods man, die naast haar op de troon zat. Nu wierp Karaschach z"n bedelmantel af. Uitgerust als een ridder sprong hij de treden op en rukte Chusnobod haar sluier van het gezicht. "Ben jij soms Chusnobod?" tierde hij. Zijn sabel zwaaide boven haar hoofd. Maar nu pakte de herderszoon hem woedend bij de arm, sloeg hem de sabel uit de hand en voerde zelfde fel tegenstribbelende man naar een onderaardse kerker.

Daar liet hij hem in de ketenen slaan en zei somber: "Dit wordt het leven dat je altijd verdiend hebt! "Opnieuw verscheen er een man aan een der poorten, die lang voor het portret van.Chusnobod bleef staan. Ineens strekte hij de armen uit en lachte! "O, schone Chusnobod," riep hij blij, "ik wilde dat dit niet slechts een portret was, maar dat je zelf nog leefde! "De wachter vroeg hem mee te gaan naar het paleis. "Waarom hebt u zo gelachen?" vroeg Chusnobod hem. Opnieuw trok er een lach over het gezicht van de vreemdeling. "Waarom zou ik niet lachen als ik plotseling voor het portret sta van de lieve dochter van de sjah? En ik lach nu voor de tweede maal omdat je nog leeft, Chusnobod! Ik was een dienaar aan het hof van je vader. Jij hebt mijn leven gered.

Toen mij verteld werd dat sjah jou in een onderaardse kerker had laten verhongeren, ben ik weggegaan. Ik kon in dat land niet langer leven. Een heerser die in blinde woede mensenlevens vernietigt! Iedereen leeft dagelijks in angst."

Chusnobod nodigde de man uit in haar stad te blijven wonen. En tegen haar man zei ze: "Nu wordt het hoog tijd dat wij naar mijn land gaan om daar de mensen te bevrijden van hun kwaadaardige vorst. Overleg met de opperbevelhebber van het leger wanneer wij kunnen vertrekken en op hoeveel krijgers we kunnen rekenen."

Niet lang daarna waren zevenhonderdduizend man gereed voor de tocht. Niet alleen goed toegerust maar ook bereid hun mooie heerseres te volgen en te verdedigen, waar ook ter wereld.

De vader van Chusnobod werd al een tijdlang door vreselijke dromen beheerst. Soms hief een adelaar hem hoog in de lucht en dreigde hem het hoofd af te rukken. Maar dan ineens kwam Chusnobod door de wolken aangereden en bevrijdde hem door de adelaar te doden.. Teruggekeerd op aarde pakte zij hem het zwaard af en wierp dat in een moeras.

Bij het ontwaken beefde de sjah nog van alle doorgestane ellende, maar niemand aan het hof kon hem deze raadselachtige dromen verklaren. De raadslieden zwegen, bang zelf het leven te verliezen.

Op een nacht brulde de sjah zo angstwekkend dat de oude vizier naar hem toe ging. "Ik zal u de adelaarsdromen uitleggen, als u mij eerst belooft mij niet te zullen doden," zei hij vastberaden.

"O, alsjeblieft, alsjeblieft!" jammerde de sjah.

Toen sprak de vizier ernstig: "De adelaar die u in de lucht tilt, kan een vijand zijn, die ons land komt veroveren. Uw dochter Chusnobod, die iedere keer verschijnt, kan u misschien het leven redden. Maar de troon zult u niet behouden, want het zwaard, dat met bloed is besmeurd, werpt zij in het moeras."

"O, zwijg, je liegt!" riep de sjah ontzet. "Weet je dan niet dat het gebeente van mijn dochter reeds lang in de kerker is verbleekt?"

De vizier schudde zijn hoofd. "Ik heb het meisje indertijd gered en het land uitgestuurd," bekende hij. "Het wordt tijd dat zij terugkeert, aan de zijde van de man die haar door het lot was toegewezen."

"Uit mijn ogen, verrader!" schreeuwde de sjah. En even later was zijn goede, oudste raadsman in de ketenen geklonken. Maar lang hoefde hij gelukkig niet in de kerker te blijven.

Twee dagen later kwam een bode melden dat de vorst van Schachri Dschardschon met een leger van zevenhonderdduizend krijgers de grens naderde.

De sjah zat, temidden van zijn vizieren, sidderend in de troonzaal toen dit onheilsbericht kwam. "De vorst van Schachri Dschardschon bindt de strijd aan. Wees verstandig, rijd hem tegemoet, buig deemoedig voor hem, dan zal hij je het leven schenken. Bied hem dit rijk aan dat je zo wreed en onbarmhartig hebt geregeerd! En snel! Doe je dat niet, dan zul je wel zien, wat jou te wachten staat. Hier heb je alvast een groet van hem. " Daarop gaf de bode de sjah een vuistslag midden in het gezicht, zodat deze op de grond viel en niet kon opstaan. Niemand hielp hem. Toen de bode het paleis had verlaten, schreeuwde de sjah kwaad: "Help mij toch eindelijk! Geef raad, wat moet ik doen? Als alle krijgers zijn zoals deze bode ziet het er slecht voor ons uit. "De vizieren zeiden: "Als we zeggen "Rijd hem tegemoet" dan laat je ons doden. Zeggen we "blijf hier en verdedig je" dan betekent dat óók onze dood. Onze raad is: haal je oude vizier uit de gevangenis en stuur hem, met geschenken, het grote leger tegemoet. Hij heeft dit alles voorspeld. Wat er daarna gebeurt zullen wij wel zien. "Dit keer volgde de sjah hun raad precies op. Hij liet de oudste vizier direct uit de kerker bevrijden en beval: "Ga naar de sjah van het land Schachri Dschardschon, maak een diepe buiging voor hem en neem geschenken mee. Wil hij mijn land bezitten, goed, hij kan het nemen. Ik wil echter met mijn wandelstok in de hand de stad verlaten. Een tweede klap op mijn hoofd zou teveel zijn. "De vizier had een smadelijk lachje. "Duizenden mensen heb je laten slaan en martelen. En nu jammer je omdat iemand je een klap gaf. "Met geschenken en enkele ongewapende dienaren reed de oude vizier naar de genoemde plek.

Door een bode liet hij de nieuwe sjah een brief overhandigen die met zijn eigen naam was ondertekend. Chusnobod las de brief en gebood dat de oude vizier door een legerbevelhebber door het kamp geleid zou worden, tot in haar tent. In de tent stond een troonzetel waarop Chusnobods man had plaatsgenomen. Zijzelf bleef gesluierd achter hem.

Toen de diep buigende vizier voor hen stond zei ze: "Was je niet bang met zo weinig ruiters ons kamp binnen te komen? Zo weerloos? Als ik je nu eens liet doden?"Dadelijk had de vizier Chusnobod aan haar stem herkend. Hij sprong op uit zijn gebogen houding en riep, bijna huilend: "O, Chusnobod! Mijn dochtertje! Dat ik je nu tóch mag terugzien! "Chusnobod omarmde hem en ook zij huilde van vreugde. "Mijn goed, lief vadertje, aan jou heb ik te danken dat ik leef. Wil je dit rijk van de boze sjah overnemen en in rechtvaardigheid regeren? Het volk zal je er dankbaar voor zijn. "De vizier schudde vermoeid het hoofd. "Nee, mijn dochtertje. Ik zie een jonge en zeer dappere strijder aan je zijde. Hij zou onze sjah kunnen worden. Ik voel mij oud. Graag zal ik de jaren die mij op deze aarde nog vergund zijn, gebruiken om mij te herstellen van de angst die sinds tijden mijn leven heeft bedorven. Het volk zal jou en je man met gejubel begroeten! "Chusnobod en haar mannen trokken de stad binnen. En inderdaad, overal steeg gejuich op. Maar naar de gehate sjah zocht men tevergeefs.

Die had in panische angst de stad verlaten, de wandelstok krampachtig in de hand. En niemand heeft hem ooit teruggezien.

 


*   *   *

Chusnobod, die geen rijke man wilde Samenvatting
Chusnobod was de dochter van de sjah. Een meisje, lieflijk als het zonlicht en zacht als de stralen van de maan. Daarbij was zij zeer intelligent en bezat meer moed dan ieder ander aan het hof. Werkelijk, zij was de enige die niet ineenkromp van angst voor de woedeuitbarstingen van haar vader. Op onmenselijke wijze kon hij onderdanen straffen of vervolgen en dan was het Chusnobod die hem durfde waarschuwen of hem smeekte genade voor recht te laten zelden. Doch veel bereikte zij hiermee niet. Lees het verhaal

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
ER WAS EENS...EEN VROUW 34 sprookjes over bewonderenswaardige vrouwen verzameld door Ilse Korn, voor Nederland bewerkt door Marijke van Raephorst Kosmos Amsterdam 1981 ISBN 9021510197

Herkomst: Oezbekistan
Verteltijd: ca. 45 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook