Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 2 min.
Herkomst:

Haring en bot

De haringen lieten zich erop voorstaan dat ze het snelst konden zwemmen. Dat nam de bot niet - hij zelf kon nog sneller, wat anders! "Dat zou ik dan wel eens willen zien," zei de haring.

Toen hadden op een goeie dag de vissen een openbaar feest en daarbij waren ook zwemwedstrijden. Toen bleven haring en bot het langst over, en nu ging het om de eerste en tweede prijs.

De haring droeg zijn ogen aan beide zijden van zijn kop, zodoende kon hij niet vooruit kijken, en dat kon de hot wel. Toen schoot de bot de haring voorbij. Dat zag de haring, toen hij hem zijdelings passeerde, en hij zette al zijn vinnen uit om voor te blijven, maar de haring moest achterblijven. De bot raakte voor en bleef voor.

Maar toen keek hij om, waar de haring bleef en botste tegen een reuzenkei op die dicht voor de wal lag. Zijn hele kop kwam daardoor schuin te zitten en ook zijn ogen zaten scheef aan één kant. Daarom draagt zijn nageslacht nog steeds de kop aan één kant van het lijf.


*   *   *

Toelichting
Dit is een typische oorsprongssage, waarin de uiterlijke kenmerken van dieren en planten verklaard worden. In deze oorspongssage wordt de scheve kop van de bot verklaard. De bron ervan is onbekend. Het verhaal is in elk geval verteld in Friesland.

Uit: Y. Poortinga, De ring van het licht, no. 263, p. 388.

Trefwoorden


Verhaalsoort

Bron
"Volksverhalen uit kleurrijk Nederland. Dieren. Dierenverhalen uit de Chinese, Joodse, Nederlandse, Indiase, Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en Indonesische verteltraditie" Lemniscaat, Rotterdam, 1990.

Herkomst: Nederland
Verteltijd: ca. 2 min.
Leeftijd: vanaf 7 jaar

Lees ook