Leeftijd:
Verteltijd: ca. 5 min.
Herkomst:

Wilhelm Tell

De legendarische Zwitserse kruisboogschutter Willem Tell weigert in 1307 de hoed te groeten die landvoogd Gessler op een staak op het dorpsplein heeft laten zetten, als symbool voor het heersende Oostenrijk. Gessler beveelt hem daarop met zijn boog een appel van het hoofd van zijn zoontje te schieten. Dit lukt hem. Als Tell echter wordt gevraagd wat het doel van zijn tweede pijl was, antwoordt hij dat die voor de landvoogd bedoeld was als hij zijn zoontje zou raken. Hierop wordt hij gevangen genomen. Terwijl Tell in een bootje over het Vierwoudstedenmeer naar de gevangenis wordt gevoerd, breekt er een storm uit en weet hij te ontsnappen. Willem Tell gaat snel terug naar Küssnacht en schiet de landvoogd dood met zijn kruisboog.
Wilhelm TellOp een herfstnacht in de maand november van het jaar 1307 kwamen 33 mannen uit drie Zwitserse kantons op de Rütliweide in Unterwalden aan de Vierwaldstättersee bijeen en beloofden met een plechtige eed hun land tegen de Oostenrijkse indringers te verdedigen.

De wrede landvoogd Gessler vermoedde onraad en om de volksstemming te peilen liet hij op de markt in Altdorf, de hoofdstad van het kanton Uri, een Oostenrijkse hertogshoed op een stang plaatsen en onder trompetgeschal door een omroeper bekend maken, dat iedere voorbijganger die hoed met eerbied moest groeten alsof hij voor de Habsburgse keizer zelf stond. De Zwitsers slikten hun ergernis in en gehoorzaamden. Tot Wilhelm Tell, één van de 33 mannen uit Rütli, voorbijging zonder enig respect voor de hoed te tonen. Hij werd door Gesslers mannen gegrepen en voor de landvoogd gebracht.

Gessler had horen spreken over Tells bekwaamheid in het boogschieten. "Jij die zo kan schieten," zei hij, "moet een meesterschot doen: je moet met een pijl een appel van het hoofd van je kind schieten." Tevergeefs protesteerde de ontstelde vader. Gessler antwoordde honend, dat hij bij weigering zowel vader als zoon ter dood zou veroordelen.

Nu werd aan Wilhelm een handboog gegeven en een koker, waaruit hij twee pijlen koos. De ene pijl legde hij op de handboog, de andere stak hij in zijn gordel. Terwijl de toeschouwers in ademloze spanning toekeken, mikte hij. Het volgende ogenblik viel de appel stukgeschoten van het hoofd van de jongen.

Het volk juichte en Tell omarmde in blijdschap zijn zoon. "Je bent een knap schutter," zei Gessler, "maar zeg eens, waarom stak je een pijl in je gordel?" Tell aarzelde met zijn antwoord, maar de landvoogd zei: "Zeg zonder vrees de waarheid. Ik beloof je dat je leven gespaard blijft!"

"Welnu," antwoordde Tell, "dan zal ik de hele waarheid zeggen. Had ik mijn kind met de pijl getroffen, dan was de andere voor u bestemd geweest en die zou zeker zijn doel niet gemist hebben!"

Met een grimmig gezicht zei Gessler: "Dat je leven veilig was, dat heb ik je beloofd en die belofte zal ik houden. Maar om mij veilig voor jou te voelen, zal ik je in de boeien laten slaan en je naar een plaats brengen waar zon noch maan schijnt."

Daarop beval hij Tell naar een burcht te brengen aan de andere zijde van de Vierwaldstättersee. Nauwelijks was de boot van wal gestoken, of er brak een geweldige stom los. Het schip was de ondergang nabij. Allen aan boord riepen dat Wilhelm Tell de enige was die hen kon redden. Gessler liet zijn boeien losmaken. Zodra Tell het roer in handen had, hield hij recht op de oever aan. Toen de boot langs een laag plateau in de rotswand gleed, maakte hij van de gelegenheid gebruik, greep zijn boog en sprong op de rots, die nog heden ten dage 'die Tellsplatte' heet. Voordat men aan boord begreep wat er was gebeurd, was Tell al in de bergen verdwenen.

Toen Gessler de volgende dag naar zijn slot reed en hij bij een holle weg tussen met bos beklede hoogten kwam, suisde een pijl op hem neer en trof hem in de borst. "Dat is Tells pijl," zei hij, "die ken ik." En daarop gaf hij de geest.


*   *   *

Toelichting
Van Willem is verder alleen bekend dat hij in 1315 zou hebben meegevochten in de slag bij Morgarthen en in 1354 zou zijn verdronken in het Alpenriviertje de Schächenbach toen hij een kind probeerde te redden.

Er is weinig bewijs dat Willem Tell echt heeft bestaan. De eerste vermelding van de legende stamt uit 1569 in de Chronicum Helveticum van de Zwitserse historicus Aegidius (of Gilg) Tschudi over de jaren 1000-1470. Onderzoekers hebben echter geconstateerd dat de Chronicum deels op zorgvuldig verzamelde documenten, maar ook op fantasie berustte.

De legende van Willem Tell werd vooral bekend door het gelijknamige toneelstuk van Friedrich Schiller uit 1804 en de opera van Gioacchino Rossini uit 1829.

Een andere bekende boogschutter is Robin Hood. Zie o.a. Robin Hood ontmoet Little John en Robin Hood houdt de sheriff voor de gek.

Bron
Bewerking van diverse bronnen. Het duizendste verhaal dat op de Wereld Volksverhalen Almanak is geplaatst (13 november 2006).

Lees ook