Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 6 min.
Herkomst:

De jongen die door de donder was voortgebracht

In de tijd dat keizer Bidatsoe regeerde leefde er in het dorpje Katawa in de provincie Owari een boer. Toen hij een keer op zijn akker werkte, begon het plotseling te regenen en zocht hij beschutting onder een boom, waar hij, steunend op zijn spade, bleef wachten tot het weer opklaarde. Een heftige donderslag weerklonk. De man schrok en hief zijn spade in de hoogte. De donder kwam voor zijn voeten neer en veranderde in een klein kind. De boer wilde juist zijn werktuig op het kind laten neersuizen, toen de donder sprak: "Doe mij geen kwaad. Ik zal jouw barmhartigheid belonen." De boer vroeg: "Op welke manier wil je mij belonen?" De donder sprak: "Door je een kind te laten verwekken dat anders is dan andere kinderen." Toen trok de donder nevels en wolken om zich heen en steeg ten hemel.

Een tijd later kwam er een zoon ter wereld. Een groene slang had zich tweemaal om zijn hoofd gewonden. Zijn kop en staart hingen achter het jongetje aan. Maar spoedig was het geen jongetje meer, want toen hij tien jaar oud was, had hij de kracht en de gestalte van een volwassen man.

In die tijd leefde er in een groot paleis in de buurt een prins die bekend was om zijn uitzonderlijke kracht. De jongen die door zijn vader Yoetaroe was genoemd, besloot zijn krachten met deze prins te meten. Hij begaf zich naar het paleis en bleef in de nabijheid ervan wachten. De sterke prins kwam naar buiten en hief een steen op van wel acht voet in het kwadraat en gooide hem daarna neer. Hij ging weer naar binnen en sloot de deur. Yoeratoe dacht: "Dat moet wel dat sterke mannetje zijn. Wacht maar, ik zal hem een lesje leren."

Toen de prins de volgende dag naar buiten kwam om zijn dagelijkse gymnastiek te doen, kwam Yoetaroe uit zijn schuilplaats tevoorschijn, nam de steen op, of het een kiezelsteentje was, en wierp hem veel verder weg dan de prins gedaan had. De prins probeerde dit record te verbeteren, maar hij kwam niet verder dan de eerste keer. Toen probeerde hij de jongen te vangen, maar die was hem elke keer te slim af. Net op het moment dat de prins hem bijna te pakken had, glipte hij onder een heg door en verdween.

Yoetaroe ging aan het zwerven, want hij voelde er niets meer voor om naar huis terug te gaan. Maar tenslotte moest hij toch aan de kost komen en daarom bood hij zich als bediende aan in het Gango-klooster.

Het gebeurde toen dat elke dienaar die de klok moest luiden 's nachts stierf. Toen de nieuwe bediende dat bemerkte, zei hij tegen de abt: "Laat mij de duivel vangen en doden die hier elke nacht een klokkenluider wegsleept." De abt vond het natuurlijk goed en Yoetaroe vroeg hem om de assistentie van vier monniken.

's Avonds stelden zij zich verdekt op in de klokkenhal. Tegen middernacht kwam de duivel aansluipen, maar toen hij behalve de klokkenluider nog vier andere monniken zag en een tempeldienaar nam hij snel de benen. Tegen de tweede nachtwake verscheen hij weer en nu greep Yoetaroe hem bij zijn haren beet en de vier monniken grepen hem bij zijn armen en benen. Zij rukten zó hard dat hij bijna aan stukken werd gescheurd, maar tegen de tijd dat het begon te schemeren, rukte hij zich ineens los en liet zijn haardos achter. Toen de monniken de volgende dag de bloedsporen nagingen, kwamen zij bij een wegkruising waar een ontuchtige bediende van het klooster begraven was. Nu wist men zeker wie die duivel was. Zijn haren worden nu nog in het klooster bewaard.

Wat Yoetaroe betreft, hij was een voorbeeldige bediende en het duurde dan ook niet lang of hij werd in de gelederen der lekenpriesters opgenomen. Iedereen in het klooster bewonderde zijn kracht, maar hij gebruikte deze alleen maar ten goede. Toen de landheren in de buurt het water van de beken, die de velden van het klooster bevloeiden, afdamden, maakte Yoetaroe hier een einde aan door alle zware obstakels waaraan honderd mannen hadden gewerkt in een paar minuten op te ruimen. Op voorstel van alle monniken werd Yoetaroe toen tot priester gewijd. En hij werd een van de meest vrome priesters van het klooster en een voorbeeld voor de andere monniken.


*   *   *

Trefwoorden


Thema

Verhaalsoort

Bron
"Japanse sagen en verhalen" door M.A. Prick van Wely. Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, 1979. ISBN: 90-228-3346-1.

Herkomst: Japan
Verteltijd: ca. 6 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook