Waardeert u deze website? Overweeg eens een kleine donatie. NL 41 TRIO 0197784240

Leeftijd:
Verteltijd: ca. 15 min.
Herkomst:

De mythe van Europa


Europa, de dochter van een Phoenicische (Aziatische) koning, wordt door Zeus - die zich vermomd heeft als stier - ontvoerd en op zijn rug - westwaarts en door zee - naar een nieuw land gebracht. Daar zet hij haar af en is Europa waar ze wezen moet: in Europa.
De mythe van EuropaIn Azië, in het land van Tyrus en Sidon, leefde Europa, de dochter van koning Agenor, in de diepe afzondering van het vaderlijke paleis. Op een nacht had ze een merkwaardige droom. Voor haar verschenen twee werelddelen in vrouwengedaante, die om haar streden. De ene vrouw had het uiterlijk van een vreemdelinge, de andere - en dat was Azië - leek een inheemse. Deze laatste omringde Europa met liefderijke zorg en verklaarde dat zij het was die deze dochter ter wereld gebracht en gezoogd had.

De vreemde vrouw echter greep haar als een prooi beet en sleurde Europa met zich mee zonder dat ze zich kon verweren. "Kom maar met mij mee, mijn liefste," zei de vreemdelinge, "ik breng je naar Zeus! Zo heeft het lot voor je beslist."

Europa ontwaakte met een angstig kloppend hart en richtte zich op in haar bed, want de nachtelijke droom was helder en duidelijk geweest als een beeld van de dag. Lange tijd zat ze onbeweeglijk in bed. "Welke hemeling," vroeg ze zich af, "heeft mij die beelden gezonden? Wie was toch die vreemdeling in mijn droom? Welk wonderlijk verlangen naar haar beweegt mijn hart? En hoe vriendelijk is ze mij tegemoet getreden, hoe liefdevol heeft ze tegen mij gelachen, ook al ontvoerde ze me met geweld! Mogen de goden mij deze droom ten goede keren!"

De ochtend was aangebroken. Het heldere licht wiste de nachtelijke droom uit het bewustzijn van de jonge vrouw. Weldra voegden haar speelgenoten zich bij haar. Het waren dochters uit de voornaamste huizen en ze nodigden hun meesteres uit voor een wandeling naar de weiden aan zee, die een geliefd trefpunt waren voor de meisjes uit de omgeving, die daar genoten van de bonte bloemen en van het ruisen van de zee. De meisjes waren gekleed in aantrekkelijke met bloemen beslikte gewaden.

Europa droeg een schitterend gewaad met een sleep; op de stof waren met gouddraad voorstellingen uit de godensage gestikt; het kostbare gewaad was een werk van Hephaistos, een oeroud godengeschenk van de aardschudder Poseidon, die het aan Libya had geschonken toen hij haar het hof maakte. Uit haar bezit was het als erfstuk in het huis van Agenor gekomen In deze bruistooi gekleed snelde de mooie Europa aan het hoofd van haar speelgenoten naar de weiden aan zee die vol bonte bloemen stonden. Lachend verspreidden de meisjes zich, elk zocht haar lievelingsbloemen. De een plukte narcissen, de ander hyacinten, een derde zocht viooltjes, anderen hadden meer oog voor de kruidige tijm en weer anderen zochten gele krokussen.

Europa had al gauw haar doel gevonden. Zij stond als een liefdesgodin tussen de gratiën en hield een boeket rozen triomfantelijk omhoog. Toen ze genoeg bloemen hadden geplukt gingen de meisjes in het gras zitten om er kransen van te vlechten die ze, als dank aan de nimfen van de weiden, aan de groene bomen wilden hangen.

Zeus was diep onder de indruk geraakt van de schoonheid van de jonge Europa. Omdat hij echter de toorn van zijn jaloerse Hera vreesde en ook niet mocht hopen het onschuldige gemoed van het meisje te kunnen verleiden, verzon de sluwe god een list. Hij veranderde zich in een stier. Maar wat voor een stier! Niet zo een die gebogen onder het juk, de zwaar beladen kar trekt. Nee, groot, verrukkelijk van gestalte, met gezwollen spieren aan de hals en volle kwabben. Zijn horens waren sierlijk en klein als door kunstenaarshand gedraaid en doorzichtig als diamant. Zijn vel was goudgeel, alleen op zijn voorhoofd schemerde een halvemaanvormige, zilverwitte vlek, zijn blauwe ogen fonkelden van een vurig verlangen.

Voordat Zeus die gedaantewisseling voltrok, riep hij Hermes bij zich en zei, zonder hem iets van zijn voornemen te verraden: "Haast je, beste zoon, trouwe overbrenger van mijn bevelen. Zie je daar beneden het land Phoenicia? Ga daar heen en drijf voor mij het vee van koning Agenor, dat op die bergweide graast, omlaag naar de zee." In weinig ogenblikken was de gevleugelde god op de Sidonische bergweiden aangekomen en dreef de kudde van de koning, waaronder zich ook - zonder dat Hermes dat vermoedde - de stier bevond waarin Zeus zich had veranderd, van de berghelling naar de weiden waar de dochter van Agenor argeloos met bloemen speelde. De kudde verspreidde zich over de weiden en alleen de fraaie stier, waarin de god zich had veranderd, naderde de grazige heuvel waarop Europa en haar speelgenoten zaten.

Trots schreed hij door het malse gras en maakte in het geheel geen dreigende of angstaanjagende indruk. Zijn gehele verschijning straalde zachtmoedigheid uit. Europa en haar metgezellinnen bewonderden de edele gestalte van het dier en zijn rustige gedrag. Ze kregen zin om hem van nabij te bekijken en hem over zijn glanzende rug te aaien. De stier scheen dit te merken, want hij kwam steeds dichterbij en bleef tenslotte dicht bij Europa staan. Deze sprong overeind en week enkele schreden achteruit.

Toen echter het dier kalm bleef staan vatte ze moed en kwam naderbij. Ze hield hem de bloementuil voor. De stier likte vleiend de hem aangeboden bloemen en de tedere hand die hem het schuim afwiste en hem innig begon te strelen. De prachtige stier begon het meisje steeds beter te bevallen en eindelijk waagde ze het en drukte een kus op zijn glanzende voorhoofd. Daarop liet het dier een vreugdevol geloei horen niet het gewone geloei van stieren, maar als de klanken van een Lydische fluit in een bergdal.

Toen ging hij aan de voeten van de jonge vorstin liggen, zag haar verlangend aan, wendde haar zijn nek toe en toonde haar zijn brede rug. Daarop zei Europa tegen haar vriendinnen: "Kom toch dichterbij. Laten we ons op de rug van dit fraaie dier zetten en ons daarop vermaken. Ik geloof dat er wel plaats is voor vier van ons. Hij ziet er zo vriendelijk en zachtaardig uit en lijkt helemaal niet op andere stieren. Ik geloof dat hij het verstand van een mens heeft en hem alleen de gave om te spreken ontbreekt." Met die woorden nam ze haar speelgenootjes de kransen uit handen en versierde daarmee de omlaag gehouden horens van de stier.

En toen sprong ze overmoedig op zijn rug terwijl haar vriendinnen besluiteloos toekeken. De stier kwam overeind en zette zich in een lichte draf zodat Europa's metgezellinnen geen gelijke tred met hem konden houden. Toen hij echter de weiden achter zich, en het hele strand voor zich had, verdubbelde bij zijn snelheid en leek op een vliegend paard. En eer Europa begreep wat er met haar gebeurde was hij in zee gesprongen om met zijn buit weg te zwemmen. Het meisje hield zich met haar rechterhand aan een horen vast en steunde met haar linker op zijn rug. De wind blies haar kleren op als een zeil. Ze keek angstig achterom naar het land en riep tevergeefs naar haar speelgenoten. Het water golfde rond de stier en om niet nat te worden trok ze angstig haar voeten op.

Maar de stier voer rustig als een schip door het water. Al gauw was de kust verdwenen, de zon ondergegaan en in het halfduister van de nacht kon de geschrokken Europa niets anders meer zien dan de golven en hemellichamen. En zo ging het verder, ook toen de ochtendzon al aan de hemel stond; de gehele dag zwommen ze door de oneindigheid van de zee; maar de stier sneed zo bekwaam door de golven dat geen druppel zijn geliefde buit bevochtigde.

Tegen de avond bereikten ze eindelijk een verre oever. De stier klauterde aan land, liet het meisje onder een boom zachtjes van zijn rug glijden en verdween. In zijn plaats verscheen een schitterende, godengelijkende man, die haar verklaarde dat hij de heerser van het eiland Kreta was en haar beschermen zou als zij zijn bondgenote wilde worden.

Europa reikte hem, in haar troosteloze eenzaamheid, haar hand als teken van instemming en Zeus had zijn doel bereikt. Toen verdween hij zoals hij gekomen was. Europa ontwaakte uit een langdurige verdoving toen de ochtendzon al aan de hemel stond. Ze keek verward om zich heen en riep om haar vader. Maar toen herinnerde ze zich het gebeurde en klaagde: "Ik ontaarde dochter, hoe durf ik de naam van mijn vader in mijn mond te nemen? Welke laagheid heeft mij alles doen vergeten?" Ze keek onderzoekend om zich heen en vroeg zich af: "Waar ben ik beland? Ben ik wel echt wakker en is het werkelijk een schande? Nee, ik ben beslist onschuldig aan alles en slechts een droombeeld vervormt mijn geest." Ze streek met haar vlakke hand langs haar ogen als wilde ze een afschuwelijke droom verjagen.

Maar de onbekende omgeving veranderde niet; onbekende bomen en rotsen omgaven haar en een angstaanjagende zee sloeg haar golven te pletter tegen onverzettelijke klippen. "Ach, kwam nu die vervloekte stier maar terug," riep ze wanhopig uit, "ik zou de horens van dat monster moeten breken. Maar dat blijft natuurlijk een wens! Mijn thuis is ver. Wat blijft mij anders over dan te sterven! Stuur mij, hemelgoden, toch een leeuw of een tijger!" Maar er was geen wild dier te zien; vredig lag de omgeving voor haar en uit de heldere, eeuwig blauwe lucht scheen de zon. Als door wraakgodinnen gedreven sprong Europa overeind. "Ellendig schepsel," riep ze, "hoor je niet de stem van je vader die je vervloekt als je aan je onteerde leven geen einde maakt? Of wil je liever een barbarenkoning als bijvrouw dienen of als slavin werken, jij dochter van een edel koning?" Het ongelukkige eenzame meisje kwelde zich met gedachten aan de dood en vond niet de moed te sterven.

Toen hoorde ze ineens een zacht, spottend gefluister en ze keek geschrokken om. Omgeven door een bovenaardse glans stond daar de godin Aphrodite in gezelschap van haar kleine zoon, de liefdesgod, die zijn boog had laten zakken.

Er zweefde een glimlach rond de lippen van de godin voor ze begon te spreken: "Laat die toom en dat gemor, mooi meisje! De gehate stier zal komen en je zijn horens aanbieden; ik ben het die je de droom heeft gezonden. Troost je Europa. Het is Zeus die je geroofd heeft; je bent nu de aardse godin van de onoverwinnelijke god. Onsterfelijk zal je naam worden, want het vreemde werelddeel dat je opgenomen heeft zal van nu af Europa heten!"


*   *   *


Toelichting
De steden Tyrus en Sidon liggen in Phoenicië - het huidige Libanon. Phoenicië was de naam voor de kuststrook van Syrië. De dochter Europa wordt dus vanuit Azië gebracht naar waar ze wezen moet: in het werelddeel Europa.

Volgens de overlevering kwam Zeus met Europa op zijn rug aan land bij Gortyna op Kreta. Daar veranderde hij in een adelaar en verkrachtte Europa in een wilgenbosje naast een bron. Ze baarde hem drie zonen: Minos, Rhadamanthys en Sarpedon.

Aphrodite is een dochter van Zeus, geboren uit het schuim van de zee. Zij is de godin van de liefde en de schoonheid die alle andere godinnen in bevalligheid en liefelijkheid overtreft.

Bron
“Kleio's gefluister; een leerboek voor de vrije school" door Frans Schobbe. Uitgeverij Vrij Pedagogisch Centrum, Zeist.

Feest/viering

Lees ook