Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 10 min.
Herkomst:

Het neurievolkje

Het neurievolkjeEr was eens een klein meisje dat Liefje heette en dat op de bovenste verdieping van een heel hoog flatgebouw woonde. Op een ochtend werd ze vroeg wakker, kleedde zich aan en ging met de lift naar beneden. Omdat het zo vroeg was, stond ze helemaal alleen in de lift en ze wachtte totdat de lift zou stoppen. Maar - en dat was heel vreemd - de lift stopte niet. De lift zakte lager en lager en lager en lager en stopte niet. En toen zag Liefje in het schemerdonker van de lift nog iemand staan. Het was een grote zwarte mol met een zilveren ketting om. Hij bromde zachtjes voor zich uit: 'Mag ik u allen van harte welkom heten. Hoera.'
'Dank u wel,' zei Liefje. 'Maar ik ben niet met z'n allen. Ik ben alleen.'
'Hè,' zei de mol kribbig. 'Je maakt me in de war. Ik ben bezig mijn toespraak voor te bereiden voor straks. Ik, als graafmeester, moet de toespraak houden!'
'Neem me niet kwalijk,' zei Liefje. 'Waarom duurt het zo lang voor de lift beneden is, meneer Mol?'
'Wel,' zei de mol. 'Het is me ook nogal een diepte! Vierhonderd vijftig meter! Of is het tegenwoordig vijfhonderd meter?'
'Ik begrijp u niet,' zei Liefje bedremmeld. 'Waar gaan we heen, zo diep onder de grond?'
'Weet je dat dan niet?' vroeg de mol verbaasd. 'Naar het neurievolk natuurlijk. Ze zijn familie van de elfen. Heel bang voor lawaai. Bij iedere nieuwe uitvinding gaan ze vijftig meter dieper de grond in. Het begon al bij de stoommachine. Toen kwamen de auto's: weer vijftig meter dieper. Bij de vliegtuigen weer! Bij de radio's en daarna bij de televisie... telkens vijftig meter dieper.'
'En waarom heten ze het neurievolk?' vroeg Liefje.
'Omdat ze neuriën,' zei de mol. 'Zo.' Hij deed zijn snuit dicht en zoemde heel afschuwelijk. 'Zij doen het mooier,' zei hij. 'En hun koning heet Mimander. Hij trouwt vandaag, vandaar de toespraak.' En de mol begon weer haastig te prevelen: 'Mag ik u allen van harte welkom heten. Hoera.'
'Met wie trouwt de koning?' vroeg Liefje. Maar voordat de mol antwoord kon geven, stopte de lift met een lichte trilling. De mol duwde de liftdeur open en ze stonden in een verrukkelijk bos waar de zon danste met miljoenen vlekken tussen de takken. Het gras was blauw en er stonden twee troontjes, gemaakt van eierschalen. Koning Mimander zat op een daarvan. Hij droeg een bontmanteltje van hommelvelletjes en het neurievolk zat om hem heen. Ze hadden groene wuivende haren en hun oortjes waren spits en harig, als die van vosjes, maar hun ogen waren groot en zachtmoedig. De mol boog zenuwachtig en begon meteen aan zijn toespraak: 'Mag ik u allen van harte...'
'Wacht even,' zei de koning. 'Niet zo snel, graafmeester, ik zie dat u mijn bruid hebt meegebracht?'
'Is zij dan de bruid?' vroeg de mol geschrokken. 'Dat wist ik niet.' Hij neeg diep voor Liefje die een paar stappen achteruit deed.
'Kom naast me zitten, Liefje,' zei Mimander en hij wees op de troon naast de zijne.
'Ik eh... ik moet naar huis,' stamelde Liefje. Ze was bang. Ze wilde niet trouwen met een groenharig koninkje. Ze wou weglopen, maar Mimander hield haar hand vast en zei: 'Natuurlijk mag je gaan, maar eerst zal mijn volk voor je neuriën.'
Hij hief zijn staf en daar begon het volkje te zoemen. Het was een wijsje dat als een warme golf over je heen spoelde, dat bedwelmde als meidoorngeur. Het maakte dat je alles vergat, dat je slaperig werd en willoos. Het was zoet en wonderbaarlijk. 'Wil je met me trouwen?' vroeg Mimander. 'Kom dan... kom!'
Bijna was Liefje in de eierschaal neergezonken, maar ze dacht nog net op tijd aan haar huis, haar ouders en haar broertje. En ze rukte zich los en holde naar de liftdeur.
'Wacht even op mijn toespraak,' riep de mol achter haar, maar Liefje sprong de lift in, drukte op de knop en steeg pijlsnel omhoog, pijlsnel omhoog naar haar eigen huis. Het duurde heel lang voor ze er was, maar eindelijk stopte de lift en ze stond voor haar eigen flatdeur en alles was weer gewoon. Liefje vertelde aan niemand wat er was gebeurd, maar ze kon het neurievolkje niet vergeten. Ze verlangde vreselijk naar het neuriën en de volgende morgen ging ze opnieuw heel vroeg in de lift. Ze kwam weer in het bos bij het neurievolk en weer vroeg Mimander haar ten huwelijk. Maar net op tijd rukte ze zich los en zo ging het iedere dag. Niemand merkte er iets van, behalve haar broertje.
Hij merkte dat zijn zusje iedere ochtend in alle vroegte uitging en hij werd nieuwsgierig. Op een morgen was hij zelf nog vroeger wakker dan zij en hij boog zich over haar heen. Ze neuriede in haar slaap en hij zag dat ze harige oortjes kreeg, als van een vosje. Haar haren hadden een groenige tint en hij besloot haar te volgen.

Het neurievolkje
Toen Liefje die dag in de lift stond, was hij er ook. Hij stond in een schemerige hoek weggedoken en toen ze beneden in het bos aankwamen, glipte hij achter haar aan en verschool zich onder een struik.
Het ging allemaal weer net als alle vorige keren. Het neurievolkje begon te zingen en te zoemen en te neuriën en het was hartveroverend zoet en lief. Het was verwarrender en meeslepender dan ooit en toen koning Mimander vroeg: 'Wil je met me trouwen...' toen boog Liefje haar hoofd. Mimander trok haar naar zich toe, maar op dat moment klonk er een schril en hard en afschuwelijk geluid. Het was een krijsende en schelle en metaalscherpe muziek. Onmiddellijk werd alles zwart en het hele zonnige bos verdween en het hele neurievolkje verdween.
Daar stond Liefje in een donkere kille vochtige gang, maar haar broertje stond naast haar en zei: 'Gauw... hier is de liftdeur.'
Er kwam nog iemand uit de vochtige aarde. Het was de mol die klaaglijk riep: 'Mag ik u allen van harte welkom heten. Hoera.'
'Kom mee,' zei het broertje en hij sleurde Liefje de lift in. Ze zoefden naar boven terwijl Liefje hem van zich af duwde en snikkend riep: 'Jij! Jij hebt alles bedorven, jij met je transistor radiootje. Nare jongen!'
'Liefje,' zei hij. 'Liefje, luister eens. Bijna was je zelf een neuriewezentje geworden. Je zou daar voorgoed gebleven zijn als ik je niet had gered. Je oortjes werden al harig, je haartjes werden al groen. Liefje, je wilt toch bij ons blijven? Bij vader en moeder en mij? Bij ons thuis?'
Ze keek hem aan. 'Ja,' zei ze. Ze droogde haar tranen en lachte weer. Toen stopte de lift op de bovenste verdieping van de flat.
Ze gingen hun eigen deur binnen en waren thuis. Moeder sneed boterhammen voor het ontbijt en toen Liefje in de spiegel keek, zag ze dat haar oortjes weer gewoon waren. Maar het neurievolk was weer vijftig meter dieper weggezonken.


*   *   *

Het neurievolkje Samenvatting
Als een meisje 's ochtends met de lift naar beneden gaat, stopt de lift niet op de begane grond maar wel 450 meter dieper. Het is de plek waar het neurievolkje woont. Ze hebben groene wuivende haren en hun oortjes zijn spits en harig, als die van vosjes, maar hun ogen zijn groot en zachtmoedig. Ze wonen zo diep omdat elke keer als de mensen iets luidruchtigs uitvinden het volk 50 meter verder in de grond zakt. Het meisje wil daar wel blijven wonen... Lees het verhaal

Toelichting
Dit verhaal komt uit de bundel 'Misschien wel echt gebeurd' en deze bevat de keuze die Annie M.G. Schmidt aan het einde van haar leven uit haar verhalen voor kinderen maakte. Zij las nog eens alle verhalen en verhaaltjes die zij geschreven heeft door, streepte genadeloos weg, en behield alleen wat in haar ogen genade vond. Dat wilde zij graag gebundeld zien onder de titel 'Misschien wel echt gebeurd'.

Het neurievolkjeOvergebleven zijn de verhaaltjes uit 'Dit is de spin Sebastiaan', de verhalen uit 'Heksen en zo', en het prachtige 'Uit met juffrouw Knoops'. Ook 'Kroezebetje' mocht van Annie worden vereeuwigd en 'Torn en oma' uit de serie 'De trapeze'. Een vrolijk toetje vormt 'De heerlijkste 5 december in vijfhonderdvierenzeventig jaar'. Geïllustreerd werden de verhalen door de negentien tekenaars die de afgelopen vijfentwintig jaar met een Gouden Penseel zijn geëerd - twintig als we het Oeuvre Penseel van Fiep Westendorp meerekenen. Dat zijn: Dick Bruna, Torn Eyzenbach, Harrie Geelen, Friso Henstra, Alfons van Heusden, Margriet Heymans, Wim Hofman, Paul Hulshof, Jan Jutte, Piet Klaasse, Joke van Leeuwen, Lidia Postma, Joost Roelofsz, Dieter Schubert, Geerten Ten Bosch, Thé Tjong-Khing, Max Velthuijs, Jan Marinus Verburg, Peter Vos, en... Fiep Westendorp.

In de Volksverhalen Almanak zijn uit deze bundel opgenomen: De heerlijkste 5 december in vijfhonderdvierenzeventig jaar, [Het meisje dat haar naam kwijt was] en Waarom de koekoek een indringer is.

Trefwoorden


Thema

Feest / viering

Verhaalsoort

Bron
"Misschien wel echt gebeurd. 43 sprookjes en verhalen van Annie M.G. Schmidt" uitgegeven door Qeurido. ISBN: 90-214-8094-8

Herkomst: Nederland
Verteltijd: ca. 10 min.
Leeftijd: vanaf 8 jaar

Lees ook