Volksverhalen Almanak


Leeftijd:
Verteltijd: ca. 3 min.
Herkomst:




Het Ruitergat Een Veluwse sage over dwaallichten in een moeras

Een eenzame ruiter reed in de avond, heuvel op, heuvel af. Even gloeide nog een rosse veeg licht van de ondergaande zon laag tussen de stammen van de bomen. Toen werd alles schemergrijs. De grote nachtvogel vloog over het bos en spreidde breed zijn zwarte vlerken. Het schemergrijs werd grauwzwart, het werd donker tussen de bomen en doodstil. In die stilte stonden de stammen als oude kromgebogen reuzen zwijgend en roerloos, dragend het zware geheim van de nacht. Regelmatig klonk in het duister de eenzame galop van de vreemde ruiter.

Oude mensen weten te verhalen dat het een Fransman was. Bij een bocht van de weg zag hij in het bos een lichtje schijnen. Het straalde zo vriendelijk alsof het van een gastvrije hoeve kwam waar eenvoudige mensen hem gul zouden huisvesten. Hij stuurde er op aan; het paard echter bleef angstig snuivend staan.

Nu de hoefslag opeens verstomd was, viel de stilte drukkend neer. De vreemde ruiter klopte zijn paard op de hals en sprak zacht enige woorden tot het dier. Maar het paard bleef staan als op de plek vastgenageld en legde zijn oren in de nek.

Het lichtje lokte tussen de bomen. Toen gaf de ruiter zijn paard de sporen. Met één schichtige schok sprong het vooruit. Een doffe plomp in het zuigende moeras, een gil en angstig hulpgeroep; maar mijlen in de omtrek was er geen mens die het kon horen.

De ruiter zag om naar het lichtje. Het was er niet meer. De boze geesten, die onder 't moeras wonen, trokken ruiter en paard snel de diepte in. Nog één versmorende noodkreet en toen sloot zich de stilte weer als een zwarte oneindigheid over het woud.

Jaren later werden de sabel en de geraamten van de vreemde ruiter en zijn paard opgedolven. Maar wie laat in de stille avond langs de grindweg van Hoog Soeren naar Wiesel rakelings het Ruitergat voorbij gaat, kan soms een klein lichtje zien lonken tussen de bomen en een kreet horen, als een zwakke echo uit lang vervlogen tijden...


*   *   *

Het Ruitergat Samenvatting
Een Veluwse sage over dwaallichten in een moeras. In het Ruitergat - op de weg van Hoog Soeren naar Wiesel - verdronk een Fransman met paard en al, misleid door de dwaallichten in het moeras. Jaren later werden de sabel en de geraamten van man en paard opgedolven. Nog kan men er soms een klein lichtje zien en een kreet horen, als een zwakke echo uit lang vervlogen tijden. Lees het verhaal

Toelichting
Het Ruitergat is op de fiets bereikbaar via de Wieselseweg vanuit Apedoorn/Wiesel/Wenum. Het bevindt zich in de Koninklijke Kroondomeinen (het Koningsbos) achter Paleis Het Loo.

In Vierhouten vinden we een soortgelijk verhaal over het gebied dat bekend staat als de 'Fransman' (in het Vierhouterbos, links van de weg Vierhouten-Gortel, ook wel 'Kerkhof' of 'Paardekerkof'). Eens moet daar een Frans soldaat op zijn paard hebben gereden. Hij had nogal wat op zijn kerfstok en was op de vlucht. Hij was zo onverstandig de duivel om hulp te roepen in ruil voor zijn ziel. Kort nadat hij dit deed zonk hij met paard en al weg in de grond. Er wordt beweert, dat als je goed luistert - met het oor op de grond - je nog altijd het hoefgetrappel van het paard kan horen.

Trefwoorden

Verhaalsoort

Bron
"Veluwsche sagen" geschreven en verlucht door Gust. van de Wall Perné. Uitgegeven te Amsterdam bij Scheltens & Giltay, 1921, p. 89-94.

Herkomst: Gelderland
Verteltijd: ca. 3 min.
Leeftijd: vanaf 10 jaar

Lees ook